Mosselen kunnen we ook importeren

De minister van LNV heeft de mosselvissers indertijd toezeggingen gedaan die hij niet kon waarmaken, zegt Hidde van Kersen. Hiervan is de mosselsector nu de dupe.

Tekening Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

De uitspraak van de Raad van State over de mosselvisserij op de Waddenzee leidde in Zeeland, de Tweede Kamer en de media tot heftige emoties. Wouter van Dieren schreef over de natuurbeschermers dat ze „dansen op het graf van anderen, daar worden natuur en milieu niet beter van” (Opiniepagina, 3 maart). Daar ben ik het geheel mee eens. Maar zoals hij heel goed weet: aan het Wad staat er niemand te dansen, daarvoor is de situatie te droevig.

Ten eerste de situatie in Zeeland. De uitspraak van de Raad van State maakt duidelijk dat het ministerie van LNV, waar visserij onder valt, in 2004 aan de mosselsector een politieke toezegging heeft gedaan die het onmogelijk kon waarmaken.

De aanname was dat door de uitkoop van de schadelijke mechanische kokkelvisserij ecologische ruimte zou ontstaan om de mosselvisserij tot 2020 langzaam te verduurzamen. Hoe groot die ruimte was, hoe duurzame mosselvisserij eruit moest zien en hoe dit was te verenigen met het natuurbeleid van hetzelfde ministerie… dat was in nevelen gehuld.

Door die schijnzekerheid voor de mosselsector zijn kostbare jaren verloren gegaan. Mogelijkheden voor efficiencyverbetering bleven door het ontbreken van politieke tijdsdruk onbenut en lastige keuzes ging men uit de weg. De uitspraak van de Raad van State geeft die zekerheid en tijdsdruk wel: de sector moet nu snel serieus werk maken van verduurzaming. En dat kan de sector niet zonder kaders vanuit het ministerie.

Ook de situatie in Den Haag stemt niet vrolijk. De minister van Natuur is ook verantwoordelijk voor de visserij. Deze twee (vaak tegenstrijdige) belangen moet zij zorgvuldig afwegen. De uitspraak toont aan dat dit beter moet. Dit kabinet stuurt graag op hoofdlijnen, de invulling overlatend aan het maatschappelijk middenveld. Juist die hoofdlijnen ontbreken in dit dossier, en dan is sturen en zorgvuldig afwegen lastig.

Voor het visserijbeleid is verduurzaming het doel, maar hoe dat te bereiken ziet de minister „als een eerste verantwoordelijkheid van (regionale) stakeholders”. Het stellen van kaders laat zij over aan de sector en de natuurbeschermers.

Daarmee negeert de minister de kern van het probleem: het ontbreken van een integraal afwegingskader waarbij de effecten van economische sectoren (waaronder visserij) afgezet kunnen worden tegen de natuurdoelstellingen en de draagkracht van het gebied. De toezegging aan de mosselvissers was te danken aan de kracht van de lobby van deze sector en had niets te maken met een goede integrale afweging.

Ook voor haar natuurbeleid zijn de doelen helder. Herstel en ontwikkeling van de natuurwaarden heeft in het Waddengebied prioriteit. Daarnaast moet er ruimte zijn voor duurzaam economisch medegebruik. Maar alleen op papier is het zo helder. In de praktijk wordt noch aan natuurherstel noch aan verduurzaming hard gewerkt. Natuurherstel en verduurzaming kunnen uitstekend samengaan, maar dan moet de overheid daar wel actief op sturen. En dat gaat nu eenmaal niet zonder kennis, visie, kaders en onderbouwde keuzes.

Aan het Wad is de situatie even droevig. Door gebrek aan bestuurlijke daadkracht zijn de natuurwaarden van de Waddenzee de afgelopen decennia ernstig verschraald. De Commissie-Meijer adviseerde het rijk daarom vijf jaar geleden om te investeren in natuurherstel. Sindsdien is er niets verbeterd. Mede door de intensieve schelpdiervisserij gaat het slecht met de kokkel- en mosselbestanden, uiterst belangrijke pijlers van het ecosysteem van het wad. De uitspraak van de Raad van State geeft aan dat vergunningen voor mosselvisserij onterecht zijn verleend. Het ministerie had meer moeten weten over de ontwikkeling van onderwatermosselbanken alvorens intensieve bevissing toe te staan. Maar de minister beknibbelde op het Waddenonderzoek naar mosselbanken.

Hoe moet het verder? De Waddenvereniging is er van overtuigd dat natuurherstel en verduurzaming samen kunnen. Dat vergt wel visie en regie op natuurherstel en een helder afwegingskader voor een voortvarende verduurzaming van de visserij. De minister moet drie dingen doen.

Ten eerste aangeven hoe zij aan natuurherstel wil werken. Alle lof voor de mooie doelstellingen, maar nergens staat hoe zij die doelen wil realiseren en welke deadlines daarbij gelden.

Vervolgens moet zij serieus werk maken van een integraal afwegingskader, gebaseerd op de draagkracht van het ecosysteem. Alleen die kennis kan aan ondernemers de zekerheid geven op welke ruimte zij kunnen rekenen in de Waddenzee. Sectorale deals en politieke toezeggingen zonder de noodzakelijke ecologische onderbouwing leiden tot ongelukken.

Ten slotte moet tempo worden gemaakt met de verduurzaming van de mosselvisserij. Om vooruit te kunnen moet het aantal mosselen dat de consumentenmarkt vraagt, worden losgekoppeld van het aantal mosselen dat de Waddenzee kan produceren.

Duurzame productietechnieken (zoals hangcultures) leveren inmiddels mosselzaad op dat een deel van de bodemberoerende zaadvisserij kan vervangen. Ook zijn er voldoende mogelijkheden voor verdere efficiencyverbetering in de keten nog onbenut.

De rest van de productie moet de mosselsector uit andere bronnen halen: naast import is ook kweek aan de wal een levensvatbaar alternatief. Ik wacht met spanning af hoe de minister vorm wil geven aan dit veranderingsproces.

Hidde van Kersen is directeur van de Waddenvereniging.