Oplossing woekerpolis nog ver weg

Het advies van de financiële ombudsman brengt een oplossing voor het conflict rond de woekerpolissen niet dichterbij. Rechtszaken dreigen tegen verzekeraars én tussenpersonen.

De hoop op een snelle oplossing in het conflict tussen verzekeraars en consumentenorganisaties over woekerpolissen is met de aanbeveling van ombudsman Jan Wolter Wabeke niet veel dichterbij gekomen. „Volstrekt ontoereikend”, was de reactie van veel consumentenorganisaties op zijn aanbeveling.

Wabeke stelde gisteren een compensatieregeling voor, waarbij consumenten naar schatting 2 miljard euro terugkrijgen van verzekeraars. Omdat de schadevergoeding pas aan het eind van de looptijd uitbetaald zou worden, is de contante waarde daarvan eerder 1 miljard euro. Dat is veel te weinig, vinden bijvoorbeeld de twee stichtingen Verliespolis en Woekerpolis Claim, die zijn opgericht om namens consumenten te procedures.

Het conflict kwam op gang in 2006. De beurzen gingen al een paar jaar niet zo goed, consumenten realiseerden zich dat ze het in het vooruitzicht gestelde eindkapitaal van hun beleggingspolis nooit zouden halen. Vooral omdat ze pas toen inzagen dat ze ook opdraaiden voor verborgen kosten die het rendement nog verder drukken. Een schok voor veel mensen die beleggingshypotheken, lijfrenteregelingen, levensverzekeringen, studiespaarplannen of pensioenvoorzieningen hadden afgesloten. Een op de vier Nederlanders heeft zo’n polis.

In de tweede helft van de jaren negentig van de vorige eeuw hadden veel consumenten zich lekker laten maken door financiële adviseurs en verzekeraars, die fiscaal voordeel en hoge rendementen beloofden. Niemand lette op de kosten, die in de kleine lettertjes waren weggemoffeld. Bovendien realiseerden ze zich niet dat ze ook nog premie moesten betalen voor een overlijdensrisico- of arbeidsongeschiktheidsverzekering. Daardoor houden ze nu vaak minder over dan als ze het geld op een spaarrekening hadden gezet.

Belangenorganisaties voelen zich gesterkt door de conclusies van de ombudsman dat de kosten te hoog zijn en consumenten niet goed zijn geïnformeerd. Wabeke vindt 2,5 procent van het belegd vermogen als maximum aan kosten redelijk. Hij hoopt op meer concurrentie tussen verzekeraars, zodat ook lagere tarieven zullen worden berekend in de toekomst.

In zijn compensatieregeling stelt hij voor dat verzekeraars de kosten boven de 3,5 procent moeten vergoeden. „Wij vonden de 2,5 procent al hoog”, zegt advocaat Jurjen Lemstra van Stichting Verliespolis, „maar deze verwatering is niet acceptabel.”

Wabeke vindt echter dat niet alleen de verzekeraars blaam treft, maar ook de consumenten zelf. Wabeke stelt dat hij verschillende malen heeft gewaarschuwd „voor een al te luchthartige aanschaf van polissen. Aan de aanschaf van een onderdeel van een keuken of auto besteden consumenten meer aandacht”, zo stelt hij. Hij constateert ook dat de klagende organisaties nooit voorbeeldclaims hebben ingediend.

Met het gat tussen 2,5 en 3,5 procent creëert Wabeke wel onderhandelingsruimte die nog benut kan worden. De Stichting Verliespolis geeft de verzekeraars tot 1 april de tijd voor een schikking. „Die onderhandelingen zijn op dit moment zeer intensief, alleen helpt de timing van deze aanbeveling niet”, zegt Lemstra. Als de deadline niet wordt gehaald, volgen rechtszaken tegen de grootste aanbieders. „We zoeken voorbeeldzaken die relevant zijn voor de hele markt.”

Wabeke impliceert verder dat de overheid, die bijgedragen heeft aan de onoverzichtelijkheid door almaar veranderende wetgeving, een gebaar zou kunnen maken. En consumenten zouden moeten aankloppen bij tussenpersonen die de polissen hebben verkocht. „Dat bereiden wij ook voor”, zegt Lemstra. „Op zich vinden wij dat de hoofdverantwoordelijken, de verzekeraars, zelf de intermediairs maar moeten aanspreken. Maar als we gaan procederen betrekken we een paar grote intermediairs erbij. Dat zijn de banken. Het kan niet zo zijn dat bijvoorbeeld Nationale Nederlanden zich zou verschuilen achter intermediairs, terwijl haar producten veelal door moederbedrijf ING zijn verkocht.”

    • Daan van Lent