Polen krijgt brieven uit verleden

Geert Mak schreef In Europa over de historie van de 20ste eeuw. De VPRO zendt er een serie over uit. Onze correspondent in Warschau bericht over de pas in Duitsland ontdekte Poolse brieven.

De in Duitsland teruggevonden Poolse brief van Anna uit 1944.

Meer dan zestig jaar zwierven ze door Europa. Nu hebben de stemmen uit het verleden hun doel, Warschau, alsnog bereikt. Ze zeggen: „Lieve zoon. We zitten in de Kredietstraat in een kelder. We wachten op een brief van je. Kus, moeder.” En: „Houd de moed erin.” En: „Ik breng medicijnen. Victor.”

Museumdirecteur Dariusz Gawin raakt steeds weer ontroerd bij het lezen van de 123 brieven en ansichten, geschreven in 1944, tijdens de Opstand van Warschau, die onlangs zijn ontdekt maar nooit zijn aangekomen. „We bezitten genoeg officiële documenten uit die tijd, maar dit zegt mij veel meer. Het zijn de stemmen van gewone mannen en vrouwen.”

De vondst zorgde in Polen voor grote opwinding, niet alleen omdat de brieven zeldzaam zijn, maar vooral ook omdat ze opdoken in – nota bene – Duitsland, waar ze op een veiling te koop werden aangeboden. Vraagprijs: 190.000 euro, niet vanwege de inhoud, maar vanwege de postzegels en stempels. Even kwam Polen opnieuw in opstand.

Na zware onderhandelingen en zachte druk van de Duitse regering gaf het veilinghuis in Düsseldorf toe en werden de brieven aan de Polen verkocht, voor de vraagprijs, hoewel er een hoger bod lag van een Zwitserse postzegelverzamelaar. Vanaf 19 maart zijn ze te zien in het Museum van de Opstand van Warschau.

De mislukte opstand, die aan een kwart miljoen mensen het leven kostte, is een open wond. Zij betekende het einde van het vooroorlogse Warschau, de stad werd door de Duitsers in de as gelegd. Veel adressen op de nu gevonden brieven bestaan niet meer. Russische troepen die bij de stadsgrens stonden grepen niet in, hoewel Polen formeel bondgenoot was van de Sovjet-Unie. Maar met de vernietiging van de Poolse hoofdstad en van het Poolse verzetsleger AK plaveiden de Duitsers de weg voor een communistische machtsovername na de oorlog. Stalin begreep dat heel goed.

De Polen zijn niettemin trots op hun opstand: twee maanden lang was er in Warschau een stukje ‘vrij’ Polen, een uniek huzarenstuk in het door oorlog verscheurde Europa. Te midden van de hevige straatgevechten waren er kranten, cafés en theaters. En ook een postdienst, met eigen zegels, stempels, bussen en postbodes, vaak jonge ventjes, die door vijandelijke linies glipten, de tassen gevuld met nieuwtjes, maar vooral met vragen.

„Beste Wandecka, al tijden hoor ik niets meer van jullie, ik weet niet meer wat ik moet denken, ik maak me steeds meer zorgen, geef een levensteken, weten jullie iets over mijn vader? Oom Wladek zit bij meneer Leon. Mietek was onlangs nog hier, hij was ongedeerd en gezond. Ik omhels jullie, denk aan me, Anna.”

Hoe de brieven in Duitsland terecht zijn gekomen is onduidelijk. „In het Duitse leger zaten miljoenen mensen”, zegt Gawin. „Daar zullen ongetwijfeld ook postzegelverzamelaars tussen hebben gezeten.” Het is mogelijk: zo is bekend dat Duitse soldaten in Lódz, tweede stad van Polen, grote hoeveelheden ‘gettopostzegels’ kochten, speciaal door en voor joden vervaardigde zegels, in de hoop dat die na de oorlog veel waard zouden worden.

De Duitse verzamelaar die de collectie in Düsseldorf te koop aanbood, Manfred Schulze, zwijgt voorlopig over de herkomst. „Zoals u weet is het een politieke kwestie geworden”, zegt hij desgevraagd. „Ik wil niets verkeerds zeggen.”

Zie www.ineuropa.nl en zondag de achttiende aflevering van de televisieserie In Europa (Ned.2, 21.10u.).