En Colombia is er blij mee

In Colombia zelf heeft het incident van zaterdag al het gewenste effect.

De bevolking juicht het leger toe, en daarmee ook de president.

Een onbesuisde actie met verstrekkende gevolgen of een meesterzet, op weg naar een veiliger samenleving?

In Colombia is de aanval van het leger, het afgelopen weekend, op Colombiaanse guerrillastrijders in buurland Ecuador goed gevallen. Eindelijk had het leger een grote vis gevangen: bij de actie kwam de tweede man om: Raúl Reyes, van de Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC).

Hoewel de regio nu in een crisis is geraakt, was er in Colombia (42 miljoen inwoners) de afgelopen dagen vooral applaus voor het optreden van het leger. Uit opiniepeilingen bleek dat het overgrote deel van de bevolking de actie steunde. Zelfs de linkse oppositiepartijen, doorgaans felle critici van de conservatieve president Uribe, onthielden zich van hun gebruikelijke scherpe kritiek.

Buiten Colombia waren de reacties anders. Ecuador en Venezuela hebben de diplomatieke banden met Colombia verbroken en troepen naar de grens gestuurd.

„Maar voor Colombianen gelden andere zaken. Die zijn moe van veertig jaar burgeroorlog en onveiligheid. De actie wordt gezien als een gevoelige slag voor de guerrillabeweging”, zegt Nicolas Urrutia, veiligheidsanalist van Fundacion Ideas para la Paz in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá.

Reyes was jarenlang onaanraakbaar en gold als een hardliner van de FARC, de van oorsprong militaire vleugel van de Colombiaanse communistische partij. De groepering staat op de lijst van terroristische organisaties van de Europese Unie. Urrutia: „Uribe heeft het land veiliger gemaakt, maar heeft nog nooit een echt kopstuk van de FARC kunnen vangen. Nu dus wel.”

Voor de buitenwereld komt de aanval onverwacht. Vorige maand en in januari had de beweging nog vijf gijzelaars vrijgelaten, na bemiddeling door de Venezolaanse president Chavez. Een van de onderhandelaars namens FARC was Reyes. De vrijlatingen werden gezien als een toenaderingspoging van de FARC, die de afgelopen jaren is afgezwakt, mede als gevolg van deserterende strijders. Hoop was er ook dat de zieke Ingrid Betancourt, de voormalige presidentskandidaat van Franse afkomst, na zes jaar vrij zou komen. Deze week liet de Franse president Sarkozy zich teleurgesteld uit over het optreden van de Colombiaanse regering.

Maar de Colombianen redeneren anders. De FARC houdt het land nu al ruim 40 jaar in een houdgreep, leeft van ontvoeringen en cocaïnehandel. De recente vrijlatingen van politieke gevangenen hebben hooguit symbolische betekenis. Nog altijd heeft de organisatie zo’n 700 mensen in gevangenschap.

Sarkozy mag zich dan hebben ingezet voor de vrijlating van Ingrid Betancourt, of zij echt op korte termijn vrijkomt, wordt sterk betwijfeld. Voor de FARC heeft Betancourt een belangrijke waarde. Zij houdt de aandacht op de organisatie gevestigd. Zonder haar zijn de problemen met de FARC en de gegijzelden vooral een binnenlandse, Colombiaanse, kwestie, ver weg in Latijns-Amerika.

Volgens Urrutia hoeft de uitschakeling van Reyes ook niet alleen maar negatieve kanten te hebben. Reyes stond bekend als een onbuigzame onderhandelaar. Zijn positie binnen de FARC zal door een ander worden overgenomen en dat kan toekomstige onderhandelingen makkelijker maken.

Urrutia: „De regering Uribe zal militaire druk blijven uitoefenen op de FARC, daarnaast staat zij open voor onderhandelingen. De actie past dus in het beleid van de regering. Wat opvalt, is de reactie van Chavez. Met het sturen van troepen naar de grens lijkt hij te erkennen dat de FARC ook onderdak vindt in Venezuela.”

    • Philip de Wit