Als Randy Amerika doet, dan neem ik Europa

Gitarist Marcel de Groot, Maarten van Roozendaal en bassist Egon Kracht Foto Jaap Reedijk Reedijk, Jaap

CabaretHet Wilde Westen, door Maarten van Roozendaal. Tournee t/m 17/5. ****

„Bel mijn vriendje Randy dat ik kom”, zingt Maarten van Roozendaal in het openingslied van zijn nieuwe voorstelling. Randy Newman is een van zijn grote voorbeelden – en in dit eerste nummer doet hij hem een voorstel: als Newman „een beetje een confronterend liedje, en dan met humor en gevoel” maakt over wat er in de VS allemaal anders moet, is Van Roozendaal bereid Europa voor zijn rekening te nemen. Dan komt het zeker goed.

Het Wilde Westen heet zijn programma en dat is vooral in de muziek goed te horen. Americana, van country via blues tot rock, zet de toon in de voorstelling. Mede dankzij zijn vaste begeleiders: gitarist Marcel de Groot en contrabassist Egon Kracht, die af en toe ook mooi romig meezingen. In minstens twee liedjes harmoniëren ze gedrieën zo welluidend dat Crosby, Stills, Nash & Young zich er niet voor zouden hebben geschaamd.

Van Roozendaal voegt er echter steeds iets hoogst eigens aan toe. In zijn formuleringen, bijvoorbeeld. „Misschien val ik jou ten deel”, zingt hij in een nummer over geluk. In een romantisch on the road-liedje rept hij van „een zwaluw die zomeren wil”. En hij brengt bovendien een verhalend lied over een begrafenis dat door de vele verrassende wendingen langdurig leuk blijft. Zijn nieuwe repertoire lijkt op het eerste gezicht minder misantropisch dan het wel eens is geweest, al is de satirische scherpte nooit ver weg.

Het door Eva Bauknecht geregisseerde programma wordt geafficheerd als een theaterconcert. Muzikaal cabaret is een betere aanduiding. Het biedt van beide het beste.

    • Henk van Gelder