Zorg dat de Grondwet richtinggevend wordt ...

Deze tijd vereist een bredere functie en bewuste inzet van de Grondwet in de samenleving. Een preambule kan helpen, menen Sophie van Bijsterveld en anderen.

Rhonald Blommestijn Blommestijn, Rhonald

De Nederlandse Grondwet is geen bezielend document. De laatste herziening van 25 jaar geleden heeft het sobere en zakelijke karakter van de Grondwet alleen maar bevestigd. Er is – terecht – een nieuwe behoefte aan een Grondwet die kan verbinden en richting kan geven. De staatscommissie die minister Ter Horst binnenkort instelt, krijgt een ruime opdracht. De Grondwet vergt een nieuwe redactie, opname van een aantal staatkundige beginselen en zou onder meer worden voorzien van een preambule die ‘context’ en ‘perspectief’ geeft aan de inhoud van het belangrijkste staatsdocument. Een preambule is een korte (vaak welluidende) tekst die de Grondwet inleidt, zonder er zelf deel van uit te maken.

De Grondwet is een heel bijzonder document, een staatkundig symbool dat mensen in al hun verscheidenheid verenigt rondom bepaalde waarden. Maar als instrument om samenleving en burgers een gevoel van richting en binding te geven, is de Grondwet tot nu toe grotendeels onbenut gebleven. Deze tijd vraagt om een bredere functie en welbewuste inzet van de Grondwet in de samenleving. Het toevoegen van een preambule aan de Grondwet zou daartoe een eerste stap kunnen zijn.

Daar zijn vijf argumenten voor.

1. De Nederlandse politieke gemeenschap heeft een eerbiedwaardige geschiedenis. Te denken valt aan de strijd voor de vrijheid en het streven naar een rechtvaardige samenleving. Ook de inzet voor de ontwikkeling van de democratie en internationale gerechtigheid wordt nergens geëxpliciteerd. Een preambule zou de plaats zijn deze aspecten van het historisch politieke bewustzijn tot uitdrukking te brengen.

2. Een preambule kan de basiswaarden tot uitdrukking brengen die richtinggevend zijn voor de politieke gemeenschap.

Gedacht kan worden aan democratie en rechtsstaat als uitgangspunten van ons politieke systeem of aan bepaalde mensenrechten. Het gaat daarbij juist om die waarden die in rustige tijden vanzelfsprekend lijken, maar die oriëntatie bieden in tijden van verandering.

3. De Grondwet is een document dat zich richt tot de politieke gemeenschap. Willen burgers zich met de Grondwet identificeren, dan moet duidelijk zijn wie hier aan het woord is. Het gaat er in de grondwet voor de 21ste eeuw om dat de Grondwet voor het Koninkrijk een Grondwet van de burgers is. In de preambule wordt duidelijk wie in de Grondwet aan het woord is.

4. Een preambule drukt uit dat de overheid haar gezag ergens vandaan heeft en daarom altijd beschikt over een ontvangen gezag, waarover verantwoording moet worden afgelegd. Zo wordt duidelijk dat overheidsgezag grenzen heeft en in belangrijke opzichten altijd beperkt is (‘limited government’).

5. Een preambule kan een belangrijke educatieve rol vervullen in de samenleving, zowel op school als bij inburgering. Van verschillende zijden is al aangedrongen om de Grondwet een rol te laten spelen in het onderwijs. Dat is prachtig, maar preambule en Grondwet moeten dan wel enige zeggingskracht hebben.

Voorstanders van een preambule hebben altijd te kampen met bepaalde tegenwerpingen. Om deze te ontzenuwen willen we enkele van commentaar voorzien.

1. De kracht van de Grondwet is haar soberheid. Zij moet een staatkundig basisdocument zijn zonder franje. Deze redenering wordt gekenmerkt door conservatieve blikvernauwing. Grondwetten van andere landen kennen wel een preambule zonder dat dit afbreuk doet aan de waarborgfunctie van de Grondwet.

2. Er zal nooit eensgezindheid ontstaan over de belangrijkste waarden, ofwel het wordt een verwaterde tekst waar niemand iets aan heeft. Deze redenering kenmerkt zich door gebrek aan durf. Wanneer het zo is dat de Grondwet zelf al waarden bevat – en dat is het geval – kan er geen bezwaar tegen bestaan deze (en andere waarden) nog eens apart te vermelden in een preambule. De preambule zal dit anders doen, bijvoorbeeld door over de vrijheden te spreken in historisch verband, maar het is niet onmogelijk hierover consensus te bereiken.

3. Een preambule wordt geschreven tijdens het constituerend moment en niet daarna.

Het is vreemd om aan het begin van de 21ste eeuw ineens een preambule te ontwerpen. Het is waar dat Nederland als politieke gemeenschap al bestaat, maar het is juist de bedoeling een preambule te ontwerpen die recht doet aan Nederland als (historische) politieke gemeenschap.

4. Een discussie over de preambule wordt een discussie over ideologie en bijvoorbeeld over de naam van God. Daarmee zou de Grondwet verdeeldheid brengen en geen eenheid.

Inderdaad: een preambule moet geen staatsideologie bevatten. De opgave van de staatscommissie zal zijn een tekst te ontwerpen waarin gelovigen en niet-gelovigen zich herkennen.

Genoemde tegenwerpingen hoeven – zoals blijkt – niet onoverkomelijk te zijn, al zullen ze discussie vergen. Een dergelijke discussie zal levendiger zijn dan de discussie over de canon. En waarom zou het in een land, waar de overlegtradities sterk zijn, niet lukken een gemeenschappelijk gedragen redactie te ontwerpen? Wij pleiten niet louter voor een preambule bij de Grondwet, maar voor een andere omgang met de Grondwet als samenbindend en richtinggevend document.

Dit kabinet kan de weg openen in de richting van een Grondwet, waar alle Nederlanders – nieuwkomer of niet – houvast aan hebben.

Mr.dr. Sophie van Bijsterveld (Universiteit van Tilburg en lid van de Eerste Kamer voor het CDA), prof.dr. Roel Kuiper (Erasmus Universiteit Rotterdam, lid van de Eerste Kamer voor de ChristenUnie), dr. Jan Willem Sap (Vrije Universiteit Amsterdam) en dr. Carla Zoethout (Universiteit van Amsterdam) waren respectievelijk adviseur en leden van de Nationale Conventie.

Lees eerdere artikelen over Grondwet op nrc.nl/opinie

    • Sophie van Bijsterveld