Een jaar nutteloze trainingen

Hulp bij reïntegratie is weinig effectief, blijkt uit studies.

Want met een cursus tarotkaart leggen kom je niet snel weer aan het werk.

In de Tweede Kamer doen verhalen de ronde over reïntegratiecursussen tarotkaart leggen en wichelroede lopen.

Het begeleiden van Pauline van Schermbeek (53) is onlangs gestopt. Maar een baan heeft ze ondanks tientallen sollicitaties niet gevonden. „Ik heb zeker een jaar verloren met nutteloze trainingen. Ik zat tussen de bijstandsmoeders en WAO’ers op computerles”, vertelt Van Schermbeek, die jaren werkzaam was in de hulpverlening en bijna een studie psychologie afrondde.

Werkzoekenden die hulp nodig hebben bij het zoeken naar betaald werk, kunnen bij een reïntegratiebedrijf terecht voor bijvoorbeeld een beroepskeuzetest, sollicitatietraining of scholing. Van Schermbeek volgde er twee, en kreeg geen baan. Dat doet de statistieken over de effectiviteit van reïntegratie geen goed. En die liegen er niet om: 41 procent van de mensen dat een reïntegratietraject volgt, krijgt binnen twee jaar een baan. Dat bleek eind januari uit een evaluatie van het ministerie van Sociale Zaken.

De toegevoegde waarde van het reïntegratietraject is volgens die evaluatie niet zeker en lastig vast te stellen. Sociale Zaken spreekt over „een klein positief effect”. Dat positieve effect is volgens gegevens van de Raad voor Werk en Inkomen zéér klein: uit data van 2005 bleek dat de kans op een baan voor WW’ers van 55 tot 64 jaar maar 2 procent toeneemt door een traject te volgen. Voor personen van 45 tot 54 jaar is de toegevoegde waarde van reïntegratie zelfs 0 procent.

Deze succespercentages – of beter gezegd faalpercentages – stammen uit 2005. Die cijfers zijn niet meer representatief, zegt Martin Harms, directeur reïntegratie van uitkeringsinstituut UWV. In 2004 werd de individuele reïntegratieovereenkomst ingevoerd, waardoor werkzoekenden een persoonlijk plan konden krijgen.

De aansluiting op wat werkzoekenden nodig hebben wordt er door de individuele aanpak niet per definitie beter op. Marc van Hoof, advocaat van de Bijstandsbond in Amsterdam, een belangenbehartiger van bijstandsgerechtigden, weet genoeg voorbeelden. „Een 59-jarige vrouw met veel werkervaring wordt naar een traject voor sociale activering gestuurd. Iemand met zware psychische klachten naar een kookcursus. En als een jongen geïnteresseerd is in computers, en een geschikte baan vindt in die branche, mag dat niet. Die jongen moest plantjes gaan stekken in een fabriek.” In de praktijk hebben reïntegratieklanten niets over hun traject te zeggen, stelt advocaat Van Hoof.

Pauline van Schermbeek wisselde na een jaar van reïntegratiebureau. Over haar tweede bureau is ze wel tevreden, ook al heeft ze nog geen vaste baan. Ze kreeg van het bureau geen collectieve trainingen achter de computer, maar ging „jobhunten en gericht op zoek naar vacatures”. Ze heeft „goede hoop” binnenkort aan het werk te raken. En ook al is haar traject officieel afgelopen, ze mag het komende half jaar blijven bellen om haar hart te luchten, voor of na sollicitaties.

Gaat de keuzevrijheid voor klanten om hun eigen bureau uit te kiezen niet te ver? In de Tweede Kamer doen verhalen de ronde over individuele trajecten waarbij tarotkaarten leggen en cursussen wichelroede lopen deel uitmaken van de weg naar werk. Het ministerie van Sociale Zaken erkent dat er ‘spirituele elementen’ worden gebruikt in sommige trajecten: „Kennelijk deelt het UWV in deze gevallen de visie van de cliënt dat spirituele instrumenten het meeste uitzicht bieden op werkhervatting”, aldus het antwoord van de minister van Sociale Zaken op Kamervragen.

Op 19 maart houdt de Tweede Kamer een hoorzitting over het onderwerp, om te horen hoe de controle op de reïntegratiebranche beter kan worden en er meer duidelijkheid over de resultaten kan komen. Die resultaten zouden gemakkelijker te meten zijn als UWV en gemeenten alleen zouden uitbesteden. Maar in de praktijk doen zij de laatste twee jaar ook steeds meer zelf om werkzoekenden aan een baan te helpen.

UWV zet sinds 2005 reïntegratiecoaches in, gemeenten gebruiken steeds vaker ‘klantmanagers’. Daardoor wordt het grensgebied tussen reïntegratiebedrijf en opdrachtgever schimmiger en het meten van succes lastiger. Carmen de Jonge, directeur van de brancheorganisatie van reïntegratiebedrijven Boaborea: „Nu varen gemeenten te veel op onderbuikgevoelens over wat goed is voor de werkzoekenden. Als er zoveel geld in omgaat, moet je wel kunnen laten zien wat je ermee doet”.

Er bestaat geen methode om gemeenten die trajecten voor hun werkzoekenden uitstippelen, te controleren. Gemeenten leggen alleen verantwoording af aan de gemeenteraad. Wim Kuiper, directielid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten: „Het enthousiasme van gemeenten om de transparantie te vergroten, is tot nu toe teleurstellend”.

    • Annemarie Kas