Plantjes in de stad ontwikkelen al snel stadse gewoontes

Rotterdam. Het leven in de stad vergt ook van planten een flinke aanpassing. Franse onderzoekers ontdekten dat vleugelstreepzaad (Crepis sancta, een onkruid met gele bloemen dat erg op paardebloem lijkt) in de stad veel minder pluiszaden maakt dan daarbuiten. Dat is een snelle evolutionaire aanpassing aan de wereld van beton en asfalt, schrijven zij deze week in Proceedings of the National Academy of Sciences. Vleugelstreepzaad maakt van nature twee soorten vruchtjes: lichte vruchtjes met een `pluimpje` dat als parachute fungeert en zware vruchtjes zonder aanhangsel. De ene variant laat zich over grote afstanden door de wind meevoeren, de ander valt naar beneden, dichtbij de moederplant. Het team verzamelde plantjes in Montpellier en een agrarisch gebied 30 kilometer verderop. Ze kweekten de plantjes op in een kas en vergeleken de verhouding van zaadjes met en zonder pluimpje. Stadse plantjes hadden veel minder pluimpjeszaden. Volgens de onderzoekers komt dat doordat zij alleen kunnen groeien in de kleine stukjes kale grond rond straatbomen of in stoepspleetjes. Uit genetisch onderzoek blijkt dat deze evolutionaire aanpassing snel is verlopen; in vijf tot twaalf plantengeneraties.