Piranesi: eclectisch bouwmeester op papier

Piranesi: ‘Tempel van Juno in Paestum’ (1776-1778, pen in bruine inkt) Rijksmuseum Amsterdam

Tentoonstelling Piranesi: eeuwig modern design. T/m 18 mei in Teylers Museum, Haarlem. Catalogus: Piranesi as designer (uitg. Cooper-Hewitt Museum) 360 blz. Inl.: www.teylersmuseum.nl

In de laatste jaren van zijn leven werkte Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) aan een reeks grote etsen van de tempels van Paestum in Zuid-Italië. In de expositie die het Teylers Museum wijdt aan het werk van de Romeinse oudheidkundige, ontwerper en prentenmaker, hangt een van de bladen uit die serie naast een tekening die de kunstenaar ter plekke maakte. Beide voorstellingen tonen, vanuit een laag standpunt, de overblijfselen van de majestueuze heiligdommen die in de zesde en vijfde eeuw voor Christus waren gebouwd door Griekse kolonisten. Piranesi’s beelden van de klassieke tempels in de eenvoudige, robuuste Dorische orde lijken naadloos aan te sluiten bij de achttiende-eeuwse belangstelling voor de architectuur van de Griekse oudheid, die werd beschouwd als de meest nobele en zuivere ooit gemaakt.

Toch kon Piranesi’s werk niet rekenen op veel enthousiasme van de kant van neoclassicistische tijdgenoten zoals de archeoloog Johann Joachim Winckelmann. Het was namelijk niet alleen de kunst van de klassieke Grieken die Piranesi’s fantasie prikkelden, maar ook die van de Etrusken, Egyptenaren en oude Romeinen – zelfs, als het zo uitkwam, in onmogelijke combinaties. Vooral de Romeinse architecten en ingenieurs, met hun inventieve en flexibele gebruik van bogen en gewelven, metselwerk en beton, trokken Piranesi’s belangstelling. Zijn schitterende prentenreeksen brengen vooral de antieke overblijfselen van Rome in beeld. En in zijn theoretische traktaten beklemtoont hij de vrijheid en durf die een bouwmeester moet hebben om op een eclectische manier zijn ‘persoonlijke grillen’ te volgen.

Zelf bleef Piranesi vooral een architect op papier. De expositie in Haarlem, toepasselijk ingericht in een gelegenheidsdecor van kartonkleurige fantasiearchitectuur, legt de nadruk op dat imaginaire aspect van Piranesi’s ontwerpen. In ontwerpschetsen, uitgewerkte tekeningen en prenten is te volgen hoe hij historische stijlen in zijn ontwerpen combineerde. Zijn onorthodoxe opvattingen over stijl in de bouwkunst hebben zich nauwelijks kunnen materialiseren in echte gebouwen. Pas op 43-jarige leeftijd leek Piranesi een echte bouwopdracht te krijgen. Paus Clemens XIII, net als Piranesi afkomstig uit Venetië, wilde hem de koorpartij van de kerk van Sint-Jan van Lateranen laten verbouwen. De grote ontwerptekening toont inventieve oplossingen voor ruimte- en lichteffecten door onder meer het gebruik van verborgen vensters. Uiteindelijk zou ook dit project niet worden uitgevoerd. Ondanks zijn geringe succes als bouwend architect en ondanks de kritiek op zijn werk en persoonlijkheid (architect Luigi Vanvitelli noemde hem onomwonden ‘een gek’), heeft Piranesi toch invloed uitgeoefend op andere kunstenaars. Al in zijn eigen tijd liet een ontwerper als de Schot Robert Adam zich door zijn stijl inspireren. In 1828 werd een antieke Romeinse vaas die door Piranesi fantasievol was gerestaureerd, gekopieerd in verguld zilver om te gebruiken als wisselbeker voor de Doncaster paardenraces. Maar de grootste invloed van Piranesi blijkt in de kunst en architectuur van onze tijd. Daaraan wijdt de tentoonstelling een aparte sectie, waarin de eigenzinnigheid en experimenteerdrift van moderne architecten en designers aan die van Piranesi worden gerelateerd. Concreter is de invloed van Piranesi’s verontrustende voorstellingen uit de prentenserie Carceri d’invenzione. Herinneringen aan deze architectonische droomgezichten van sinistere kerkers duiken op in moderne bouwwerken en in de film naar Mulisch’ De ontdekking van de hemel. En de zwenkende trap in de centrale hal van Harry Potters tovenaarskasteel Zwijnstein is een direct citaat uit werk van de achttiende-eeuwse magiër Piranesi.