Een afwezige kiezer is een goede kiezer

Zondag zijn de Spaanse parlementsverkiezingen.

De conservatieven proberen de gematigd linkse kiezer zo onzeker te maken dat die maar liever thuis blijft.

Mariano Rajoy sprak weer op verontwaardigde toon tijdens het tweede en laatste televisiedebat met de premier en socialistische lijsttrekker José Luis Rodríguez Zapatero begin deze week. „Het gaat niet goed met een meerderheid van de Spanjaarden”, waarschuwde de conservatieve voorman. De hypotheken, de huizenprijzen, de inflatie, de veiligheid op straat: de laatste jaren is alles duurder en minder geworden. Ongecontroleerde immigratie bedreigt de sociale zekerheid. „Orde en regels”, beloofde Rajoy. „U liegt altijd, altijd”, wreef hij de Spaanse premier in.

Probeer de gematigd linkse kiezers zo onzeker te maken dat ze komende zondag niet op socialisten stemmen. Zo werd de werkwijze van de conservatieve Partido Popular (PP) voor de zondag te houden parlementsverkiezingen vorige week toegelicht door Gabriel Elorriaga, een zwaargewicht onder de conservatieve partijstrategen. „Onze hele strategie is gericht op weifelende socialistische stemmers”, verklaarde Elorriaga tegenover de Financial Times. „We weten dat ze nooit op ons zullen stemmen. Maar als we genoeg twijfel zaaien over economie, immigratie en nationalistische kwesties, dan blijven ze misschien wel thuis.” Een lage opkomst zou in het voordeel zijn van de conservatieven die in de peilingen krap achterliggen op de regerende sociaal-democraten.

De woorden van Rajoy en Elorriaga tekenen de manier waarop de conservatieven de politieke spanningen in het land hebben opgevoerd sinds ze vier jaar geleden de parlementsverkiezingen verloren.

Sindsdien heeft de Partido Popular felle oppositie gevoerd tegen de regering-Zapatero, waarbij vooral de ‘vredesbesprekingen’ met de Baskische terreurbeweging ETA en de verruiming van de autonomie van de Catalaanse regio het moesten ontgelden.

Sinds enkele weken is ook de economie inzet van het debat, nadat de groeicijfers voor het eerst sinds jaren stagneren. De Spaanse Centrale Bank knoeit met de cijfers om de werkelijke stand van zaken te verhullen, verklaarde conservatief woordvoerder Eduardo Zaplana. Het wereldje van topbankiers en financiers in Madrid reageerde verbijsterd: net nu de Spaanse onroerendgoedmarkt met zwaar weer kampt, zit men niet te wachten op een aanval op de internationale betrouwbaarheid van Spanjes financiële stelsel.

In veel bushokjes op straat hangt het digitaal bijgewerkte portret van lijsttrekker Mariano Rajoy. ‘Met hoofd en hart’, zo luidt de slogan naast het lachende gezicht. „De profeet van de ‘catastrofe’ zou een betere tekst zijn”, meent Miguel Ángel Aguilar, nestor onder de politieke commentatoren, die schrijft voor El País. „En daarbij lijkt alles geoorloofd.”

De onheilstijdingen zijn volgens Rajoy ‘de ondergang van de Spaanse natiestaat’ omdat de Catalaanse regio meer bevoegdheden kreeg en ‘het verraad aan de doden’ omdat hij politieke concessies zou hebben gedaan aan de Baskische afscheidingsbeweging ETA.

Het parlement veranderde regelmatig in een heksenketel met joelende en klappende conservatieve parlementsleden. Alle belangrijke aangenomen wetten werden door de oppositie aangevochten voor het Constitutionele Hof om getest te worden op hun grondwettelijke houdbaarheid.

Het recept werd bekend als ‘crispación’: het opvoeren van de politieke confrontatie. Daarbij werd de regering verweten een maximale verdeeldheid in de samenleving te veroorzaken. De Partido Popular probeerde daarmee wraak te nemen op het onverwachte verlies bij de verkiezingen van 2004. Daarin was de partij afgestraft voor de reactie van de conservatieve regering-Aznar op de treinaanslagen enkele dagen eerder in Madrid, waarbij 191 mensen omkwamen.

De conservatieve partij ontkende niet alleen haar falen. Samen met het dagblad El Mundo en de radiozender van de bisschoppen Cope werd drie jaar lang gesuggereerd dat de socialisten betrokken waren bij een terreurcomplot achter de treinaanslagen.

De afgelopen jaren toonde de Spaanse katholieke kerk zich een trouwe bondgenoot van de conservatieven. Samen met de bisschoppen werd op straat geprotesteerd tegen het homohuwelijk dat door de regering-Zapatero werd ingevoerd.

De door voormalig leider José María Aznar aangewezen Rajoy staat bekend als een weinig charismatisch en weinig daadkrachtig politicus. Toch probeert de partij nu haar leider neer te zetten als een gematigde politicus die de Spanjaarden verbindt, tegenover een extremistische Zapatero die voor verdeeldheid zorgt. Met zijn optreden in twee tv-debatten ging hij vooral in de aanval, zonder met veel eigen voorstellen te komen. In de peilingen na het laatste debat is Rajoy een duidelijke verliezer.

    • Steven Adolf