Nederdino uit dozijn luizige botjes

Ook in Nederland liepen dino’s rond, blijkt uit vondst van botjes bij Maastricht.

Uit 26 botjes en tanden is een reconstructie gemaakt.

Reconstructie van een Nederlandse dino, met eendensnavel, duizend tanden en een kam op zijn kop. (Natuurhistorisch Museum Maastricht) Natuurhistorisch Museum Maastricht

Voor het eerst is een Nederlandse dinosaurus gereconstrueerd. Het beest ter grootte van een Indische olifant behoort tot de hadrosaurussen: dieren met een bek in de vorm van een eendensnavel, meer dan duizend (reserve)tanden en een kam op de kop. Het Natuurhistorisch Museum Maastricht stelt de hadrosaurus tentoon en paleontoloog Anne Schulp schreef er een boekje over.

Het is verrassend dat in ons grotendeels met klei bedekte land in de afgelopen anderhalve eeuw toch nog 26 dinobotjes en -tanden bijeen zijn gesprokkeld, in zeeafzettingen nog wel. Schulp denkt dat die restjes op één na toebehoren aan één of twee forse hadrosaurus-soorten. In de reconstructie is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de 26 dinobrokken uit de buurt van Maastricht. Concreet gaat het om een Nederlands scheenbeen, een dijbeen en een kuitbeen. Een middenvoetsbeentje was duidelijk te groot, maar een afgietsel ervan is een maatje verkleind en óók verwerkt. De rest van de dinobrokken was te groot óf te klein om te kunnen gebruiken.

Een hadrosaurus, gevonden langs de Chinees-Russische grensrivier de Amoer (een amurosaurus), is het hart van de reconstructie. Een Nederlands dijbeenstuk lijkt volgens Schulp ‘als twee druppels water’ op het amurosaurusdijbeen. De Nederlandse dino’s zijn hadrosaurussen, concludeert Schulp: „Dat zit geramd.”

Twintig van de 26 Maastrichtse hadrosaurusstukjes hebben onmiskenbaar aan een hadrosaurus toebehoord. „De andere stukjes zijn zodanig vermangeld dat je ze niet met zekerheid kunt thuisbrengen”, zegt Schulp.

De schedel was het moeilijkst te reconstrueren. Voor de reconstructie van de Nederlandse hadrosaurusschedel is daarom gebruik gemaakt van de Noord-Amerikaanse hadrosaurus Corythosaurus. „Over de schedel van de Nederlandse hadrosaurussen weten we heel weinig en juist die schedels waren heel gevarieerd”, zegt Schulp. „De omvang van de kenmerkende uitstulpingen bovenop de schedel varieert van kleine knobbeltjes tot uitzinnige uitsteeksels met krullen die over de rug naar achteren lopen.” In de reconstructie is gekozen voor een ‘bescheiden’ kam, ‘losjes’ gebaseerd op de kam van Corythosaurus.

Ten slotte kwam ook de recente ontdekking in North-Dakota van pas van een hadrosaurus-fossiel met huidafdrukken. Die afdrukken lieten zien hoeveel spiermassa eronder zat.

Schulp voorzag de Nederlandse hadrosaurus van zachte streepjes en een rode kam. Hij erkent grif dat de reconstructie een ingewikkelde puzzel is waarin her en der een foutje kan zitten. „Als paleontoloog heb je te maken met harde feiten, gefundeerde aannames en onderbouwd giswerk.”

Een wetenschappelijke naam heeft de Nederlandse hadrosaurus niet. In het Britse Natural History Museum zijn dij- en scheenbeenresten van een in Nederland gevonden hadrosaurus voorzien van het etiket Orthomerus dolloi, maar volgens Schulp is die naamgeving uit 1883 verouderd. „We zijn sinds die tijd verwend met een paar fatsoenlijke skeletten van hadrosaurussen”, zegt Schulp. „Dan moet je een paar luizige botjes uit Nederland geen naam willen geven.”

Anne Schulp, De Nederlandse Dino, Veen Magazines, 14,95 euro.De expositie ‘De Nederlandse dino’ is in het Natuurhistorisch Museum Maastricht

    • Michiel van Nieuwstadt