Wat doen we voor de slachtoffers?

Een van de indrukwekkendste televisie-uitzendingen van Sonja Barend was destijds die waarin een vrouw te gast was die vertelde over haar verkrachting. Toen was het nog ongebruikelijk om slachtoffers op de televisie te zien, en al helemaal het slachtoffer van een verkrachting. Het angstaanjagende verhaal werd rustig verteld, aan een subtiel doorvragende en goed luisterende Sonja. De uitzending van Pauw en Witteman gisteravond deed er aan denken. Wies de Win, twintig jaar geleden verkracht door Peter H., die tien jaar later de 15-jarige Melanie Sijbers verkrachtte en vermoordde, vertelde haar verhaal. Je kon wel zien dat het haar tot op de dag van vandaag niet losliet. Ook zij werd, vooral door Paul Witteman, met tact ondervraagd en met aandacht aangehoord.

De Win hield een krachtig pleidooi voor het opsluiten en nooit meer loslaten van deze Peter H., in wie de psychologen van het Pieter Baan Centrum zich al eens vergist hebben.

Behalve over haar maar al te begrijpelijke angst voor haar agressor en voor wat hij nog zou kunnen aanrichten als hij vrijgelaten wordt, sprak Wies de Win ook even, kort, over haar eigen begeleiding. Toen Melanie Sijbers vermoord werd door dezelfde man, kwam alles, „als een mokerslag”, weer terug. Slachtofferhulp kan niets meer voor haar doen omdat het te lang geleden is. Zelf kan ze de therapeutische sessies niet betalen. Ze vond het wrang dat, waar de dader omringd wordt door de beste psychologen en psychiaters van het land, zij, het slachtoffer, maar moet zien hoe ze zich redt.

Het is geen nieuwe klacht, en misschien is het juist daarom ook dat-ie zo treft. Het blijft maar steeds hetzelfde. Slachtoffers vanmisdrijven worden aan hun lot overgelaten. Een vergelijkbare klacht hebben mensen die het slachtoffer zijn geworden van een medische fout.

In het programma Missers! werden twee zaken behandeld, beide kwesties van een veel te laat gestelde diagnose, met als gevolg een noodlottige vertraging in de behandeling. In het ene geval stierf de man wiens hersenbloeding door de huisarts voor een hevige griep was aangezien, in het tweede geval kreeg de vrouw die tóch kanker in haar borst bleek te hebben, te horen dat het te laat was om nog iets te doen. Ze was drie jaar onder controle geweest, maar de oncoloog was er van overtuigd geweest dat het goedaardige mastopathie betrof, knobbelvorming in de borst. De vrouw had al een borstamputatie wegens kanker ondergaan in haar andere borst.

De betreffende arts legde voor de camera zijn zienswijze uit en de artsen-deskundigen in de studio vonden het geen onzin wat hij zei. Ze meenden alleen dat als een patiënt zó’n ander idee heeft van wat er aan de hand is, het verstandig is om een collega ook eens te laten kijken. De kanker was bij de vrouw ook door een andere arts ontdekt.

De huisarts van de man met de hersenbloeding was niet alleen niet bereid iets tegen de programmamakers te zeggen, wat nog voorstelbaar is, niet alles hoeft altijd voor de televisie, maar hij had ook de vrouw van de overledene nooit meer iets laten horen na zijn rampzalige misdiagnose. Hij was na het hevige begin van de klachten nog een tweede keer bij de patiënt geweest, die doodziek was, en had volgens de vrouw geglimlacht: „Ach, mannen en griep” en het daarbij gelaten. Ook hier werd de ware aard van de aandoening vastgesteld door toedoen van een andere arts, in dit geval van de doktersdienst. Het erkennen van de fout en het erkennen van het leed daardoor veroorzaakt zou enorm hebben gescheeld, dacht een van de twee arts-deskundigen. Dat je geen dokter moet willen worden als je niet in staat bent met mensen te praten, zei hij.

Het is wel vaker de klacht in dit programma: achteraf wordt er gedaan alsof alles goed is gegaan. Mensen vragen, meer dan om schadevergoeding, om erkenning van wat hun is aangedaan, om gezien en gehoord te worden, en juist dat wordt hun geweigerd. In het geval van Wies de Win door de maatschappij, in het geval van de medische fouten door de betrokken artsen of ziekenhuizen.