Wij duwen samen onze boot, voet voor voet

Tweeluik over trouwen met een man uit het buitenland.

Vandaag deel 2: Laxman Giri leerde Liedewij kennen bij een meditatie.

Het huwelijk in Breda. En het ceremoniële huwelijk in Nepal op 25 november 2007. Onderaan Saddhu Ram Giri, de tweelingbroer van Laxman Giri. Foto’s Hein Slee Slee, Hein

Hij komt uit Nepal, zij uit Nederland. Twee maanden geleden trouwden Laxman Giri en Liedewij Slee in Nepal. Het was een ceremoniëel huwelijk, met meer dan zevenhonderd gasten. Een half jaar eerder trouwden ze in Nederland met alleen de directe familie als getuigen van de plechtigheid. Van een meditatie tot een huwelijk in nog geen 365 dagen. Laxman Giri (35) vertelt vanaf zijn eerste ontmoeting tot en met het huwelijk in Nepal. (Dit vraaggesprek werd gehouden in het Engels, red.)

„In de zomer van 1998 of 1999 – in Nepal hebben we een andere jaartelling, waardoor ik altijd hard moet rekenen – was mijn tweelingbroer op een dag aan het mediteren langs de oever van de rivier bij ons dorp. Net op dat moment passeerde aan de andere kant van de rivier een groep mensen. Het waren Nederlanders. Ze bleven staan en keken lang naar mijn broer. Toen staken ze de rivier over en gingen naar hem toe.

Ram, mijn tweelingbroer, is een Saddhu. Dat is een spirituele priester, die bij ons zeer wordt gerespecteerd. Mijn broer sprak toen nog geen woord Engels, daarom werd ik erbij geroepen. Dat was ons eerste contact met Nederland.

De mensen in de groep waren erg onder de indruk van mijn broers uitstraling. De leidster zei dat ze door hem het licht had gezien. Ze vroegen of Ram naar Nederland wilde komen. Maar die moest daar niet aan denken – we waren nog nooit in het buitenland geweest. Ons dorp is op zo’n zeven uur lopen van Kathmandu.

Ik was in die tijd erg bezig met mijn school: een private college voor álle kinderen, dus niet alleen voor de rijken. Daarom vroeg ik om een wederdienst: wij komen naar jullie toe, als jullie komen lesgeven op mijn school. Zo zijn we in contact gebleven.

Uiteindelijk gingen Ram en ik in 2003 voor het eerst naar Nederland. In de jaren daarna werd mijn broer een soort middelpunt van meditatie. Zijn kennis en begrip van de inner world worden hoog aangeslagen in Nederland. Zelf ging ik steeds mee als vertaler.

Zo waren we in 2006 in de Angel Shop, een soort spiritueel centrum in de binnenstad van Utrecht. Daar ontmoette ik Liedewij. Zij kwam voor de meditatie en we raakten aan de praat. Ik ben vriendelijk tegen iedereen, dus ook tegen haar: mediteren verbroedert. Iedere dinsdag dat ik daar met mijn broer voor meditaties was, kwam ze even langs – en soms bleef ze wat langer. Maar er was toen nog niets tussen ons.

Vanaf mijn twintigste is er veel druk op mij uitgeoefend om te gaan trouwen. Bij ons is het nog steeds gebruikelijk dat je wordt uitgehuwelijkt. De ouders bepalen dan onderling of het een goede match is.

Maar dat had ik steeds weten uit te stellen. Ik wilde studeren en mijn idealen realiseren. In ons dorp sprak iedereen over het feit dat ik nog niet getrouwd was – en iedereen wist wel een goede vrouw voor mij.

Gelukkig gaf mijn moeder me toestemming om zelf een vrouw te zoeken. Mijn moeder heeft een zwaar leven gehad: mijn vader is vroeg overleden. Zij moest er daarna alleen voor zorgen dat haar kinderen goed terechtkwamen.

Wij hebben haar gelukkig gemaakt – mijn broers, mijn zussen en ik zijn voorbeeldige kinderen. Alleen was ik dus nog steeds niet getrouwd. Mijn moeder zei dat ze zoveel van me hield dat ze me vertrouwde. Ik beloofde haar dat ik zou trouwen. In 2006. En als ik wat beloof, kom ik mijn belofte na.

Al vijf jaar had ik als schoolhoofd de verantwoordelijkheid over mijn school. Alles wat ik deed, werd door mijn leerlingen als voorbeeld gezien. Ook de ouders en alle ambtenaren uit mijn stad waardeerden mij als hoofd van de school. Ik had die voorbeeldfunctie en moest mij ernaar gedragen. En dus trouwen!

In 2006 werd ik gekoppeld aan een Surinaams meisje in Wageningen. We waren daar enige tijd samen en iedereen wist dat ik dat jaar moest trouwen. Ik maakte er er zelf ook grapjes over.

Het was een aardig meisje. Ze sprak Hindi. En we werden verliefd. Tenminste dat denk ik, want vóór 2006 had ik de liefde nog nooit gekend. We hebben er met elkaar over gesproken maar het is er nooit van gekomen, want de volgende morgen was ze weg. Ze zei dat ze toch niet met me wilde trouwen.

Kort daarna ontmoette ik Liedewij in de Angel Shop. We leerden elkaar beter kennen en gingen beseffen dat er meer was dan vriendschap. Maar ik wilde niet nog een keer afgewezen worden. Ik ging terug naar Nepal.

We hebben daarna intensief contact gehouden. En op een dag mailde ze dat ze mij kwam opzoeken. In ons familiehuis is altijd plaats voor meditatievrienden. Zo legde ik haar bezoek ook uit aan mijn familie.

Ik heb haar mijn school laten zien en mijn plannen voor een groot meditatiecentrum verteld. En op een dag nam ik haar mee naar één van de mooiste tempels bij ons in de buurt, de ‘moeder der moeders’. Ik wilde daar bidden, om hulp te vragen bij het vinden van een vrouw. Liedewij zou in het vrouwendeel van de tempel haar gedachten kunnen laten gaan.

Maar voordat we er naar binnen gingen, zei ze dat ze met me wilde praten. Ik heb haar toen nog een keer uitgelegd hoe ik in het leven sta, wie ik ben en wat ik zou willen bereiken. Ik geloof niet dat ze echt luisterde – ze zat te dromen. Daar hebben we besloten om met elkaar te gaan trouwen.

We hebben het grote nieuws nog wel even voor ons gehouden. Ik wist dat als ik het op dat moment aan mijn moeder zou vertellen, zij zou hebben gezegd: ‘Dat is mooi! Hup, morgen is het huwelijk!’

We hebben besloten éérst in Nederland te trouwen. Jullie huwelijk is totaal anders. Daar moest ik wel aan wennen. Bij ons trouw je wanneer je maar wil.

Maar hier moesten we eerst in ondertrouw. Alles gaat voor de wet. Maar het leven is niet een wet, het leven is de natuur. Niet dat ik het erg vind hoor, ik respecteer het. Mijn geluk met Liedewij bestaat voor een groot deel uit respect voor elkaar.

Maar ik was wel geschokt toen ze me vertelde dat ze in een witte jurk ging trouwen. In het wit! Bij ons trouw je in het rood. Als je bij ons een witte jurk draagt, betekent dat dat je echtgenoot is overleden. Dus ik trouwde met een vrouw in rouw om haar man. Gelukkig was ik voorbereid, want we hebben het uitgebreid over de rituelen gehad. Het mooie was dat er ook heel veel overeenkomsten zijn.

Na ons huwelijk ging ik terug naar Nepal, om ons huwelijk dáár voor te bereiden. Mijn vrienden vroegen: ‘Waarom nodig je ons uit?’ Daar bedoelden ze mee, dat ik een niet-hindoe trouwde. In hun ogen pleegde ik een soort verraad. En daar wilden ze geen deel van uit maken.

Ik heb uitgelegd dat het voor onze familie was. Dat er geen verschil in godsdienst is, en dat je elkaars goden kunt respecteren. Gelukkig zijn mijn vrienden toen toch gekomen. Zo hebben ze kunnen ervaren hoe harmonieus ons huwelijk is. En dat hebben we te danken aan het inlevingsvermogen van Liedewij en haar familie.

Nu zit ik weer in Nederland. Ik mis mijn familie heel erg. Dat valt me zwaar. Mijn plan is the big tree. Ik heb het zaadje in mijn hand – ik hoop in mijn eigen land grond te kunnen kopen voor een groot meditatiecentrum. Dat schept mogelijkheden voor ons allebei: oost en west zit in ons, dat moet goed komen.

Ik mis vooral mijn tweelingbroer. Toen ik naar Nederland vertrok, heb ik hem mijn mobiele telefoon gegeven. Daarmee zou hij me zo vaak kunnen bellen als hij wilde. Maar hij zegt dat hij hem niet kan gebruiken, omdat hij me dan ziet en voelt. Dat is de moeilijke kant van het verhaal.

Ondertussen ben ik hard aan het studeren op de Nederlandse taal. Ik heb al een toelatingsexamen moeten afleggen, in New Delhi. Daar vroegen ze me of het land plat was of niet, en of ik een aantal steden kon noemen. Voor dat examen had ik uren gereisd. Nu sta ik ingeschreven voor de inburgeringscursus, maar daar is een wachtlijst voor. Jullie hebben hier een goed leven, maar dat betekent niet dat je moet stoppen met plannen maken. Dus ik droom door over ons meditatiecentrum in Nepal. Liedewij wil Nepalees leren. Wij duwen samen onze boot en als je dat voor je ziet, zie je dat er altijd één voet voor de andere staat. We hebben afgesproken om de beurt de voorste voet te zijn.”