Vindt kabinet lijf en goed belangrijker dan vrij zijn? 3

De meest verbazingwekkende vraag die in het debat over de film van Wilders steeds weer wordt gesteld is die of de vrijheid van meningsuiting zó ver mag gaan dat die beledigend of anderszins onrechtmatig wordt. Maar die vraag is allang beantwoord. Art. 7 Grondwet garandeert vrijheid van meningsuiting, zonder ”voorafgaand verlof” maar ”behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”. Deze verantwoordelijkheid jegens de wet wordt repressief opgevat. Er kan geen preventieve censuur worden uitgeoefend maar wanneer een uiting lasterlijk, beledigend of anderszins onrechtmatig is, kan de zegsman strafrechtelijk resp. burgerrechtelijk worden vervolgd. Maar wat men eigenlijk lijkt te vragen is: kan deze verantwoordelijkheid jegens de wet ook een preventieve werking hebben? Is het mogelijk om, wanneer men kennis draagt van dan wel een vermoeden heeft omtrent een uiting die nog niet openbaar is, de rechter vooraf een verbod te doen uitvaardigen omdat de uiting op enige wijze beledigend, lasterlijk of anderszins onrechtmatig of onverantwoordelijk zal zijn?

Zo ja, dan zou dit, ook al is er dan een beperking tot strafrechtelijke dan wel burgerrechtelijke onrechtmatigheid, feitelijk de herinvoering van een preventieve censuur zijn. De vraag naar de grens tussen vrijheid van meningsuiting en belediging geeft dus blijk van een heimelijk verlangen naar die censuur. Daar zou niemand zich toe moeten laten verleiden, ook niet door Wilders.

    • O.L.E. Jongmans