‘Onthutsende conclusies’ na 23 jaar van onrecht

Gezagsdragers hebben zich gedurende 23 jaar schuldig gemaakt aan fraude en machtsmisbruik ten opzichte van Fred Spijkers van Defensie, zeggen Amsterdamse onderzoekers.

Hoge ambtenaren. De nationale ombudsman. Opeenvolgende ministers en staatssecretarissen. De minister-president.

De lijst van gezagsdragers die zich de afgelopen 23 jaar met de zaak-Spijkers heeft bemoeid, is lang. En het oordeel van universitair docent beroepsethiek Joep van der Vliet van de Universiteit van Amsterdam (UvA) over hen is vernietigend. „Zij waren geen hoeders van de rechtstaat”, concludeert het Van der Vliet in een artikel dat morgen in het tijdschrift Openbaar Bestuur verschijnt: „Integendeel, ze gebruikten de bevoegdheden die hen ten dienste stonden om de rechten van een burger moet voeten te treden.”

Samen met twaalf van zijn studenten onderzocht Van der Vliet de „kafkaëske lotgevallen’” van Defensie-medewerker en klokkenluider Fred Spijkers, die al bijna 25 jaar vecht tegen de overheid. In het artikel ‘Rechtstaat zonder zelfkritisch en zelfreinigend vermogen’ wordt het handelen van een groot aantal functionarissen langs de beroepsethische maatlat gelegd. Het resultaat is een lange opsomming van onethisch gedrag, fraude en machtsmisbruik. „We hebben ons alleen gericht op de hoofdrolspelers”, zegt Van der Vliet.

In 1984 kwam munitie-expert Rob Ovaa bij een ongeluk met een landmijn om het leven. Maatschappelijk werker Fred Spijkers kreeg opdracht om de weduwe te vertellen dat Ovaa door eigen schuld was overleden. In plaats daarvan verhinderde de maatschappelijk werker dat de zaak in de doofpot verdween. In 1997 moest toenmalig minster Voorhoeve erkennen dat Defensie verantwoordelijk was voor de dood van Ovaa. Het ministerie wist al vanaf 1970 dat de ontsteker van de AP-23 landmijn een gevaarlijk ontwerpfout bevatte.

Gedurende al die jaren werd Spijkers actief door de overheid tegengewerkt. De maatschappelijk werker werd ontslagen en officieel (maar ten onrechte) tot psychiatrisch geval verklaard. Pas in 2002, werd Spijkers door middel van de zogeheten ‘vaststellingsovereenkomst’ gerehabiliteerd. De maatschappelijk werker kreeg een lintje, een schadevergoeding van 1,6 miljoen euro. Nog steeds is Spijkers echter in conflict met Defensie over de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst. Zo verzet Spijkers zich tegen het feit dat alle stukken over de zaak, waaronder de persoonlijke dossiers van ABP en UWV, zijn weggehaald en voor 70 jaar zijn opgeborgen in het Nationaal Archief. Spijkers ontvangt geen wachtgeld, zijn pensioenrechten zijn niet geregeld, en hij ontving een aanslag van een miljoen euro.

Volgens Van der Vliet hebben „gezagsdragers en politiek verantwoordelijken” vanaf 1984 tot heden „hun natuurlijke plichten ten opzichte van de heer Spijkers grof geschonden.” Van der Vliet trekt een naar eigen zeggen „onthutsende conclusie’’: „sommige hoofdrolspelers’’ streefden „onrechtmatige doelen’’ na en hebben „rechtstatelijke middelen 23 jaar lang gebruikt om onrecht te begaan.’’ Ook premier Balkenende wordt gebrek aan moed verweten. „Ik kan niets voor u doen”, schreef de premier in 2005. „Balkenende heeft altijd de mond vol van burgermoraal. Maar zelf heeft hij niet de moed om een een burger in bescherming te nemen.”

De conclusies zijn keihard. Maar, zo zegt Van der Vliet, het artikel is zuiver wetenschappelijk. Over de politieke conclusies die getrokken zouden moeten worden, heeft hij wel een mening. Premier Balkenende, de ministers Hirsch Ballin (Justitie), Ter Horst (Binnenlandse Zaken) en Van Middelkoop (Defensie) moeten aftreden: „De zittende ministers zijn verantwoordelijk voor wat er de afgelopen 23 jaar is gebeurd. Maar ook voor de situatie nu, de hele ellende met de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst.”

    • Steven Derix