Kon ik maar een knap stuk voor de opiniepagina schrijven

In de Volkskrant las ik de eerste zin van een opiniërend stuk van Uri Rosenthal, mijn lievelingscrisismanager. De zin luidde:

‘De Nederlandse regering heeft veel verkeerde signalen afgegeven over de film van Geert Wilders – die er nog niet is’.

Net als Wilders zelf behoort Uri tot de mensen die redeneren: ‘Hoe kan iemand nou signalen afgeven over een film die hij niet heeft gezien?’ Dat maakt Geert ook zo woest: dat Balkenende de bevolking angst aanjaagt met verhalen over crisis, aanslagen, en risico’s voor onze troepen in Uruzgan – en gebaseerd op wat? Op niks.

Uri (en dus eigenlijk ook Geert) zou het niet verbazen als we straks een heel onderhoudende minimusical uit de stal van Endemol te zien krijgen waarin misschien de draak wordt gestoken met moskeeën vol omhooggestoken bidkonten, en met burgemeester Cohen volgens wie een islamitische buurtregisseur het religieuze recht heeft om een buurthomo te stenigen, maar dat is dan ook alles, en op een festival in Damascus kan hij zomaar de prijs voor de beste court métrage winnen.

Maar Uri kan toch niet zijn vergeten dat Geert telkens een film heeft aangekondigd over ‘de fascistische Koran’ en ‘de barbaarse Mohamed?’

‘Heel zwak argument’, zal mijn favoriete manager riposteren. ‘Wie zegt dat Wilders de aandacht niet heeft willen afleiden van zijn even vrolijke als bijtende satire op het cultuurrelativisme? U heeft er nota bene geen meter van gezien!’

Ze zijn het eigenlijk ontzettend met elkaar eens, hij en Geert. ‘Bij al haar goedbedoelde inspanningen’, schrijft de liberale senator, ‘begrijpt de Nederlandse regering niet dat de dubbele boodschap – wij hebben vrijheid van meningsuiting, maar het is niet onze mening – alleen maar als een teken van zwakte gezien wordt’.

Mooi gezegd. Maar hoe zou Uri de crisis dán oplossen? Ach ja, natuurlijk: door te zeggen dat Balkenende het wel over een crisis heeft, maar nog geen meter van die crisis heeft gezien, en dus per definitie alles verkeerd doet. Bel mij als het zover is!

Ik wou dat ik mijn woorden net zo knap kon managen als Uri, of anders als de wijsgeer Gabriël van den Brink aan wiens artikel over de film in NRC Handelsblad ik gisteren geen touw kon vastknopen, dus dan moet het wel heel knap zijn geweest, of als Bart Jan Spruyt, of als De Winter & Ellian, of desnoods als Joost Zwagerman.

Dan zou ik in een opiniebijdrage eerst vertellen dat ik er een beetje onwel van word dat iedereen die het onderwerp aansnijdt eerst zijn keel schraapt en dan plechtig moet zeggen dat hij geen Hoger Goed kent dan de vrijheid van meningsuiting.

Vervolgens probeer ik aan de orde te stellen of je bij de vrijheid die aan een mening wordt gegund de kwaliteit van die mening mag meewegen. Verdient trouwens de mening van een gram evenveel vrijheid als de mening van tien kilo?

Daarna wil ik van het gezeur over die aardige Denen af. Nog helemaal los van de vraag of ze in de oorlog echt allemaal, inclusief de koning, een jodenster hebben opgedaan om de Duitsers in de war te brengen – die cartoons zijn in 2006 niet getekend om de islam een slag toe te brengen. Het waren gewoon fantastische cartoons, en alleen de moslims waren te stom of te beroerd om dat te erkennen.

De film van Wilders daarentegen is een doelbewuste provocatie, en Geert is pas tevreden als er doden bij vallen, want zonder dat hij en Uri daar verantwoordelijk voor zijn, kan hij dan zeggen: zie je wel, het zijn criminelen.

Nooit iemand zo veilig en vergenoegd in zijn zwaarbewaakte bunker zien zitten. Beroeps-wat noemde hij Balkenende ook al weer?

Jan Blokker

Lees alle columns van Jan Blokker op nrcnext.nl/blokker