Wat is de oorsprong van het fenomeen ‘trouwen’?

Laatst sprak Nancy van den Berg uit Rijnsburg met haar vriend over trouwen. Dat het zo’n onzin is om zwart op wit te zetten dat ze van elkaar houden. Dat het nog veel geld kost ook. Toch bleef één vraag hangen: waar komt het fenomeen trouwen vandaan?

Uit liefde? Dat niet. Het huwelijk was eeuwenlang vooral een economisch contract en de liefde bewaarde je voor minnaars, zo schrijft de Amerikaanse hoogleraar Stephanie Coontz in Marriage, a History (2005).

In hogere klassen was het huwelijk vroeger een soort fusie tussen twee bedrijven. Van belang was in welke schoonfamilie je trouwde en, voor de bruidegom, hoe groot de bruidschat was. De adel trouwde zo vaak binnen de familie dat je bijna kan spreken van kartelvorming, soms van een monopoliepositie. Ook voor lagere klassen was het huwelijk vooral zakelijk. Voor boeren gold: hoe groter de schoonfamilie, des te meer landarbeiders. Door huwelijken werd ook land bij elkaar gevoegd.

Kortom, het huwelijk was in eerste plaats een manier van overleven. Als de echtgenoten het goed met elkaar konden vinden, of meer dan dat, dan was het meegenomen.

Pas in de achttiende eeuw werd het idee populair dat een huwelijk uit liefde moest worden aangegaan, schrijft Coontz. Door de snelle opkomst van de markteconomie en loonarbeid waren ‘economische’ huwelijken minder nodig. Ook de verspreiding van de Verlichtingsidealen – het recht om je persoonlijke geluk na te streven – beïnvloedden het denken over romantiek.

De jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw waren de ‘gouden tijd’ van het huwelijk. Het kostwinnersgezin was de norm. Wie geen huisvrouw wilde zijn, had serieuze psychologische problemen, volgens psychiaters en de media. Wie niet trouwde, was ziek of immoreel.

Tegenwoordig hebben veel vrouwen in de westerse wereld geen man meer nodig om te overleven. Het aantal scheidingen neemt ook toe. Volgens CBS-cijfers (2006) loopt in Nederland 1 op de 3 huwelijken uit op een scheiding, in totaal zo’n 32.000 scheidingen per jaar.

    • Oscar Vermeer