Walvisvaartcommissie zoekt naar compromis

Voor Japan is de maat vol. „Het gebruik van geweld om je zin door te drijven is onacceptabel”, aldus de Japanse onderminister van Buitenlandse Zaken. Hij reageerde op de ‘aanval’ met bedorven boter op Japanse walvisvaarders door milieuorganisatie Sea Shepherd eerder deze week.

Op de informele bijeenkomst van de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC), dezer dagen in Londen, zal Japan het incident aan de orde stellen. Sommige deelnemers aan de bijeenkomst willen dat er gezocht wordt naar een compromis tussen voor- en tegenstanders van walvisvaart.

De IWC, die stamt uit 1946, is oorspronkelijk een organisatie die de vangst en handel in walvissen coördineert. Maar in Japanse ogen is het vooral een club die de gerechtvaardigde jacht op walvissen aan banden legt.

Voor de zoveelste keer dreigt Japan de IWC te verlaten en het moratorium uit 1986 op commerciële walvisvaart aan zijn laars te lappen. Sommige landen zouden daarom voorstander zijn van een bescheiden hervatting van commerciële vangsten. Zij vinden het voor de walvisstand gevaarlijker dat de IWC uiteenvalt, dan dat er beperkt op walvissen wordt gejaagd.

Als voorwaarde zou er dan wel een einde moeten komen aan de vangsten voor ‘wetenschappelijke’ doeleinden – Japan heeft de walvisvaart nooit helemaal opgegeven, maar voert die al jaren uit onder het mom van onderzoek. Ook willen de voorstanders dat er scherp toezicht komt op de handel (onder andere door DNA-analyse van walvisvlees), dat bij de vaststelling van quota wordt uitgegaan van zeer voorzichtige ramingen en dat gebieden die zijn aangewezen als beschermd door walvisvaarders worden geëerbiedigd. (AFP, BBC)