Groen is nu ook hét thema in China

Gisteren begon in Peking het Nationale Volkscongres.

Voor de drieduizend gedelegeerden uit het hele land een uitgelezen kans om te lobbyen bij de partijtop.

De boomlange burgemeester van de Noord-Chinese industriestad Fuxin vindt de drie uur durende state of the union van premier Wen Jiabao ook aan de lange kant. „Zo lang stil zitten is voor mij een hele uitdaging”, grijnst Hang Li-Guo in de wandelgangen van de Grote Hal van het Volk in Peking. Maar, zegt hij, het uitvoeren van alle plannen voor de tweede en laatste ambtstermijnen van president Hu Jintao en premier Wen mag pas echt „een kolossale uitdaging” genoemd worden.

Wen heeft gisteren ten overstaan van de bijna 3.000 volksvertegenwoordigers die het elfde Nationale Volkscongres vormen „zeer krachtige maatregelen” aangekondigd om milieuvervuiling en energieverspilling te bestrijden. De burgemeester van Fuxin moet het nog zien gebeuren.

Honderden verouderde kolengestookte energiecentrales, staal- en cementfabrieken en brouwerijen zullen gesloten worden. Ook zal in 36 van de 60 steden met meer dan vijf miljoen inwoners een „definitief” einde worden gemaakt aan het lozen van afval in rivieren, meren en het grondwater. Wen lanceerde het ene na het andere plan voor een Groen China. Burgemeester Hang vindt het prima, als Peking maar over de brug komt met nieuwe fabrieken en geld om afgedankte werknemers te compenseren.

Wens eveneens „krachtige maatregelen” om de economische groei van ruim 11 procent af te remmen om oververhitting te voorkomen, mogen hem minder bekoren. Maar dat kan hij als lokale partijleider niet zo direct zeggen. „Wij zijn in Fuxin heel erg trots op onze inspanningen om harder te groeien dan het landelijke gemiddelde. Er is bijna geen werkeloosheid meer. Dat moet zo blijven”, legt hij uit.

Die trots op de spectaculaire groeicijfers wordt gedeeld door veel vertegenwoordigers uit de afgelegen provincies. De enorme delegatie uit Shanghai mag dan uitweiden over technologische hoogstandjes om het rioolwater te zuiveren, ecodorpen en kunst op industrieterreinen, in Fuxin wordt de vraag actueel of de oude staalfabrieken en mijnen niet gesloten gaan worden als gevolg van het groene denken dat in China aan een opmars bezig is.

Burgemeester Hang gaat de twee weken dat het Volkscongres bijeen is dus vooral gebruiken om te lobbyen voor geld uit de begrotingen ‘Innovatie’ en ‘Wetenschappelijke ontwikkeling’. Dat zijn geldpotten met tientallen miljarden euro’s. Op die potentiële buit – ook verstopt in de begrotingen voor grote bouwprojecten, zoals honderden nieuwe vliegvelden en 8.000 kilometer nieuwe spoorlijnen – hebben ook de andere burgemeesters, districtshoofden en provinciegouverneurs hun oog gericht.

Voor de meeste volksvertegenwoordigers, die deze symbolische functie combineren met ‘harde’ bestuursbanen in de lokale en provinciale overheden of het leger, is het jaarlijkse Nationale Volkscongres de gelegenheid bij uitstek om te schmoozen met de topfunctionarissen van de communistische partij.

Tang Yuxing, vicegouverneur van Henan, kijkt geschrokken en afwerend als hij bij het theebuffet zomaar wordt aangeklampt door een buitenlandse journalist. Maar na enig aandringen wil hij wel kwijt dat hij dezer dagen maar één doel heeft: „Een drastische verlaging van de accijnzen op benzine en diesel.” Dat zal hem zwaar vallen, want er is maar één sector waar vrijwel alle belastingen afgeschaft zullen worden: de landbouw. De productie van varkensvlees, kip, granen en rijst moet koste wat het kost omhoog om de stijging van de voedselprijzen tegen te gaan. Inflatie in de voedselsector wordt beschouwd als het grootste probleem van dit moment, had ook Wen gezegd.

Voor bestuurlijke hervorming, meer democratie en een onafhankelijke rechtspraak lijken de volksvertegenwoordigers minder aandacht te hebben. Op een paar uitzonderingen na. Op de trappen van de Grote Hal van het Volk demonstreert een vrouw tegen corruptie en eist, voordat zij wordt afgevoerd, het aftreden van een provinciale topfunctionaris en meer democratie. En binnen is Ru Ki, een vertegenwoordiger van de stad Peking, wel bereid te zeggen dat er op democratisch terrein „veel ruimte is voor grote verbeteringen”.

Ru zit in de leiding van SINOOC, de grootste oliemaatschappij van China, en behoort tot de groep ‘rode kapitalisten’, die in de afgelopen zittingsperiode voor het eerst deel uitmaakten van het congres.

Hij zit op een bankje met een kopje thee en leest de speech van Wen. „We hebben in China veel bereikt, er is veel om trots op te zijn. De tijd is aangebroken om dit congres echte bevoegdheden te geven, want China is een zeer divers land en kan niet alleen vanuit Peking of Shanghai bestuurd worden.” De echte macht in China ligt niet bij het Volkscongres, maar bij de leiders van het politburo.

Op een bankje verderop ontstaat tumult als een jongeman in strakke spijkerbroek en met veel blingbling om zijn nek gaat zitten. Dat blijkt Liao Changyong, de Frans Bauer van China. Hij wordt omringd door opgewonden vrouwelijke legerofficieren en verslaggeefsters van CCTV, die even uit hun rol vallen en zijn handtekening vragen. Ru ziet het glimlachend aan: „Ik zei toch, dit is een divers land en dit circus moet echte bevoegdheden krijgen.”

    • Oscar Garschagen