Comeback

Toen ik een maand geleden enkele spottende passages aan de retoriek („We are the ones we’ve been waiting for…We are the change that we see”) van Barack Obama wijdde, en voorlopig partij koos voor Hillary Clinton, kwam me dat op nogal wat verwijten van vooral vrouwelijke lezers te staan. Hoe durfde ik aan die fantástische Obama te komen? Had ik niet in de gaten dat hij een hele natie bezieling kon geven?

Dat had ik heus wel in de gaten, maar tegelijk voelde ik mijn oude scepsis opkomen ten opzichte van politici die hele naties bezieling kunnen geven. Daar zijn meer slechte dan goede voorbeelden van.

Ook besefte ik terdege wat sommige van mijn lezeressen nog meer dreef. Er zijn ook in mijn verleden zwakke momenten geweest waarop ik liever Jane Fonda dan Lyndon Baines Johnson in het Witte Huis zag, maar ik heb ervan geleerd dat je erotische verlangens moet onderdrukken als je in het stemhokje staat.

Zouden de Amerikaanse Democraten inmiddels ook tot dat besef zijn gekomen, en moeten we daaraan de tweede comeback van Hillary toeschrijven? Het zou me niets verbazen. Hillary speelt er in ieder al handig op in. Zij erkent dat Obama jonger en mooier is dan zij, maar ze heeft haar grotere levenservaring tot een machtig wapen omgesmeed.

„Ik heb elke rimpel in mijn gezicht verdiend”, zei ze onlangs. Een betere oneliner had ze niet kunnen kiezen om zichzelf en de oudere kiezer een hart onder de riem te steken. Voortaan weet ik wat me te doen staat als het leven mij nieuwe streken levert: naar de spiegel. Weer een grijze haar? Een verzakte mondhoek? Begroet ze!

Als ik Obama was, zou ik er niet langer gerust op zijn. Eigenlijk is het met hem bergafwaarts gegaan sinds hij de steun van Wouter Bos heeft gekregen. In Ohio en Texas waren ze daar niet van onder de indruk. „Is dat niet de guy die Cohen en Vogelaar plotseling liet vallen”, vroegen de Texaanse veeboeren zich af die in hun schaarse vrije tijd de Web- en Weekeditie van NRC Handelsblad spellen.

Ella Vogelaar!

Als ik haar zie, moet ik altijd even aan Hillary denken – en andersom. Twee dames in de verdrukking, maar met een ruggegraat die steviger is die dan je bij eerste aanblik zou denken. Ze zijn omringd door ‘vrienden’ en vijanden die het op hun politieke ondergang hebben gemunt, maar ze laten zich niet van de wijs brengen.

„Als de toon (van het integratiedebat) tot verkeerde polarisatie leidt, moet je de toon aanpassen. Daarin verschil ik misschien met Bos”, zei Vogelaar gisteren. „Nu leidt de toon van het debat niet tot oplossingen.”

Een vrouwelijke minister die haar mannelijke politieke leider durft tegen te spreken – that’s the spirit. Misschien wordt het een doorbraak in de (inter)nationale politiek.

Men vreest nu nog dat Hillary als president haar oor te veel naar Bill zal laten hangen. Maar zou het toeval zijn dat Bill al steeds meer naar de achtergrond van haar campagne is verdwenen? Misschien krijgt hij volgend jaar op de eerste dag in het Witte Huis wel meteen te horen: „Voortaan kloppen voor je binnenkomt.” En: „Geen damesbezoek.”