Kiezen tussen kogel en guillotine

In de aanloop naar Parijs-Nice escaleert de strijd tussen de internationale wielerunie UCI en ASO, de organisator van de Tour. Het begon allemaal met zo’n mooi plan.

Begin deze eeuw zaten Manolo Saiz en Theo de Rooij, toen ploegleiders van de grote wielerploegen Once en Rabobank, in verloren uurtjes bij start en finish tussen de teambussen te filosoferen over de toekomst van hun sport. Het profwielrennen floreerde, dat wel. Maar het kon nog zoveel beter.

In andere sporten was bijvoorbeeld voor iedere supporter duidelijk wie de nummer één was. Maar wie was de beste wielrenner: de winnaar van de Tour de France, de wereldkampioen, de winnaar van de wereldbeker (een regelmatigheidsklassement van de grote klassiekers) of de aanvoerder van de wereldranglijst? Dus moest er volgens Saiz en De Rooij een cyclus komen van de belangrijkste wedstrijden, met een klassement dat aangaf wie op dat moment de beste renner ter wereld was.

De topteams zouden gegarandeerd in alle wedstrijden van zo’n cyclus mogen starten. Zo konden de ploegleiders eindelijk een goede wedstrijdplanning maken. Tot dan toe moesten ze regelmatig bedelen om ergens te mogen starten. Organisatoren, ook die van kleinere koersen, eisten dan wel dat de ploeg in topbezetting reed.

Bijkomend voordeel van het idee van Saiz en De Rooij: de druk om te presteren – volgens velen ook toen al een van de belangrijkste oorzaken voor het uit de hand gelopen dopeprobleem in de wielersport – zou minder worden. Startrecht in de grote koersen was immers verzekerd. Ploegen konden hun sponsor geruststellen; ze zouden niet langer zomaar geweigerd worden in de lucratieve Tour de France, zoals het Zwitserse Phonak in 2004 overkwam. Renners wisten zich verzekerd van werkgelegenheid.

Saiz, in mei 2006 uit de wielersport verdwenen na betrokkenheid bij de Spaanse bloeddope-schandaal Operacion Puerto, stapte met het plan naar zijn vriend en toenmalig UCI-voorzitter Hein Verbruggen. De Nederlander presenteerde in het stadhuis van Middelburg bij de start van de Ronde van Nederland 2004 vol trots de ProTour: een competitie van de beste 20 wielerploegen in de 27 belangrijkste wielerwedstrijden, waaronder de klassiekers en de drie grote rondes (Tour, Giro en Vuelta). De nieuwe cyclus zou garant staan voor verdere internationalisering van het wielrennen, en gaf continuïteit voor ploegen en sponsors, die een licentie konden kopen voor vier jaar.

Het leek zo’n mooi plan. Totdat niet veel later de toenmalige Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc werd teruggefloten door de eigenaar van zijn ronde, de ASO. De Fransen lagen dwars omdat zij vonden dat de UCI aan de ProTourploegen iets verkocht wat niet van hun was: startrecht in de Tour de France. Daarmee werd de UCI, die zichzelf altijd als de onafhankelijke regering van het wielrennen afficheert, ook economische speler op het schaakbord. Terwijl ASO vond dat het zelf mocht uitmaken wie meedoet aan de Tour, waarin sponsors meer dan de helft van hun exposure krijgen.

Er was meer weerstand tegen de ProTour, die ondanks alles in 2005 van start ging. Zo hield wielerland België slechts vier ProTourkoersdagen per jaar over. In 2006, voor de Ronde van Vlaanderen, bereikten de sponsors van de ploegen eindelijk een overeenkomst met ASO en de twee andere grote rondes. Het akkoord ging uit van 18 in plaats van 20 ProTourteams, waardoor meer ruimte kwam voor organisatoren om zelf deelnemende ploegen toe te laten. Hoewel geheimhouding was afgesproken, liep UCI-functionaris Alain Rumpf naar de pers. Daarmee blies hij het broze akkoord direct op.

De UCI zette de verhouding met ASO verder op scherp door ondanks een negatief advies van de andere teams in 2007 toch twee nieuwe ploegen aan de ProTour toe te voegen: Astana en Unibet. ASO weigerde echter om Unibet te laten starten in Parijs-Nice, de UCI dreigde met sancties voor de ProTourploegen die wel zouden meedoen. Vlak voor de start volgde een tijdelijke oplossing , waarbij Unibet werd geslachtofferd.

Na een incidentrijke Tour 2007 verhardde het conflict UCI-ASO. De Fransen stapten met de twee andere grote rondes uit de ProTour en toonden begin 2008 direct hun spierballen: Astana van Tourwinnaar Alberto Contador is niet welkom in Parijs-Nice en de andere wedstrijden van ASO, waaronder de Tour. Ploegen die solidair zijn met Astana en niet starten, kunnen eveneens fluiten naar de Tour. Maar wie Astana in de steek laat en wél start, krijgt een schorsing of boete opgelegd door de UCI. „Kiezen tussen de kogel of de guillotine”, typeert Quickstep-manager Patrick Lefevere treffend.

    • Maarten Scholten