Waarnemers vertrekken uit Sri Lanka, parlementariër gedood

De internationale waarnemers die moesten toezien op het onderzoek van de Sri Lankese regering naar mensenrechtenschendingen trekken zich terug. De Internationale Onafhankelijke Groep van Eminente Personen (IIGEP), twee jaar geleden opgericht door president Mahinda Rajapaksa, verklaarde vandaag dat hij te weinig medewerking kreeg van de regering. „Er was en is een gebrek aan politieke en institutionele wil bij de commissie om de zaken te onderzoeken”, aldus het elfkoppige team.

Mensenrechtenorganisaties dringen al jaren aan op een waarnemingsmissie van de Verenigde Naties, omdat ook het Sri Lankese leger verdacht wordt van mensenrechtenschendingen. Rajapaksa koos voor de IIGEP, die bestaat uit juristen en andere mensenrechtenexperts uit onder andere India, Japan en de Verenigde Staten.

De mensenrechtencommissie van de regering moet onderzoek doen naar zestien zaken waarbij in de oorlog met de separatistische Tamil Tijgers mensenrechten zouden zijn geschonden. Daartoe behoren onder andere de moord op zeventien ontwikkelingswerkers in 2006, een luchtaanval waarbij 51 schoolmeisjes zouden zijn omgekomen en de moord op minister van Buitenlandse Zaken Lakshman Kadirgamar, die het werk zou zijn van de rebellen.

Volgens de regering is de IIGEP partijdig. De groep „lijkt uit te zijn op een internationale veroordeling van Sri Lanka”, aldus de advocaat-generaal in reactie op het vertrek.

Human Rights Watch meldt vandaag in een ruim 200 pagina’s dik rapport dat het leger en daaraan verbonden milities betrokken zijn bij honderden verdwijningen sinds de oorlog twee jaar geleden weer oplaaide. De regering ontkent dat het leger hier iets mee te maken heeft.

Vanmorgen is een parlementslid van een Tamilpartij omgekomen door een landmijn in het noordelijke gebied dat in handen van de Tamil Tijgers is. Volgens de Tijgers was dit het werk van een commando-eenheid van het leger. (AP, Reuters, AFP)