Weelderige, wulpse vormen

De in Spanje geboren Dora Dolz probeerde met haar kleurrijke werk warmte toe te voegen aan de grauwheid van Nederland.

Dora Dolz in 2006 Foto Vincent Mentzel, NRC Handelsblad Dora DOLZ,beeldend kunstenaar. foto & © VINCENT MENTZEL ==F/C==Rotterdam, 7 februari 2003 Mentzel, Vincent

„Je moet die frisse kleuren hebben, anders verdwijnt alles in die erwtensoep”, zei beeldend kunstenaar Dora Dolz begin jaren negentig in een interview. Kleur, warmte en een overdaad aan weelderige, wulpse vormen typeren het werk van Dolz, die zaterdag op 66-jarige leeftijd overleed. In 1965 verruilde ze haar geboorteland Spanje voor ons kikkerland, omdat haar man bij de beroemde econoom Tinbergen wilde promoveren. „Als je hier naar buiten kijkt is het zo grauw”, zei ze eens. Daar moest ze, met de inzet van haar hele wezen, iets tegenoverstellen.

In haar grote huis aan de Heemraadsingel in Rotterdam struikelde je over de door haar ontworpen tapijten met hun slingerende plantenmotieven. In grote stellages waren haar theatrale glazen vorstenkronen en bolle spiegels opgesteld, die zij volgens haar aanwijzingen in glasateliers in Murano en Tsjechië liet blazen. Aan het plafond hingen haar lampen, gevormd uit de meest uitzinnige glazen uitstulpingen. Overal stonden schalen, kandelabers, vazen met weelderige vruchtenmotieven en terugkerende symbolen: de waaier, de slak, de druiventros, de meloenschijf. Deze motieven had ze eerder ontwikkeld in haar schilderijen, waarin zij ze plaatste op tafels – als gewijde altaren.

Dolz werd in 1941 geboren in Barcelona, waar haar vader een winkeltje had op de rommelmarkt van de Dos de Maio. Vele malen keerde ze terug naar Spanje, om mee te lopen in de processies van de katholieke kerk. Ze schilderde er de heiligen, in hun mantels met lelies – werk dat zowel postmodernistisch is te noemen, als echt, of kitscherig. In Nederland exposeerde Dolz deze schilderijen in de gotische kerken van Deventer en Veere, zodat die voor even de heidense pracht van het katholieke geloof kenden. Op de feesten die Dolz thuis gaf, zong ze met haar hese stem de melancholieke liederen uit haar jeugd. Zoals het lied van de ‘Chaise longue’, dat ze van haar vader leerde. Het werd door haar goede vriend Jules Deelder op scabreuze wijze in het Nederlands vertaald.

Door heel Nederland kan men haar uitbundige monumentale meubels in keramiek aantreffen, als verdwaalde tekens van Gaudiëske hilariteit. Ze kreeg diverse Nederlandse prijzen. Maar haar grote kunstwerk was haar uitbundige leven, dat gelukkig nog op tijd door haar dochter, cineaste Sonia Herman Dolz, werd vastgelegd. In de prachtige documentaire Portrait of Dora Dolz uit 2006, nu te zien in Museum Boijmans Van Beuningen op een bescheiden overzichtstentoonstelling van Dolz’ werk, komen al die belangrijke aspecten uit haar leven voorbij: haar kinderen en kleinkinderen, haar kookkunst, haar warmte en haar onvervulde verlangens.

    • Willemijn Stokvis