Toch nog maar even een donderpreekje over ivf

Een tijdje geleden las ik in The New York Times een leuk artikel over kinderen als luxeobjecten. In New York is het tegenwoordig chique om een flinke kinderschare te hebben; daarmee laat je zien hoe rijk je bent. Gewoon over Fifth Avenue flaneren met een eindeloze rij peuters achter je aan, en dan zien de mensen vanzelf dat je bemiddeld bent. (Want een eindeloze rij peuters is heel duur in het onderhoud.)

Misschien moet André Rouvoet deze trend ook in Nederland zien te introduceren, want ik geloof dat hij graag wil dat we allemaal veel kinderen krijgen, en een beetje snel ook. In ieder geval meer dan de 1,7 kinderen die we nu per vrouw produceren, en vroeger dan op ons 29-en-een-halfste, de gemiddelde leeftijd waarop een Nederlandse vrouw haar eerste kind krijgt.

Eerlijk gezegd verwácht ik ook van Rouvoet dat hij dat soort wensen koestert, want als rechtgeaard christenmens hoort hij tenslotte alsmaar dingen te roepen rondom het thema ‘gaat heen en vermenigvuldigt u’.

Maar gisteren, bij de bijeenkomst Gezinnen van de toekomst (gezinnen zijn, ook in de toekomst, gewoon die ouwe saaie twee-getrouwde-ouders-met-anderhalf-à-twee-stuks-kind), riep Rouvoet ineens: ‘Deze minister heeft geen kinderwens!’

Dat vond ik opmerkelijk. Echt, benadrukte hij, hij wilde ons heus niet allemaal aan de kinderen dwingen, maar hij vermoedde wél dat de gemiddelde Nederlandse vrouw een kinderwens had. Volgens hem wilden Nederlandse vrouwen om precies te zijn 0,6 kind meer dan ze nu hadden.

Tja, dat is ook een slimme manier om ‘gaat heen en vermenigvuldigt u 0,6 keer’ te propageren. Door simpelweg te zeggen: ‘Van mij hoef je niet, vrouw, maar je wil het zélf zo graag!’

Daarna hield Rouvoet, de minister zonder kinderwens, toch nog maar even een donderpreekje over ivf en te oude moeders en dat er later, als wij allen oud en incontinent zouden zijn, helemaal geen jongmens meer over zou zijn om onze luiers te verschonen – tenminste, als wij ons niet snel zouden voortplanten.

Maar van hem moesten we niks, hoor! ‘Ik hoef geen slaapkamers in’, zei Rouvoet letterlijk.

Het idee alleen al. Dat je ’s avonds, voordat je met je geliefde in bed kruipt, daar weer André Rouvoet ziet staan, half verscholen achter de klerenkast, in zijn lichtblauwe pyjama en met zijn kruikje in zijn hand.

Nee, daar gaat niemand zich van vermenigvuldigen, vrees ik.