Nee hoor, het is nu vooral stoer doen

Sinds zaterdag loopt de spanning tussen Venezuela, Ecuador en Colombia op.

Dat komt de leiders van de drie landen goed uit, maar vechten willen ze niet.

De rivier San Miguel op de grens tussen Ecuador en Colombia, eergisteren. Foto AP A boy jumps into the San Miguel river on the border between Ecuador and Colombia, in General Farfan, Ecuador, Tuesday, March 4, 2008. Ecuador's President Rafael Correa ordered Sunday the expulsion of Colombia's ambassador to Ecuador and mobilized troops to the border with Colombia, after Colombian security forces killed Saturday a senior FARC commander just inside Ecuadorean territory. (AP Photo/Dolores Ochoa) Associated Press

In goede tijden onderstrepen Latijns-Amerikaanse presidenten graag dat ze de andere landen op het continent als broedervolken beschouwen. Dat de economische banden met de buren worden versterkt. En dat er op het continent gewerkt zal worden aan meer regionale cohesie. Dan sluiten de latino-leiders handelsverdragen en leggen ze het liefst gas- en oliepijpleidingen over heel het continent.

Toch hoeft er maar weinig te gebeuren, en dan zijn al deze mooie woorden opeens vergeten. Dan gaan de ‘bevriende’ staatshoofden elkaar grof beledigen. Worden diplomaten teruggetrokken en ambassades gesloten. Dan wint de nationale trots en de wens om sterk leiderschap te tonen, het plotseling van alle goede voornemens.

Maar ondanks alle harde woorden die er dan kunnen vallen, is zo’n buitenlandse ruzie bijna altijd bedoeld om de binnenlandse problemen (even) van de agenda te krijgen. De laatste jaren waren er regelmatig zulke ruzies, maar er is al jaren geen oorlog meer geweest op het continent. De laatste keer dat twee landen elkaar militair bestreden, was in 1995, toen Ecuador en Peru een korte grensoorlog uitvochten.

En hoewel Ecuador na de Colombiaanse luchtaanval op zijn grondgebied van zaterdag goede reden heeft boos te zijn, zullen zelfs de ernstige verwijten en zware dreigementen waarmee de regeringen van Venezuela, Colombia en Ecuador elkaar nu bestoken, niet gauw tot een regionale oorlog leiden.

De drie presidenten hebben er binnenslands belang bij het conflict diplomatiek flink op te blazen, maar ze hebben niet de intentie ook daadwerkelijk tot gewelddadigheden over te gaan.

Dit zijn de redenen om de spanning wat op te drijven:

President Hugo Chávez van Venezuela is sinds 1999 aan de macht. Hoewel hij in december 2006 nog met gemak werd herkozen, was 2007 een van zijn moeilijkste jaren tot nu. Hij verloor in december een grondwetgevend referendum dat zijn presidentiële macht fors had moeten uitbreiden. Hij wilde met die extra bevoegdheden zijn land richting het ‘Socialisme van de 21ste Eeuw’ leiden. De kiezers wezen het plan met een nipte meerderheid af.

Een van hun angsten was dat de economie onder dit socialistische regime zou vastlopen. De inflatie in Venezuela bedraagt momenteel al ongeveer 20 procent per jaar. Op de zwarte markt is de koers van de nationale munt bolívar al ruim twee keer zo hoog als officieel. Dit terwijl de schatkist van de zesde olieproducent ter wereld dankzij de hoge olieprijzen bulkt van de petrodollars.

President Álvaro Uribe van Colombia is sinds 2002 aan de macht en bezig aan zijn laatste termijn, die in 2010 afloopt. Ook hij wist zich in 2006 met gemak te laten herkiezen. De kiezer, vooral die in de stad, beloonde Uribe voor het veiliger maken van het land door een harde aanpak van de guerrilla. Hij zou zelfs nadenken over een grondwetswijziging om een derde termijn te krijgen.

Afgelopen jaar laaide echter het zogeheten ‘parapolitico’-schandaal op. Tientallen volksvertegenwoordigers van Uribes partij en leden van zijn kabinet bleken (in)directe banden te hebben onderhouden met extreemrechtse paramilitairen, een van de belangrijkste en meest gewelddadige partijen in de Colombiaanse burgeroorlog. Bij lokale verkiezingen in oktober 2007 behaalden linkse partijen een goed resultaat.

President Rafael Correa van Ecuador is aan de macht sinds 2007 en heeft van de drie leiders nog de minste interne problemen. Hij kreeg bij twee referenda, over respectievelijk het instellen en samenstellen van een constitutionele vergadering, veel steun van het volk.

Deze assemblee moet de grondwet herschrijven zodat afgerekend kan worden met de corrupte politieke elite in het Congres. Vooralsnog verloopt dit proces voor Correa naar wens. Wel loopt de populaire burgemeester van Guayaquil, de tweede stad van het land, zich steeds nadrukkelijker warm om de rol van oppositieleider op zich te nemen.

Dit zijn de redenen om het niet tot oorlog te laten komen:

Voor de ex-militair Chávez is het ontketenen van oorlog geen aantrekkelijke gedachte. Colombia is de grootste ontvanger van Amerikaanse militaire hulp buiten het Midden-Oosten. Hierdoor heeft het een veel sterker leger: ruim twee keer zoveel soldaten en een defensiebudget dat driemaal de omvang van het Venezolaanse heeft. Bovenal zou een oorlog voor Washington een prachtige aanleiding zijn om de fel anti-Amerikaanse Chávez nu eindelijk ook eens militair aan te pakken. Van Colombia is het al moeilijk winnen, maar tegen de VS zou Venezuela helemaal kansloos zijn.

Door de economische problemen in Venezuela zijn levensmiddelen en luxegoederen er steeds vaker niet of moeilijk te krijgen. Colombia is een belangrijke leverancier van zulke producten; oorlog of het langdurig sluiten van de grenzen zou deze handel ernstig belemmeren.

Voor de Colombiaan Uribe is dit net zo belangrijk. Venezuela is, na de Verenigde Staten, Bogotá’s belangrijkste handelspartner. Het neemt 11 procent van de Colombiaanse export af en deze handel groeide de afgelopen zeven jaar met 87 procent.

Vorig jaar, toen de relaties tussen Chávez en Uribe juist opbloeide, namen de twee landen bovendien een pijpleiding in gebruik. Colombia ging aardgas leveren aan Venezuela, dat het nodig heeft voor zijn grote olie-industrie. Op den duur, was de afspraak, zou Venezuela op zijn beurt Colombia van olie gaan voorzien.

Voor president Correa van Ecuador geldt dat hij sinds zijn aantreden in januari 2007 in zijn houding jegens Colombia al redelijk heeft moeten schipperen. Er bestaat in zijn land maatschappelijk ongenoegen over de honderdduizenden Colombiaanse vluchtelingen. En aan de noordgrens klaagt men dat het gif waarmee Colombia de cocavelden in de grenssteek besproeit, ook in Ecuador schade toebrengt aan mens en milieu.

Mede hierom loste Correa zijn campagnebelofte in dat de Amerikanen in 2009 niet langer welkom zouden zijn op een militaire basis bij de Ecuadoriaanse stad Manta, die ze nu nog intensief gebruiken bij hun ‘oorlog tegen drugs’ in Colombia.

Nu zijn grondgebied is getroffen door een luchtaanval, waarbij Amerikanen het Colombiaanse leger vermoedelijk hebben bijgestaan, moet Correa wel (even) fel uithalen. Maar Colombia is ook een belangrijke handelspartner, beseft hij: Ecuador betrekt alleen al circa 10 procent van zijn elektriciteit uit Colombia. Wordt het oorlog dan zou het licht zomaar kunnen uitgaan.

    • Merijn de Waal