Beurs verliest Nederlandse trekjes

De AEX-index is jarig. De handel op de Amsterdamse beurs stijgt nog altijd fors, maar de beursgraadmeter bevat steeds meer kleine en buitenlandse fondsen.

Vijfentwintig jaar en nog altijd de koning van het Damrak. De AEX-index van de Amsterdamse effectenbeurs, ofwel Euronext, is de graadmeter waar de belegger in Nederland naar kijkt. Maar de index verliest, na enkele grote overnames door buitenlandse bedrijven, steeds meer Nederlandse trekjes.

De AEX heeft de turbulente jaren van rond de eeuwwisseling overleefd. Na de invoering van de euro werd gevreesd dat internationale indices als de Eurostoxx 50 de voorkeur zouden gaan krijgen boven de nationale indices. En hoewel de Eurostoxx inderdaad veel gevolgd wordt, bleek er genoeg ruimte voor een index als de AEX.

Het succes van de beurs en vooral de AEX-index is de laatste jaren enorm gegroeid. De bedenker van de AEX, toenmalig directeur van de optiebeurs Tjerk Westerterp, zal in 1983 in zijn stoutste dromen niet hebben voorzien dat de handel gebaseerd op de index zo onstuimig zou worden. In 1983 bestond de graadmeter uit slechts dertien bedrijven. Er staan nog altijd in de index: supermarktconcern Ahold, chemie- en verfbedrijf Akzo Nobel, bierbrouwer Heineken, energiegigant Shell, bank en verzekeraar ING (toen Nationale Nederlanden), elektronicaconcern Philips en voedingsbedrijf Unilever. In de jaren erna werd de index uitgebreid en nam de naamsbekendheid toe.

De aanzet tot de populariteit van de index kwam met de komst van de internethausse. Tijdens deze hausse gingen steeds meer particulieren handelen in aandelen. Veel belangrijker nog voor het Damrak was de nog altijd sterk toenemende handel in financiële producten die zijn gerelateerd aan de index, met name index-opties. In 2006 introduceerde de beurs behalve de bestaande maandopties ook weekopties op de index. Dit is zo’n succes gebleken dat de beurs eind maart met dagopties komt.

Dit succes ten spijt lijkt de AEX-index de laatste jaren aanzien te verliezen. Dit is deels een afspiegeling van het Nederlandse bedrijfsleven. Eind jaren negentig groeiden de concerns dankzij grote overnames. Nu is die situatie grotendeels omgekeerd. Het zijn de Nederlandse concerns die de afgelopen jaren doelwit zijn van overnames. De beurs nam afscheid van babyvoedingmaker Numico, van uitgever VNU en van ABN Amro, het bedrijf dat er in 1983 ook bij was, als hadden ABN en Amro toen nog twee aparte noteringen. En de uittocht is nog in volle gang. Uitzender Vedior en handelshuis Hagemeyer staan op het punt te worden gekocht, evenals Tele Atlas, pikant omdat de kaartenmaker pas deze week in de index werd opgenomen. Het zal de kortste AEX-notering ooit worden. De beurs nam het bedrijf desondanks op, omdat zij niet wil speculeren op het wel of niet slagen van een biedingsproces.

Met het verdwijnen van enkele grootmachten verdwijnt ook een deel van de Nederlandse trekjes van de index. Sinds vorig jaar staat het staalbedrijf Arcelor Mittal erin, dat officieel Nederlands was, maar nu zijn hoofdkantoor in Luxemburg heeft. Ook het Franse vastgoedfonds Unibail kwam in de index, na de overname van de Nederlandse rivaal Rodamco. Overigens is het de vraag hoe Nederlands bedrijven als Shell, Akzo Nobel, Unilever en ING nog zijn. Het zijn ook deze vier bedrijven die, samen met Mittal, momenteel de boventoon voeren in de index en met hun zware weging een grote invloed hebben op de graadmeter.

Volgens de effectenbeurs is de spreiding de laatste jaren toegenomen. De invloed van Shell is minder geworden en de grote nadruk op de financiële waarden is met het verdwijnen van ABN Amro minder geworden. Daartegenover staat de toenemende nadruk op vastgoedfondsen. Een van de nieuwkomers is Corio en als een van de opgekochte fondsen vervangen zou worden, staat vastgoedbedrijf Wereldhave op de nominatie om in de AEX te komen. De opkomst van vastgoedfondsen laat weer eens zien dat de index geen afspiegeling is van de Nederlandse economie, maar een weergave van de gunst van de belegger. Het belangrijkste criterium om in de index te komen, is het handelsvolume. Anders hadden wellicht grote werkgevers als bouwbedrijven wel in de graadmeter gestaan.

    • Heleen de Graaf