De grens is elke dag een probleem in Baarle

Ondanks voortschrijdende Europese integratie blijven grenzen bestuurlijk bestaan. Minister Ter Horst wil de problemen die dit oplevert aanpakken.

De vondst van een lijk in een leegstaand gebouw dat precies op de grens van Nederland en België staat, zorgde twee weken geleden in het Brabantse Baarle-Nassau voor een ingewikkelde situatie. Het was onduidelijk wie bevoegd was sectie te verrichten. Uiteindelijk bleek dat de Nederlandse justitie te zijn, de dode vrouw lag in het Nederlandse deel.

De jurisdictie in Baarle-Nassau, de situatie van grenspendelaars uit Goes en het Overijssels openbaar vervoer zijn voorbeelden van praktische problemen die door Nederlandse provincies naar Den Haag zijn verstuurd. Deze pijnpunten, veroorzaakt door het bestaan van de grens met België en Duitsland, maken deel uit van een groter probleemlijstje dat alle Nederlandse grensprovincies aankaarten bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.

De lijstjes zijn een eerste stap in het akkoord dat minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) en staatssecretaris Frans Timmermans (Europese Zaken, PvdA) eind januari sloten met grensprovincies, gemeenten en de zes Eu(ropese)regio’s. Daarin beloofden zij knelpunten die grensoverschrijdende samenwerking bemoeilijken aan te pakken. Dit moet „onnodige belemmeringen” wegnemen.

Werken over de grens, openbaar vervoer, onderwijs en verschillen in milieu- en bouwregels worden, in een soms nog voorlopige versie van het knelpuntenlijstje, door de acht betrokken Nederlandse provincies het meest genoemd als probleem.

Zo deinzen Zeeuwen er voor terug om over de grens in Vlaanderen aan de slag te gaan wegens de administratieve rompslomp waar zij dan mee te maken krijgen, zeggen de Noordelijke provincies dat de aansluiting op en erkenning van elkaars onderwijssystemen in Nederland en Duitsland niet in orde is en lijdt het openbaar vervoer in de grensstreek van Overijssel, Gelderland en Noord-Limburg onder bezuinigingen aan de Duitse kant. De provincie Noord-Brabant noemt ook een heel specifiek knelpunt: Baarle-Nassau.

In dit Nederlandse dorp van zevenduizend inwoners bevinden zich 22 stukjes België, van de gemeente Baarle-Hertog. De grens in Baarle loopt soms dwars door huizen, straten en winkels. Wit beschilderde tegels verdelen kruispunten in een gedeelte ‘NL’ of ‘B’ en de postbode ziet aan de rood-wit-blauw of zwart-geel-rood beschilderde bordjes met huisnummers aan welke kant van de grens een huis staat.

De burgemeester van het Nederlandse deel van Baarle is Jan Hendrikx. „Bestuurlijk en juridisch scheidt de grens Baarle-Nassau en Baarle-Hertog, maar in de praktijk moeten we elke dag problemen oplossen”, vertelt Hendrikx in zijn ambtswoning. Door de samensmelting van de gemeenten is bij het aanleggen van een weg of onderhoud van riolering altijd overleg nodig. „Als wij een weg willen opknappen, maar Baarle-Hertog niet, dan hebben we een probleem”, zegt de burgemeester.

Hendrikx legt uit dat de twee Baarles vaak noodgedwongen voor een pragmatische aanpak kiezen, maar dat de samenwerking juridisch niet is afgedekt. Baarle-Nassau en Baarle-Hertog hebben bijvoorbeeld een gezamenlijk inzamelpunt voor afval. Dat betekent dat chemisch afval zonder vergunning de grens over gaat. Ook ontvangen inwoners van Baarle-Nassau Belgische commerciële zenders die in Nederland niet zijn toegestaan. De burgemeester: „Of stel dat een Nederlandse verkeersregelaar in Baarle-Hertog, België dus, wordt aangereden door een Belgische automobilist. Dan is die persoon niet verzekerd; verkeersregelaars hebben geen bevoegdheden over de grens. Dat is toch niet uit te leggen?”

De lijstjes met knelpunten, waarvan Baarle-Nassau volgens Hendrikx „een extreem voorbeeld” is, moeten in mei leiden tot een gezamenlijke Nederlandse agenda en in het najaar tot overleg met België en Duitsland.

Bij de ondertekening van het akkoord behandelde Ter Horst de grensproblematiek. „In de geschiedenis van Europa zijn we op een bijzonder punt aanbeland. De fysieke grenzen vervagen, maar de bestuurlijke, juridische en praktische grenzen kunnen nog knap hinderlijk zijn”, zei de minister. Ze gaf daarbij als voorbeeld dat reizigers die van Nijmegen naar het Duitse Kleef willen met de fiets een uur onderweg zijn, met de auto een half uur, en met de trein drieënhalf uur.

Volgens Ben Hoetjes, hoogleraar regiobestuur in internationaal perspectief aan de Universiteit Maastricht, staat de grensproblematiek vaak ver van Den Haag af. Grensoverheden denken dat zij alles zelf moeten doen en hebben weinig vertrouwen in de bestuurders op het Binnenhof. Of, in de woorden van de burgemeester van Baarle-Nassau: „Dat het kabinet de grensproblematiek wil aanpakken, hebben wij vaker gehoord. En iedere keer hopen we weer dat het gebeurt.”

Hoetjes vindt dat de grensoverheden „van het momentum gebruik moeten maken om praktische problemen aan te wijzen”. Met een minister die burgemeester is geweest van Nijmegen (Ter Horst) en een staatssecretaris, Timmermans, die uit de grensregio komt is het volgens de hoogleraar „niet toevallig” dat er nu aandacht is voor grensgemeenten en grensprovincies.

„Bestuurlijke problematiek aan de grens wordt ook steeds minder bijzonder. Grenspendelaars kunnen tegenwoordig in Amsterdam wonen en in Antwerpen werken”, vertelt Hoetjes. Een voetbalevenement in Rotterdam kan volgens hem profiteren van afspraken die er aan de grens zijn gemaakt, bijvoorbeeld op het gebied van politiesamenwerking. „Door de Europese integratie is heel Nederland een grensregio geworden.”