Chinezen kunnen best thuis olie zoeken

De Chinese staatsoliebedrijven ondervinden problemen bij hun internationale expansie. De Grote Drie – CNPC (PetroChina), Sinopec en Cnooc – moeten opboksen tegen westerse oliemaatschappijen met meer ervaring, betere technologie en sterkere politieke banden met olie-exporteurs. Maar hun beste kans om olie te vinden zou wel eens recht onder hun voeten kunnen zitten. De olie- en gasvondsten in China nemen toe naarmate de technologie verbetert. Het zou verstandiger kunnen zijn een groter deel van hun grote oorlogskassen aan boringen in China zelf te besteden, in plaats van de strijd met de westerse reuzen op te zoeken.

De Grote Drie hebben het zeker niet makkelijk gehad, sinds ze tien jaar geleden op het toneel verschenen. Afgezien van de succesvolle overname van PetroKazakhstan door PetroChina in 2004 is het sluiten van transacties lastig gebleken. Veiligheidsoverwegingen hebben de overname voor 18,5 miljard dollar (12,1 miljard euro) van het Amerikaanse olieconcern Unocal door Cnooc tegengehouden. En soortgelijke zorgen torpedeerden vorig jaar de overname van de Argentijnse bezittingen van het Spaanse olieconcern Repsol voor 20 miljard dollar (13 miljard euro).

De Grote Drie zijn ook niet erg succesvol geweest in het sluiten van productiecontracten met buitenlandse mogendheden. Op grond van historische conflicten zijn de Chinese olieconcerns niet welkom in Rusland. Ze hebben weinig invloed in het Midden-Oosten, waar westerse bedrijven als Exxon en BP al tientallen jaren actief zijn. En waar ze wel contracten in de wacht wisten te slepen, is de weg bepaald niet vlak geweest. Overeenkomsten die vier jaar geleden met Iran werden gesloten, moeten nog van de grond komen. En net toen CNPC op het punt stond te beginnen met de exploitatie van zijn Orimulsion-project in Venezuela, werd het door president Hugo Chavez genationaliseerd.

Maar terwijl het in het buitenland niet voor de wind ging, hadden de Grote Drie meer geluk met hun activiteiten in de eigen achtertuin. China is de vijfde olieproducent ter wereld en pompt meer olie omhoog dan Canada of Koeweit. En terwijl de olieproductie in het Westen over haar hoogtepunt heen is, is die in China sinds 2000 met 17 procent toegenomen.

Die groei zou kunnen versnellen als de Grote Drie meer in technologische verbeteringen in het binnenland zouden investeren. Daar liggen zowel landinwaarts als voor de kust grote nieuwe reserves te wachten. De olieproductie in het Tarim-basin in westelijk China staat bijvoorbeeld nog in de kinderschoenen. Het enorme veld omvat naar schatting 44 miljard vaten olie, hetgeen overeenkomt met 17 jaar consumptie.

Chinese geologen verwachten dat door toepassing van nieuwe technieken grote hoeveelheden olie en gas ontsloten kunnen worden, die nog niet zo lang geleden werden afgeschreven. Omdat de Grote Drie aanzienlijke kostenvoordelen genieten als ze in eigen land opereren – ze kunnen immers olie produceren voor zo’n 12 dollar per vat – zou dat méér winst betekenen voor de aandeelhouders en veel minder politieke problemen voor de uiteindelijke baas van de Grote Drie, de Chinese regering.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com

    • Cyrus Sanati