Hopeloos is ze op haar best

Anneke Blok heeft sinds 1990 geen echte hoofdrol in een film meer gespeeld.

Dat zegt niks over haar kwaliteit. Vanaf morgen is ze te zien in de film Tiramisu.

Zou Anneke Blok dan toch eindelijk definitief doorbreken als filmactrice? Ze heeft vorig jaar veel lof ontvangen voor haar dramatische spel in de ensemblefilm Alles is liefde van Joram Lürsen en vanaf deze week heeft ze de hoofdrol in Tiramisu, een zedenschets van Paula van der Oest. Een hoofdrol is al een grote sprong voorwaarts, want Anneke Blok heeft sinds 1990, sinds Kracht van Frouke Fokkema, geen echte hoofdrol in een film meer gespeeld. Dat zegt zoveel meer over de kwaliteit van de Nederlandse scenarioschrijvers dan over de kwaliteit van de actrice.

Anneke Blok (geboren in het Gelderse Rheden, 1960) hoort tot het zeldzame soort acteurs dat door hun spel aan hun personage een reliëf kunnen geven dat de woorden uit het scenario overstijgt. Dat zulke acteurs en actrices in Nederland weinig kans krijgen om te schitteren, ligt aan de neiging van scenaristen (en dus van regisseurs en producenten) om het hele plaatje vol te kleuren, waardoor alles een op een in het scenario terecht komt en voor de verbeelding in het spel maar weinig plaats is. De kwaliteit van Blok bestaat eruit dat zij desondanks in de kleinste hoeken van haar rollen probeert te zoeken naar de mogelijkheden om er nog iets meer van te maken.

Voorbeeld. In de twee jeugdfilms van Mischa Kamp, Het paard van Sinterklaas (2005) en Waar is het paard van Sinterklaas? (2007) speelt Blok de juf van Winky Wong. Winky is een schattig meisje en van iedereen op de wereld die deze films heeft gezien, heeft zij het hart doen smelten. Maar juf Blok is steeds net iets te kortaf tegen de kinderen. Niet gemeen, niet liefdeloos, maar met een gebrek aan liefde. Blok zei daarover begin dit jaar in een interview met de Volkskrant: „Ik hou ervan als de personages die ik speel niet helemaal gelukt zijn. Zo’n schooljuf uit de film Het paard van Sinterklaas, zelfs daar kan ik niet een gewone niks-aan-de-hand-juf van maken. Ik speel een vrouw van wie ik denk dat ze nog met haar ouders op vakantie gaat, en dan ook nog naar Duitsland.”

Personages die niet helemaal gelukt zijn – dat is de sleutel die dus volgens haarzelf op haar rollen past en ook al zie je daardoor heel scherp wat ze doet, het blijft verschrikkelijk knap hoe ze het doet. Laat allereerst duidelijk zijn dat het bij Blok geen toeval is, dat het niet puur intuïtief gaat, zoals Carice van Houten van haar eigen spel zegt. In een interview met de Filmkrant zei ze: „Het voorwerk is belangrijk. Alles binnenstebuiten keren, eindeloos praten en grenzen aftasten om erachter te komen hoe een rol het best gespeeld kan worden.”

Die werkwijze heeft ze gevormd bij theatergezelschap De Trust, waar ze vanaf de oprichting in 1988 werkte, en waar als collectief werd gewerkt aan de stukken die Theu Boermans meestal regisseerde. Het gezelschap is opgegaan in de Theatercompagnie; Blok speelt er nog altijd. Ze won een Theo d’Or voor haar rol in De presidentes, tweemaal een Colombina, voor Overgewicht, onbelangrijk, vormeloos en Friedrichswald. In de filmwereld is ze minder hoog geëerd. Ze kreeg weliswaar een Gouden Kalf, maar dat is alweer bijna twintig jaar geleden, toen ze als aanstormend talent in Uw mening graag van Heddy Honigmann speelde. Daarin speelde ze – typerend – een hopeloos verliefd meisje.

Hopeloos is ze op haar best. Als een vrouw die al gedoofd is. Haar personages weten heus wel wat de goede keus is, maar kunnen die keus niet maken. Ze speelt vaak een alleenstaande vrouw die, zonder dat het wordt gezegd, een geschiedenis van gemiste kansen met zich mee torst. De artistieke zus Wanda in Zus en Zo (2001). Of de Karin die toevallig de Let Juris en diens zoontje oppikt in De nieuwe moeder (1996). Zij zoeken een vrouw en moeder en o, wat zou Karin dat graag willen zijn, maar haar hele wezen kan zich er niet mee verenigen.

Dat scherpe profiel van Blok, de trekken en de helblauwe ogen waardoor ze aan Paul Newman doet denken, versterken het effect. En de stem, met dat licht oostelijk accent dat vaak voor nuchter doorgaat en waar ze gesprekken in één klap mee kan platslaan, ook als ze het niet zo kwaad bedoelt: „Trouwen? Dat doen toch alleen homo’s?” (Zus en Zo). In Verder dan de maan van Stijn Conincx probeert haar drankzuchtige zwager nog even op Connie’s gemoed te werken om geld te lenen. Is het een halfhartige versierpoging? Tante Connie maakt zich geen illusies. Eén snibbige snerp en hij taait af. En zij is weer alleen.

Vanaf morgen draait Tiramisu in de bioscoop

    • Bas Blokker