‘Fondsbestuurders die tekortschieten moeten weg’

Dat de kredietcrisis flink huishoudt onder banken en verzekeraars is bijna dagelijks nieuws. Maar hoe is uw pensioen eraan toe? Vraaggesprek met de toezichthouder, de centrale bank.

Toezichthouder Joanne Kellermann: „Het lijkt erop dat de rechtstreekse verliezen op de subprime-leningen beperkt zijn.” Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 05-03-2008 Joanne Kellerman, Eecutive Director van de Nederlandse Bank Eurosysteem PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Nu is het menens. De afgelopen jaren hebben degenen die toezicht houden op de banken, verzekeraars en pensioenfondsen geoefend met rampspoedscenario’s.

Wat zou er gebeuren ...

...Als de beurskoersen 20 procent dalen?

...Als de rente een vol procentpunt daalt?

Nu is het zover.

Zomer vorig jaar brak de kredietcrisis uit. Banken vingen de eerste klappen op. Een tiental Amerikaanse en Europese banken leed elk een miljard euro of meer aan stroppen op tweederangshypotheken, de zogeheten subprimes, en op aanverwante effecten. In Duitsland en het Verenigd Koninkrijk moest de overheid banken redden van faillissement. In Nederland gaven aandeelhouders de zakenbank NIBC een kapitaalinjectie.

Verzekeraars, zoals de Amerikaanse gigant AIG, volgden op enige afstand de banken met stroppen. Nederlandse banken en verzekeraars als ING, Rabobank en Aegon hebben beperkte schade gerapporteerd.

De financiële crisis zal ook een bres hebben geslagen in de reserves van de pensioenfondsen. Schrok de toezichthouder?

„Het lijkt erop dat de rechtstreekse verliezen op de subprimeleningen beperkt zijn,” zegt Joanne Kellermann (1960), sinds 1 november 2007 directeur toezicht pensioenfondsen en verzekeraars van De Nederlandsche Bank (DNB). Zij werkt al drie jaar bij DNB, als chef-jurist, en zat daarvoor bij advocatenkantoor NautaDutilh. Toen de kredietcrisis uitbrak wilde Kellermann zo snel mogelijk weten hoeveel ‘besmette’ leningen in de beleggingsportefeuilles zaten. Zij is gerustgesteld. Maar: „Ik was natuurlijk liever begonnen zonder financiële crisis.”

Pensioenfondsen met te weinig reserves moeten zich melden. Loopt het storm?

„Volgens onze berekeningen zou zo'n 10 procent van de pensioenfondsen een reservetekort moeten hebben. Maar alle meldingen daarvan zijn nog niet binnen.”

Hoe gaat dat dan verder?

„Ze moeten een herstelplan indienen. Ze hebben wettelijk een termijn van vijftien jaar om een probleem op te lossen. Wie een echt dekkingstekort heeft mag er maar drie jaar overdoen. Pensioenfondsen moeten een lange horizon hebben, dat is hun taak, dus zij hoeven niet bij elk golfje de tanker direct op een andere koers te zetten. Maar het is onze taak om zekerheid te hebben dat pensioenfondsen weten wat ze doen, dat zij in control zijn. Gezien de beweeglijkheid van de markten en de rente verwacht ik ook dat zij wat vaker naar hun financiële positie kijken dan eens per kwartaal.”

Hoe kom je uit de sores? De pensioenpremies zijn al hoog, risicovermindering met beleggen staat haaks op de noodzaak rendement te maken en je personeel wil geen versobering van hun pensioen.

„Dit zijn geen leuke dingen voor de mensen, dat begrijpen wij ook wel. Maar de zaak op zijn beloop laten? Dat kan ook niet. Pensioenfondsen moeten buffers hebben voor tegenslagen zoals deze.”

Werkgevers steunen en kreunen nu al over de hoge pensioenpremies.

„O, het zou me niet verbazen als er weer een roep komt om de regels te versoepelen. Ik kan alleen maar zeggen dat De Nederlandsche Bank de wet niet maakt, maar hem uitvoert. De pensioenfondsen hebben de instrumenten, zij kunnen hun risico’s van een rentedaling afdekken, dat hebben vele fondsen ook gedaan. We moeten de bordjes niet verhangen als het tegenzit, dat doen we ook niet als het meezit.”

De beursmalaise van 2001-2003 trof de pensioenwereld hard. Toen kampten meer dan 200 fondsen met een reservetekort. De overeenkomst met toen: dalende rente, een sfeer van onzekerheid en pessimisme. Pensioenen werden versoberd. Nieuwe regels voor financieel toezicht ingevoerd. De pensioenfondsen zijn niet alleen zoals vroeger kwetsbaar voor koersverliezen en beleggingsstroppen, maar ook voor een rentedaling. Wat er nu gebeurt is dan ook een test voor dat nieuwe ‘spoorboekje’, het zogeheten Financieel Toetsingskader (zie: Dekkingsgraad).

Wat is voor u het verschil met de vorige crisis?

„Wij weten nu veel beter hoe de pensioenfondsen er voor staan. Wij kunnen bij wijze van spreken op dagbasis zien hoe de financiële positie van het totaal van de fondsen eruit ziet. Ten tweede denk ik dat we echt in een andere situatie zitten dan toen. Veel fondsen hebben de risico’s van renteveranderingen geheel of gedeeltelijk geneutraliseerd. Dat heeft hen de afgelopen jaren wel rendement gekost, maar helpt ook om hun financiële positie op een adequaat peil te houden. En wat de somberheid betreft: iedereen was in drie, vier jaar uit de problemen. Veel sneller dan verwacht.”

De topbeleggers van de twee grootste fondsen, ABP en PGGM, zeiden vorige maand dat hun grootste professionele zorg de (verwachte) inflatie is. Is dat ook uw grootste zorg?

„Nee. Het woord inflatie duikt wel steeds meer op. Maar de verslechterde financiële positie van pensioenfondsen is mijn hoogste prioriteit.”

Die verslechtering is deels het gevolg van gedaalde rente. En die is op haar beurt weer een consequentie van het beleid van centrale banken om de financiële crisis te bestrijden. Een bestuurder van een prudent pensioenfonds zal zeggen: oneerlijk dat die roekeloze banken die de crisis hebben veroorzaakt mij nu ook in problemen brengen.

„De rentedaling deed zich in het begin van de eeuw ook voor, maar niet iedereen is het ermee eens dat er een correlatie is tussen een beursdaling en een rentedaling. Voor ons is de basis dat pensioenfondsen er bovenop zitten en hun eigen risico’s kennen.”

Zítten zij er ook bovenop?

„Dat laat nog wel eens te wensen over. Voorbeeld: we hebben een nieuwe kwartaalrapportage ingevoerd, zodat we eerder betere informatie krijgen. Maar toen dat op uur U bij ons moest binnenkomen dit jaar, kregen we maar van de helft van de pensioenfondsen de cijfers. Dat is gewoon te weinig. We hebben nog geen boetes opgelegd aan de helft die te laat was. Maar rapportage is geen kabbelend meertje. Ik wil gewoon die cijfers. Ander speerpunt: bevordering van de deskundigheid van bestuurders van pensioenfondsen. De fondsen gebruiken nieuwe financiële instrumenten, het toezicht dat zij intern moeten hebben verandert, ze zullen eens in de drie jaar door een visitatiecommissie beoordeeld worden, er is best tijd om dat in te voeren, maar bij onze tussenmeting eind vorig jaar bleek dat er nog een hoop moest gebeuren. Wat veel pensioenfondsen ook niet hebben is regelmatige eigen evaluatie. We zijn op de goede weg, maar als bestuurders te weinig progressie boeken, dan zullen de fondsen ook zelf moeten inzien dat er maar een consequentie kan zijn: aftreden. We willen ons niet concentreren op het wegsturen, maar het is het natuurlijke sluitstuk van onvoldoende voortgang in scholing en opleiding.”

Dat zal de sector niet leuk vinden. Niet één bestuurder is ooit afgetreden wegens de pensioencrisis van 2001/2003.

„Lang niet alle pensioenfondsen worden volledig door professionals bestuurd, er zijn er ook veel waar vrijwilligers en aangewezen vrijwilligers de touwtjes in handen hebben.”

Die combinatie van vrijwilligers, achterstand in goed bestuur en 700 miljard euro: moet Nederland zich zorgen maken?

„Nederland is buitengewoon succesvol geweest. We hebben die 700 miljard euro pensioengeld toch maar mooi bij elkaar gespaard. Maar de wereld is complexer geworden en het verleden is geen garantie voor de toekomst.”

Voor meer over de kredietcrisis zie nrc.nl/kredietcrisis