Drie meisjes en een jongen

Naissance des pieuvres. regie: Céline Sciamma. Met: Pauline Acquart, Adele Haenel, Louise Balchère, Warren Jacquin.In: 8 bioscopen.

Bestaat er zoiets als een vierhoeksrelatie in literatuur of film? Dan is Naissance des pieuvres van Céline Sciamma daar een mooi voorbeeld van. Drie meisjes en een jongen zijn verwikkeld in een web van onderlinge verhoudingen, waarin niet zozeer de liefde de draden weeft, als wel de angst. Hun leeftijd is daarbij essentieel: ze zijn pubers die de regels van het spel nog moeten ontdekken en tastend hun weg zoeken.

Marie is de ik-figuur in de film. Ze is mager, onopvallend en onzeker. Object van haar meisjesdromen is Floriane, aanvoerster van het synchroonzwemteam en geproportioneerd als een jonge filmster. Floriane begeert François en gezien haar status (gehaat door de meisjes, gewild door de jongens) kan het haar weinig moeite kosten hem te veroveren. Maar waarom heeft ze daar Marie dan bij nodig?

Deze verhouding wordt met lede ogen aangezien door Anne, een iets te gevuld meisje dat op haar eigen kordate manier van Marie houdt. Zo heeft Sciamma de rollen in haar drama haarscherp verdeeld. De wreedheid en de angst, de onverschilligheid en de wanhoop worden op herkenbare, maar filmisch op een heel intelligente manier aangedikt op het doek gebracht.

De jonge actrices Pauline Acquart (Marie), Adele Haenel (een misprijzend kijkende Floriane) en Louise Balchère (Anne) doen hun werk voorbeeldig. Daarbij zijn de teksten van de dialoog intelligent en boeiend. Het is aardig om ze even met Juno te vergelijken, de Amerikaanse puberfilm die een weergaloos internationaal succes is geworden. Twee belangrijke verschillen: de meisjes van Naissance zijn niet streetwise en minder welbespraakt dan Juno en haar vrienden. En er komt geen mobiele telefoon aan het Franse spektakel te pas.

Sciamma’s debuut is even trefzeker als een aantal jaren geleden Brodeuses dat was, van Éléonore Faucher. De setting in het zwembad is een visueel en symbolisch sterke vondst. De tegenstelling tussen het krampachtige grijnzen boven wateroppervlak en het onbeholpen gespartel met de benen daaronder vat het hele drama samen.

Dat geldt ook voor de titel, letterlijk ‘de geboorte van de inktvissen’ – verwijzend naar de wirwar van onderwaterbenen. Maar pieuvre heeft ook de figuurlijke betekenis van ‘uitzuiger’, en dat slaat dan weer op de manier waarop de kinderen elkaar gebruiken. Het is allemaal heel knap. Misschien iets meer hoofd dan buik.

    • Bas Blokker