Zorg in EU over blokkade Gaza

Europa spreekt niet met één mond, ook niet over Israël en de Palestijnen. Maar het is wel zo dat de druk groeit op Israël een einde te maken aan de Gaza-blokkade.

Palestijnse demonstranten op het Schumanplein in Brussel dachten begin deze week dat ze voor het Europees Parlement stonden. Ze stonden bij de Europese Commissie en het gebouw van de Europese Raad, waar ministers en regeringsleiders van de lidstaten vergaderen. Maar maakte het iets uit? „Niemand hier doet iets tegen de blokkade van Gaza”, zei een student uit Frankrijk. „Ze doen alleen maar wat Bush zegt.”

Maar het maakt wél uit waar je staat in Brussel – zeker als het over buitenlands beleid gaat. De europarlementariërs (onder wie de Nederlandse christen-democraten) namen twee weken geleden een resolutie aan tegen de blokkade van Gaza door Israël. Maar het Europees parlement kan geen belangrijke beslissingen nemen over buitenlands beleid.

En de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie? In Brussel wordt gezegd dat de verklaringen van de Oostenrijkse Eurocommissaris Benita Ferrero-Waldner, verantwoordelijk voor buitenlandse betrekkingen, scherper worden als het over Israël gaat. Op 21 januari zei Ferrero-Waldner dat de blokkade van de Gazastrook de „trieste humanitaire omstandigheden” nog erger zou maken. Maar eerst had ze de raketbeschietingen van de Palestijnse organisatie Hamas op Israël veroordeeld en Israëls recht op zelfverdediging benadrukt. Twee dagen later zei Franco Frattini, eurocommissaris voor Justitie, tegen Israëlische journalisten dat Hamas zelf verantwoordelijk is voor de omstandigheden waarin de Palestijnen in Gaza leven.

Dat de Palestijnse demonstranten deze week bij het gebouw van de Europese Raad stonden was niet zo gek bedacht, als ze er bewust voor hadden gekozen: uiteindelijk zijn het de lidstaten zelf die over het Europese buitenlands beleid gaan. In het gebouw is ook de werkkamer van buitenlandcoördinator Javier Solana, en om de hoek is het kantoor van zijn belangrijkste adviseur voor het Midden-Oosten, de Belgische ‘speciale EU-vertegenwoordiger’ Marc Otte. Solana en Otte weten wat de lidstaten willen. In hun bemoeienis met het vredesproces in het Midden Oosten ‘zijn’ zij de Europese Unie.

Maar als Marc Otte praat over de verhoudingen tussen de EU en Israël, is het soms ook alsof hij de regeringen van de lidstaten, die er niet allemaal hetzelfde over denken, toespreekt. Het is waar, zegt hij, dat de druk van de EU op Israël toeneemt om een eind te maken aan de blokkade van de Gazastrook. „Maar er is ook toenemende verbijstering over wat de oplossing dan moet zijn. Mensen hebben de neiging om te vergeten waarmee het is begonnen: de raketbeschietingen vanuit Gaza.”

Er zijn ook „mensen in Europa”, zegt Otte, die vinden dat er nu met Hamas gepraat moet worden. Hamas staat op de lijst van terreurorganisaties waarmee Europa contact mijdt. Otte: „Maar denken we dan dat landen als Egypte of Jordanië blij zullen zijn als we dat doen? Je moet heel goed afwegen wat die strategie zou opleveren. De positie van Europa is dat Hamas eerst Israël moet erkennen, het geweld moet opgeven en de bestaande vredesakkoorden tussen Israël en de Palestijnen moet bevestigen.”

Dat er in Europa „emotioneel” wordt gereageerd op de slechte levensomstandigheden in Gaza vindt Otte „niet slecht”. Er is een „groot humanitair probleem”. „Maar ik zou het geen ramp noemen. In Darfur hebben mensen het zwaarder.” En er is nog iets wat Europa niet moet vergeten: „De EU is geen humanitaire organisatie. Wij hebben een strategische rol. We moeten als vriend proberen Israël te laten ophouden met beleid dat de verkeerde richting op gaat.”

Want er is wel „groeiende zorg” over de strategie van Israël: door de blokkade zouden de Palestijnen moeten gaan begrijpen dat Hamas hun niets dan ellende brengt. „De zorg is dat die strategie niet alleen het doel voorbij schiet, maar ook een tegengesteld effect heeft.” De extremisten in Gaza worden niet zwakker door de blokkade, zegt Otte. „Het werkt niet, dus we moeten dit stoppen.”

Volgens de Israëlische krant Ha’aretz heeft de Israëlische ambassadeur bij de EU, Ran Curiel, zijn regering geïnformeerd dat de lidstaten „in toenemende mate gefrustreerd” zijn en dat sommige zouden overwegen om Hamas te erkennen. In zijn werkkamer op de ambassade zegt Curiel dat dat niet klopt. „De context ontbrak.”

Curiel zegt ook dat hij in Brussel geen „druk” voelt van de EU. De laatste jaren is Europa volgens hem door de aanslagen in het Westen steeds beter gaan begrijpen wat terreur betekent voor een land. Wat ook hielp was de uitbreiding van de EU met Oost-Europese landen waar de sympathie voor Israël vanzelfsprekender is dan in sommige ‘oude’ lidstaten. En Israël zelf veranderde: „Wij accepteren nu het akkoord over de vestiging van twee staten [ook één voor de Palestijnen, red.].”

Natuurlijk zijn er ook in Europa mensen die vasthouden aan een „oude gewoonte”, zegt Curiel. „Die hebben kritiek op Israël omdat ze kritiek willen hebben op Israël.” Dat de resolutie van het Europees Parlement ook gesteund werd door pro-Israëlische christen-democraten noemt Curiel „tot op zekere hoogte verontrustend”. „Ik denk wel dat Israël een probleem heeft om zichzelf uit te leggen.”

Maar er is, zegt Curiel ook, niet één Europa met een mening over Israël. „Er zijn heel veel Europa’s.” Het Europees Parlement heeft volgens hem te veel aandacht voor symptomen en te weinig voor oorzaken: Israël trok zich terug uit Gaza, Hamas greep de macht en daarna werd Israëlisch gebied vanuit Gaza beschoten. Ook in Europa zou geen land dat accepteren, zegt Curiel.

„Ik heb wel eens het gevoel dat Europa alles tegelijk wil. Europa kan niet tegen slecht nieuws. Ze willen de gematigde krachten steunen, maar dat betekent dat je de extremisten moet bestrijden.” Curiel begrijpt wel dat Europa daar moeite mee heeft. „Europa heeft een andere strategische cultuur. Jullie hebben het idee dat je altijd maar met elkaar moet praten. Maar wij leven in een moeilijk gebied.”

Een Brusselse diplomaat zei vorige week dat het „crisis” is tussen de EU en Israël. „Maar niet fundamenteel. Het komt weer goed.”

Speciale EU-vertegenwoordiger Otte en buitenlandcoördinator Solana waren de afgelopen dagen in Israël en de Palestijnse gebieden. Kort voor hun vertrek werden 120 Palestijnen gedood tijdens een offensief van Israël in Gaza. Solana gaf commentaar op de noodtoestand in Armenië en hij feliciteerde de nieuwe president van Rusland. Over Gaza, waar hij nog een diplomatieke missie te vervullen had, zei hij niks. Slovenië, tot juli voorzitter van de Europese Unie, kwam met een ongekend harde reactie. Het geweld van Israël was „buiten proporties” en „tegen het internationaal recht”.

Solana en Otte voerden hun gesprekken zoals ze van plan waren. Hun voorstel: de grens bij de Egyptische plaats Rafah gaat weer open, de Europese missie die toezicht hield op die grensovergang totdat Hamas de macht greep in Gaza, gaat terug naar Rafah. Het lukt alleen, zei Otte vorige week over het Europese plan, als Israël, de Palestijnse autoriteiten en Egypte het ermee eens zijn. „En Hamas moet er niet tegen zijn.”

    • Petra de Koning