Voor het eerst daalt vraag naar adoptiekinderen

Het aantal mensen dat een kind wil adopteren is voor het eerst in jaren gedaald. Deden in 2006 nog 3.197 Nederlandse stellen een aanvraag voor een adoptiekind, vorig jaar waren dat er maar 2.491. Dit blijkt uit cijfers van de centrale organisatie die de antecedenten van adoptieouders onderzoekt, de Stichting Adoptievoorzieningen.

De daling markeert een kentering omdat het aantal adoptieverzoeken tot vorig jaar structureel steeg. Steeds meer stellen kozen voor adoptie omdat ze ongewild kinderloos leken te blijven. Als waarschijnlijke verklaring voor de daling voert een woordvoerder van de Stichting Adoptievoorzieningen aan dat het langzaamaan bekend wordt dat het steeds moeilijker is een kind te adopteren, zeker als het om een gezond kind gaat.

Vorig jaar lukte het om die reden minder Nederlandse ouders een kind te adopteren (782) dan in 2006 (816). Dat aantal daalt al een paar jaar gestaag. Er zijn steeds minder kinderen beschikbaar voor adoptie in de landen waar Nederland traditioneel banden mee heeft op dit gebied. Bijna de helft van de kinderen die momenteel in het buitenland wordt geadopteerd, komt uit China (362 in 2006).

Maar China krijgt uit steeds meer landen adoptieverzoeken; in twee jaar tijd is het aantal verdubbeld tot 24.000. Daarnaast is China beleid gaan voeren om adoptie in eigen land te stimuleren, zo schreef minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) vorig jaar aan de Tweede Kamer.

De Volksrepubliek China verwacht ook steeds minder adoptiekinderen te leveren omdat meer ouders in staat zijn zelf voor hun kind te zorgen doordat veel Chinezen welvarender worden. Het land beleeft de laatste jaren een sterke economische groei.

De zogeheten ‘vergunninghouders’, particuliere organisaties die bemiddelen tussen het gezin en de weeshuizen in het buitenland, zijn op zoek naar andere landen om adoptiebanden mee aan te gaan.

    • Frederiek Weeda