Woekerende hoogten

Twee miljard euro. Zo hoog is de som die de verzekeringsbranche zal moeten uittrekken om gedupeerden van de ‘woekerpolissen’ te compenseren. Dat is in ieder geval het voorstel van de Ombudsman Financiële Dienstverlening, Jan Wolter Wabeke. Het bedrag, waaraan sommige verzekeraars zich inmiddels goeddeels bij lijken te hebben neergelegd, zal het hoogste worden dat in Nederland ooit als schadevergoeding aan consumenten wordt uitgekeerd. Maar is het genoeg?

In de afgelopen vijftien jaar zijn er rond de 6,5 miljoen financiële producten verkocht waarbij een verzekering aan een belegging is gekoppeld. Dat zijn bijvoorbeeld lijfrentes, pensioenverzekeringen, maar vooral beleggingshypotheken. Vorig jaar bleek uit onderzoek dat verzekeraars zulke hoge kosten in rekening hebben gebracht dat de beoogde eindopbrengst, bijvoorbeeld het bedrag om de hypotheek af te lossen, vaak alleen kan worden gehaald als de belegging onwaarschijnlijk hoge resultaten heeft geboekt.

Grote boosdoener zijn de in rekening gebrachte kosten, die op kunnen lopen tot vijf procent van de inleg. De ombudsman vindt dat de kosten hooguit 2,5 procent mogen bedragen. Dat is al vrij hoog. Omdat ook de consument beter had moeten weten, en de overheid en tussenpersonen niet geheel vrijuit gaan, stelt hij dat alleen de kosten boven de 3,5 procent moeten worden gecompenseerd. Vandaar de twee miljard euro, op een schade die door vertegenwoordigers van gedupeerde polishouders overigens meer dan tweemaal zo hoog wordt geschat. Met zulke bedragen is het altijd uitkijken. Als het compensatiegeld pas aan het einde van de looptijd van alle contracten wordt uitgekeerd, dan is het in euro’s van nu veel minder waard dan het lijkt.

Het is bovendien de vraag of de consument beter had kunnen weten. Beleggen brengt risico’s met zich mee. Dat veel klanten hebben belegd zonder het te weten, is een argument dat geen hout snijdt. Maar in een bijsluiter had wel duidelijk moeten worden vermeld dat het rendement zeer waarschijnlijk onvoldoende zou zijn om het doel te halen.

De ‘woekerpolis’ blijft een voorbeeld van hoe de verzekeringsbranche bewust of onbewust te onduidelijk is geweest met het verstrekken van relevante informatie.

Het is begrijpelijk dat vertegenwoordigers van consumenten niet tevreden zijn met de hoogte van het schadebedrag, of de manier waarop de compensatie wordt afgehandeld.

De Ombudsman heeft kennelijk het onderste uit de kan weten te halen op basis van vrijwillige onderhandelingen met de verzekeringsbranche. Dat is knap. Verder zal hij ook niet kunnen gaan. Het lijkt er niettemin op dat de woekerpolis-kwestie nu alsnog in een fase belandt waarin de handschoenen uit gaan en het gevecht zich naar de rechter verplaatst. Dat is jammer, maar gezien het resultaat niet onbegrijpelijk. Klanten moeten kritisch zijn en hebben een eigen verantwoordelijkheid. Maar ze moeten er in een volwassen economie ook op kunnen vertrouwen dat zij door hun verzekeraar niet moedwillig worden opgelicht.