Reserves te laag bij beheerders van pensioenen

Meer dan zeventig Nederlandse pensioenfondsen hebben als gevolg van de koersval op de beurzen en de gedaalde rente minder reserves dan toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) acceptabel vindt.

Dat zegt Joanne Kellermann, die sinds drie maanden bij DNB verantwoordelijk is voor het toezicht op pensioenfondsen en verzekeraars. Om welke fondsen het gaat, maakt DNB niet bekend, omdat zij gebonden is aan een zwijgplicht over individuele instellingen. Kellermann: „Onder die zeventig kunnen kleine en grotere pensioenfondsen zijn.”

Het aantal van zeventig is de stand per half februari. Kellermann vermoedt dat meer fondsen een tekort hebben, maar dat nog niet hebben gemeld. Pensioenfondsen hoeven van een reservetekort geen openbare melding te doen. Nederland heeft zo’n 700 pensioenfondsen die samen 700 miljard euro belegd vermogen hebben. Meer dan 90 procent van de werknemers spaart verplicht via zijn werkgever voor een pensioen als aanvulling op de AOW.

Kellermann ziet in het aantal meldingen geen reden voor paniek. „Pensioenfondsen moeten buffers hebben voor tegenslagen zoals deze. Ze moeten een herstelplan opstellen om hun financiële positie te herstellen. Over het herstel mogen zij vijftien jaar doen. Als de markten verbeteren kan dat een stuk sneller gaan.”

Pensioenfondsen kunnen op drie manieren hun problemen oplossen: hogere pensioenpremies heffen, minder beleggingsrisico’s nemen of de pensioenen versoberen door de koppeling aan loonstijging of inflatie tijdelijk los te laten. Kellermann: „Dit zijn geen leuke dingen voor de mensen, dat begrijpen wij ook wel.”

Zij maakt verder duidelijk dat pensioenfondsen meer moeten doen aan eigen deskundigheidsbevordering en zichzelf regelmatig moeten evalueren. Als de uitkomsten daarvan achterblijven, zullen bestuurders moeten vertrekken.

Kellermann: pagina 16

    • Menno Tamminga