Tripje

Reizen is intenser leven, zegt men.

Het is misschien niet onmiddellijk af te zien aan de backpackers die in Amsterdamse coffeeshops met namen als Relax, Extase en Easy Times wazig voor zich uit zitten te staren. Toch wist een goede vriendin van ons mij er onlangs van te overtuigen dat vooral de korte reis – een tripje naar een grote, buitenlandse stad van enkele dagen, inclusief vliegreis – een onvergetelijke ervaring kan zijn.

„Ken je Valencia?” vroeg ze. „Nee? Daar moeten jullie beslist eens heen. Ik vond het er geweldig, ondanks alles.”

„Hoezo, ondanks alles?”

„Wie reist maakt altijd onverwachte dingen mee”, zei ze filosofisch. „Daar moet je tegenkunnen, anders kun je beter thuisblijven.”

„Vertel”, vroegen wij gretig, want een mens kan nooit genoeg ellende te horen krijgen.

Haar reis was pas écht begonnen toen bij vertrek op het Nederlandse vliegveld bleek dat haar man geen geldig paspoort in zijn bezit had. Het liep weliswaar tot april, maar dat was nog het april van vorig jaar. Een hele schok. Wat te doen? Ze bewogen hemel en aarde, maar die hebben zich daar nog nooit iets van aangetrokken.

Ze waren met z’n vieren: zij en haar man plus een bevriend echtpaar. Een dubbele schadepost dreigde. Ze besloten dat zij alleen met het echtpaar zou afreizen.

Geen leuk begin van de reis, maar drie dagen zónder partner kan natuurlijk ook voordelen hebben. Vier uur later zaten ze al op een Valenciaans terrasje. Eindelijk even de spanningen afreageren. Praten, kijken, een beetje lachen alweer.

Opeens was er een tas verdwenen. De tas van de vrouw van het echtpaar. Zomaar weg. Alles zat erin: paspoorten, pasjes, een portemonnee met veel geld.

Zulke tassen komen nooit meer terug, dat is bekend.

Alweer: een hele schok. Paniek zelfs. Plotseling was de lucht gevuld met woorden als ‘blokkeren’, ‘politiebureau’, ‘ambassade’. Consulaat en ambassade waren moeilijk bereikbaar, het was vrijdagmiddag, maar via een noodtelefoonnumer gaven zij ten slotte het advies de volgende dag meteen naar de luchthaven te gaan om alvast het vertrek te regelen.

De Guardia Civil aldaar deed niet moeilijk, men zou meewerken. Maar hun buitenlandse luchtvaartmaatschappij lag wél dwars. Ze moesten maar naar Madrid om een paspoort te regelen. Madrid? Dat nooit. Gepraat, geruzie, gedoe. Ten slotte liet iemand van de luchtvaartmaatschappij zich vermurwen en zette een stempel voor akkoord op de papieren.

Hoera! Terug naar het centrum van Valencia, een ander terrasje nu, en toch maar even genieten. Lukte dat nog? „Jawel”, lachte onze vriendin, een blijmoedig iemand, „wij zijn amper in ons hotelleke geweest.” (Ik laat verder in het midden uit welke provincie zij komt.)

Maandagmorgen terug. Terug? Wacht even, dat gaat zomaar niet, zei de luchtvaartmaatschappij nu weer. Dat stempel telt niet, zonder paspoort wordt niet gevlogen. Veel smeken, kermen en jeremiëren, en ten slotte: nou vooruit dan, ga maar.

Thuis wachtte een volledig uitgeruste echtgenoot. „In het najaar gaan we met z’n tweetjes terug, ik weet zeker dat hij Valencia ook prachtig vindt”, zei onze vriendin. Ik zei het al: een blijmoedig iemand.

    • Frits Abrahams