Weer gezant naar Armenië

De Raad van Europa stuurt een delegatie naar de Armeense hoofdstad Jerevan om er te proberen de politieke crisis in Armenië op te lossen.

De Raad doet dat in navolging van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) en de Amerikaanse regering. Hun gezanten hebben tot nu toe in Armenië niets gedaan gekregen, vooral omdat president Robert Kotsjarian strikt weigert een dialoog met de oppositie aan te gaan.

De problemen in Armenië begonnen na de presidentsverkiezingen van 19 februari waarbij volgens de officiële lezing premier Serzj Sarkissian 53 procent van de stemmen kreeg – een absolute meerderheid die een tweede ronde overbodig maakte. De aanhangers van de verslagen uitdager, Levon Ter-Petrosian, bezetten daarop een plein in Jerevan en hielden er elf dagen lang een permanente betoging tegen wat ze de vervalsing van de uitslag van de verkiezingen noemden.

Vorige week zaterdag braken ernstige rellen uit toen de politie het plein schoonveegde en de betogers verspreidde. Bij gevechten kwamen acht betogers en één politieman om het leven en vielen meer dan 160 gewonden, onder wie 130 politiemannen.

President Kotsjarian riep de noodtoestand uit. Die houdt in dat samenscholingen zijn verboden en dat de media alleen informatie mogen publiceren die afkomstig is van de regering. De noodtoestand blijft van kracht tot 20 maart. Het parlement inmiddels heeft de arrestatie van vier parlementariërs gelast; zij zouden achter het geweld zitten.

De internationale gemeenschap heeft Kotsjarian opgeroepen een dialoog aan te gaan met de oppositie. Maar de president weigert met het argument dat „de wonden nog te diep zijn” en dat hij niet wil praten met de aanstichters van het geweld.

De delegatie van de Raad van Europa wordt geleid door John Prescott, voormalig plaatsvervangend leider van Labour en voormalig vicepremier onder Tony Blair. Hij zal morgen en overmorgen praten met Kotsjarian, premier Sarkissian en oppositieleider Ter-Petrosian. (Reuters)