Het Rijk wordt horizontaal – nu de adviseurs nog

Nu de ambtelijke top de verkokering van de rijksdienst duchtig gaat aanpakken, moeten immer vernieuwende adviseurs niet op de rem gaan staan, vindt Wim Kuijken.

Roel in ’t Veld is de zoveelste belanghebbende in de rij van vaste adviseurs die de kabinetsplannen om de externe adviezen te verminderen aanvalt (Opinie & Debat, 1 maart). Aangezien de oorsprong van het kabinetsbesluit komt van de verzamelde Secretarissen-Generaal is een reactie op zijn plaats.

Voorop staat dat ik Roel in ’t Veld zeer hoog acht en waardeer als analyticus en adviseur. Juist daarom kan hij een weerwoord ongetwijfeld waarderen. De basis voor ons voorstel tot reductie van de externe adviezen en de bijbehorende organen, die de adviezen produceren, ligt in onze visie (2006) ‘In dienst van het Rijk’ (uitgewerkt in ‘de Verkokering Voorbij’, 2007). Wij zien een ontkokerde rijksdienst die over grenzen van beleidsvelden in staat is maatschappelijk vraagstukken beter en sneller aan te pakken. Die rijksdienst kan ook fors kleiner, met name in de Haagse beleidsfabriek. Horizontaal werkend i.p.v de verticale koker te benadrukken. Dat is de essentie van de Vernieuwing Rijksdienst, waar we zo hard aan werken als ambtelijke top en kabinet. De politieke partijen vroegen er ook om in hun programma’s.

Daar hoort wat ons betreft bij dat de externe (gevraagde en ongevraagde) adviezen zich ook breder en horizontaler manifesteren, strategischer zijn en een beetje minder in aantal worden.

Als we bijvoorbeeld in het fysieke domein, met een VROM-raad, een VenW-raad en een Raad Landelijk Gebied werken, kan het ons inziens beter en innovatiever door deze drie raden samen te voegen: krijgen we bredere adviezen over grenzen van beleidsterreinen en ministeries heen, die strategischer zijn en minder in aantal. Dat laatste kan heel goed, want er wordt erg veel geproduceerd. Op dat alles moeten de beleidsmakers weer reageren. Vaak zonde van tijd en geld en bijna altijd een verdediging van het staande beleid. Dat willen we graag doorbreken. Beter de aandacht voor de echt goede adviezen die verrassen, beleidsterreinen doorsnijden (bijvoorbeeld met oog op duurzaamheid) en innovatief zijn voor de beleidsvorming op langere termijn.

De vijf door In ’t Veld genoemde functies staan dus ook voor ons recht overeind. Maar we willen het een tikje slimmer. Het kost wel enkele vaste organen hun bestaan, maar geïntegreerd komen er interessantere opties in beeld. Een kleine vaste kern kan het bredere adviesorgaan besturen; secretariaten worden samengevoegd, kleiner en hoogwaardiger.

Deskundige adviseurs kunnen worden aangeroepen om mee te werken via bijvoorbeeld een registratie in een ‘kaartenbak’.

Waar wij als ambtelijke top voorop willen lopen in de vernieuwing, zal het toch niet zo zijn dat de altijd zo vernieuwende adviesorganen op de rem gaan staan. Toch?

Ik hoop dat de Tweede en Eerste Kamer het kabinet volgen in de vernieuwingsslag, ook wat betreft de externe adviesorganen. Wij hebben veel meer aan een kleiner aantal, naast de WRR en de SER, die innovatiever en integraler kunnen adviseren met oog op de langere termijn.

En In ’t Veld zal zijn advieskwaliteit kunnen blijven aanbieden, dus!

Wim Kuijken is voorzitter van de Secretarissen-Generaal.

Lees het artikel van In ’t Veld op www.nrc.nl/opinie