Vrede in Oeganda?Nog één punt

Het Strafhof in Den Haag wil LRA-rebel Joseph Kony vervolgen wegens moord en misbruik op grote schaal.

Zolang uitlevering dreigt, komt Kony de jungle niet uit.

De Oegandese president Museveni kan hoog of laag springen, de arrestatiebevelen tegen de leiders van de rebellenbeweging LRA worden voorlopig niet ingetrokken. Begin deze week liet hoofdaanklager Ocampo van het Internationale Strafhof in Den Haag weten dat de aanhoudingsbevelen tegen Joseph Kony en twee van zijn adjudanten „overeind blijven en uitgevoerd moeten worden”.

Vorige maand beloofde Museveni aan de rebellen van het Verzetsleger van de Heer (LRA) de rechters van het Strafhof ervan te overtuigen dat zij de LRA-top niet moeten vervolgen. Dat is Kony’s belangrijkste voorwaarde om uit de jungle te komen en een definitieve vrede te sluiten, na ruim twintig jaar burgeroorlog.

Het Internationale Strafhof is in 2002 opgericht om de plegers van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid te berechten. Museveni zelf verzocht de aanklager in 2004 om een onderzoek naar het LRA te openen. Nu duidelijk is dat Kony niet over het schrikbeeld van een proces in Den Haag en een mogelijke levenslange gevangenisstraf kan heenkomen, probeert Museveni de arrestatiebevelen te gebruiken als onderhandelingsmiddel. De regering wil de LRA-top nu laten verschijnen voor het Gerechtshof in Kampala.

Om onder de arrestatiebevelen uit te komen doen regering en LRA nu een beroep op het complementariteitsbeginsel in het Statuut van Rome, het verdrag van het Strafhof. Dat houdt in dat het hof alleen tot vervolging overgaat als landen dat zelf niet kunnen of willen. De bereidheid is er nu, maar het is de vraag of Oeganda de processen volgens de regels van het internationale recht kan laten verlopen. Museveni heeft veel werk te verzetten voordat hij de rechters van het Strafhof daarvan zal kunnen overtuigen. Alleen zij kunnen beslissen om de arrestatiebevelen in te trekken.

Het Oegandese rechtssysteem heeft geen ervaring met processen voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Wetten daarvoor zijn nog in de maak. Het Strafhof verdenkt Joseph Kony en de twee commandanten Okot Odhiambo en Dominic Ongwen van onder andere moord, seksueel geweld, ontvoering, mishandeling, plundering en het gebruik van kindsoldaten, dit alles op grote schaal, als onderdeel van een aanval tegen de burgerbevolking. „Zonder nieuwe wetgeving zou elk proces in Oeganda ver achterblijven bij de eisen van het Strafhof”, zegt Richard Dicker, hoofd internationaal recht bij Human Rights Watch, per telefoon uit New York.

Die nieuwe wetgeving moet geschikt zijn voor verdachten die de misdaden niet zelf begaan hebben, maar wel het bevel daartoe hebben gegeven. Zonder dergelijke bepalingen zou het voor Sierra Leone bijvoorbeeld veel moeilijker zijn geweest om de Liberiaanse oud-president en rebellenleider Charles Taylor aan te klagen. Hij staat momenteel terecht voor de opdracht tot oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid bij het Speciale Hof voor Sierra Leone.

Ook wordt betwijfeld of deze processen in Oeganda eerlijk kunnen verlopen. „Het land heeft heel goede en ervaren rechters”, zegt Dicker, „maar het kent ook een patroon van ongepast en onwettig gedrag bij de rechtspraak door de uitvoerende macht”. In maart vorig jaar bestormden veiligheidstroepen bijvoorbeeld het Gerechtshof om vijf oppositieleden die net op borgtocht waren vrijgelaten opnieuw te arresteren. Volgens Human Rights Watch zijn verdachten in het verleden gemarteld in de gevangenissen. Verder heeft het Gerechtshof in Kampala geen goed getuigenbeschermingsprogramma.

Als alle obstakels kunnen worden opgeheven, zal het Strafhof de berechting van de LRA-leiders waarschijnlijk met gemengde gevoelens uit handen geven. De arrestatiebevelen tegen Kony en de zijnen waren de eerste die de rechters uitvaardigden. De zaak moest de grootste worden van het Strafhof, dat nog aan zijn eerste proces moet beginnen. Het te pakken krijgen van de verdachten blijkt de grootste hindernis van de aanklager. Het Strafhof beschikt niet over een eigen politiemacht en is afhankelijk van de medewerking van regeringen. Ook in Soedan, waar het Strafhof op verzoek van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een onderzoek is begonnen, stuit dat op problemen. De regering in Khartoum weigert de twee gedagvaarde verdachten voor de oorlog in Darfur uit te leveren. Zij vindt dat de twee prima in Soedan berecht kunnen worden.

„Het Strafhof heeft voor zijn geloofwaardigheid snel een groot proces nodig”, aldus Dicker. „Daarom zijn de processen tegen de drie Congolese verdachten die wél zijn uitgeleverd zo belangrijk.” Als eerste is oud-rebellenleider Thomas Lubanga, die sinds twee jaar in Scheveningen in voorarrest zit, aan de beurt. De aanklachten tegen hem – de rekrutering en inzet van kindsoldaten – zijn echter veel beperkter dan die tegen de LRA-top.

Dicker: „Als Oeganda maatregelen kan treffen die de rechters een geschikt alternatief achten voor een proces bij het ICC kan dat gezien het complementariteitsbeginsel als een positieve uitkomst beschouwd worden. Maar om dat te bereiken moeten de partijen in Oeganda het vredesverdrag naar een acceptabele praktijk zien te vertalen. Als er tekenen zijn dat een van beide partijen in gebreke blijft, voor vertraging zorgt of probeert de uitvoering te blokkeren, moeten de verdachten alsnog zo snel mogelijk gearresteerd worden en overgebracht naar Den Haag. Het zou slecht zijn voor de reputatie van het hof als blijkt dat het slechts gebruikt wordt als instrument voor het afdwingen en afronden van vredesbesprekingen”.

    • Hanneke Chin-A-Fo