Europa’s nucleaire comeback

Kernenergie is terug in Europa. Britten, Duitsers, Finnen, Roemenen – ze bouwen centrales of zijn het van plan. Het vermindert de afhankelijkheid van olie.

Terwijl kernenergie vrijwel overal in Europa – en daarbuiten – een comeback lijkt te maken, raken de gemoederen over het onderwerp in Nederland steeds meer verhit.

Minister Cramer (Milieu, PvdA) vindt dat er nog steeds te veel problemen zijn met de veiligheid en de verwerking van radioactief afval. Zij wil daarom wachten tot een nieuw type kerncentrale beschikbaar is, de zogenoemde vierdegeneratiecentrales. In 2030 zijn die mogelijk beschikbaar.

Centrales van dit type produceren fundamenteel minder afval, omdat een deel ervan gerecycled wordt. Het afval blijft bovendien minder lang radioactief. In het Finse Olkiluoto wordt momenteel een zogeheten derdegeneratiekerncentrale gebouwd, de European Pressurized water Reactor (EPR). Zulke centrales zijn veel veiliger dan de bestaande, maar ze produceren nog steeds veel afval.

Opvallend is dat in het Verenigd Koninkrijk de regering-Brown onlangs juist zei dat zij nieuwe kerncentrales wil bouwen, waarschijnlijk van het type drie. De Britten kwamen daarmee terug van een besluit dat de Labourregering van Browns voorganger Blair in 2003 had genomen om kernenergie langzaam uit te faseren. Reden: het Verenigd Koninkrijk kon zo de afhankelijkheid van energie uit het buitenland verminderen, én kernenergie helpt de uitstoot van het broeikasgas CO2 terug te dringen. Kernenergie is in dat opzicht een schone vorm van energie.

En in Duitsland is kernenergie een belangrijk onderwerp bij de Bondsdagverkiezingen van 2009. Ook daar werd in het verleden besloten de kerncentrales op termijn te sluiten, maar de christen-democratische bondskanselier Angela Merkel wil dat besluit terugdraaien – tegen de zin van coalitiepartij SPD. In Roemenië en Bulgarije worden nieuwe kerncentrales gebouwd. In de Baltische Staten zijn vergevorderde bouwplannen en in Zwitserland en Italië wordt kernenergie serieus heroverwogen. Frankrijk omarmde de technologie jaren geleden al – zo’n 80 procent van de energievoorziening komt van kerncentrales.

De renaissance van kernenergie in deze landen komt, net als in het Verenigd Koninkrijk, vooral door de klimaatproblematiek. Kerncentrales stoten geen CO2 uit en zijn een goede manier om de klimaatdoelstellingen te halen. Verder geldt eveneens dat men niet afhankelijk wil zijn van wispelturige leveranciers van fossiele brandstoffen. Begin 2006 werd door het Russische staatsgasbedrijf Gazprom de gastoevoer naar Oekraïne afgesloten, volgens Gazprom wegens een prijsconflict. In Europa werd dit echter uitgelegd als politieke druk van Moskou. Rusland zou Oekraïne hebben willen straffen voor zijn nieuwe westerse koers.

Ook in Nederland leek het taboe op kernenergie overigens enige tijd doorbroken. Eerder besloot het kabinet dat de enige resterende kerncentrale, in het Zeeuwse dorpje Borssele, langer open mocht blijven. Oorspronkelijk zou de centrale in 2013 dichtgaan, maar dat is uitgesteld tot 2033. Ook wordt er onderzoek gedaan naar vijf locaties voor nieuwe kerncentrales. Uit een gezamenlijk onderzoek van het Energieonderzoek Centrum Nederland en het Natuur en Milieu Planbureau uit 2006 bleek dat het vrijwel onmogelijk was om zonder kerncentrales de klimaatdoelstellingen (20 procent minder CO2-uitstoot in 2020 ten opzichte van het niveau in 1990) te realiseren.

Maar het debat lijkt nu dus weer in alle hevigheid ontbrand. Het schrikbeeld van Tsjernobyl, waar in 1986 een meltdown zorgde voor fall-out van radioactieve deeltjes in grote delen van Europa, staat bij veel mensen nog haarscherp op het netvlies.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Tsjernobyl

In het artikel Europa’s nucleaire comeback (6 maart, pagina 3) staat dat de kernramp in Tsjernobyl veroorzaakt werd door een meltdown . Dat is niet juist. Dit kwam door een grafietbrand.

    • Chris Hensen