Terrorisme is een bizar product van internet

Voormalig CIA’er Marc Sageman heeft diepgaand onderzoek verricht naar ‘islamitisch’ terrorisme.

Zijn conclusie: zonder Irak was het vanzelf overgewaaid.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

Voor politici die het gevaar van het terrorisme ter sprake brengen – en dat gaat een polariserende kwestie worden in de verkiezingcampagne van 2008 – is het nieuwe boek van voormalig CIA-medewerker Marc Sageman verplichte kost. Het haalt overhoop wat je over terrorisme denkt te weten.

Sageman heeft spionnen begeleid in Pakistan en is daarna forensisch psychiater geworden. Het nieuwe aan zijn boek, Leaderless jihad (Jihad zonder leiders), is dat het afrekent met de emotionele standaardreacties op terrorisme na 11 september 2001, en de aandacht verlegt naar de wetenschappelijke data die Sageman over meer dan vijfhonderd islamitische terroristen heeft verzameld om te doorgronden wie zij zijn, waarom zij aanslagen plegen en hoe dat te verhinderen.

De kern van Sagemans boodschap is dat wij in onze paniek het gevaar van het terrorisme zwaar hebben overdreven, en door onverstandig optreden in Irak het probleem hebben vergroot. Hij gaat lijnrecht tegen de voornaamste stelling van de regering-Bush in, die meer en meer ook uit de mond van presidentskandidaat John McCain te beluisteren valt, namelijk dat, zoals op McCains site te lezen valt, de VS „in de oorlog tegen [Al-Qaeda’s broedsel van] islamitische extremisten [tegenover] een gevaarlijke, meedogenloze vijand” staan.

De cijfers spreken andere taal, benadrukt Sageman. De eerste golf Al-Qaedaleiders, die zich in de jaren tachtig bij Osama bin Laden aansloten, is geslonken tot enkele tientallen mensen, die in het nauw zitten in de stamgebieden in noordwestelijk Pakistan. Ook de tweede golf terroristen, die in de jaren negentig in kampen van Al-Qaeda in Afghanistan is opgeleid, heeft zware klappen gehad; een honderdtal van hen houdt zich schuil nabij de grens met Pakistan. Die mensen zijn gevaarlijk, zegt Sageman, en zij moeten worden gevangengenomen of gedood. Maar zij vormen geen wezenlijke bedreiging voor de VS, laat staan dat er sprake is van een ‘botsing der beschavingen’.

De derde golf terrorisme is nu in opkomst, maar wat houdt die in? Volgens Sageman is het een allegaartje zonder leiders. In tegenstelling tot de eerste twee golven, die goed opgeleid en diep religieus waren, zijn de nieuwe jihadisten een bizar product van de internetcultuur. Uit verontwaardiging over beelden van Amerikanen die moslims doden in Irak scholen zij samen in chatrooms, waar ze elkaar tarten om iets te ondernemen. Net als jonge mensen van alle tijden vervelen zij zich en smachten ze naar actie.

„Het is meer heldenverering dan religie”, aldus Sageman. De terroristen van de derde golf spreken geen Arabisch, lezen de Koran niet. Bijna allemaal sluiten ze zich bij de beweging aan omdat kennissen of familie er al bij zitten. De mensen die op verdenking van terrorisme worden aangehouden zijn steeds jonger: in Sagemans steekproef uit 2003 was de gemiddelde leeftijd 26 jaar; de mensen die zijn gearresteerd na 2006 waren gemiddeld nog maar een jaar of twintig. Het zijn morrende, moordlustige jongelui, die meer overeenkomsten vertonen met leden van jeugdbendes dan met gemotiveerde moslims.

Sagemans wrangste conclusie is dat de VS het probleem van het terrorisme groter maken door hun optreden in Irak. „Sinds 2003 heeft de oorlog in Irak zonder twijfel de radicalisering in heel de wereld, de VS inbegrepen, bevorderd. De gegevens zijn glashelder”, schrijft hij. Dat vuur zou vanzelf zijn uitgebrand, maar wij hebben er benzine op gegoten.

De derde golf van het terrorisme is naar zijn aard ‘zelfremmend’, vervolgt Sageman. Zodra de ongestructureerde groepen bijeenkomen en gaan trainen, lopen ze veel kans te worden aangehouden. „Niet alleen de dreiging die van Al-Qaeda uitgaat is zelfremmend, zijn appèl is dat ook. Het wereldwijde islamitische terrorisme zal waarschijnlijk door interne oorzaken verdwijnen – als de VS tenminste zo verstandig zijn om het op zijn beloop te laten, zodat het wegkwijnt.”

Sageman adviseert beleidsmakers om „het terrorisme te ontdoen van zijn glorieuze en sensationele aura”. Wég met die retoriek over het islamitisch extremisme, want deze jihadisten zonder leider zijn amper moslims. Hou op met persconferenties over de jongste triomfen in de „wereldwijde oorlog tegen het terrorisme”, want die geven de strijd alleen maar glamour. En verminder het aantal Amerikaanse militairen in Irak, want zij geven voedsel aan de morele verontwaardiging in de islamitische wereld.

Ik ben het niet met alles wat Sageman betoogt eens, vooral waar het gaat om de gevolgen van een snelle troepenreductie in Irak, maar ik geloof wel dat hij de vragen opwerpt die dit land zich in dit verkiezingsjaar moet stellen. Als Sagemans cijfers kloppen, staan wij niet voor wat president Bush „de beslissende ideologische strijd van de 21ste eeuw” heeft genoemd, maar voor iets dat beperkter en hanteerbaarder is – mits wij de juiste beslissingen nemen.

David Ignatius is columnist van The Washington Post. © Washington Post Writers Group 2006.

    • David Ignatius