Van ondergoed tot politiek spandoek

Nieuwe trend: T-shirts zonder lawaaiige teksten. Maar prints blijven populair, net als biologische T’s.

Met modetips voor de zomer.

Illustratie Miriam Vieveen

Hét T-shirtparadijs zit in de Amsterdamse Jordaan. Bij American Apparel in de Westerstraat hangen rekken vol hippe modellen in alle kleuren van de regenboog. Opvallend: het zijn allemaal T-shirts zonder opsmuk, zonder lawaaiige teksten of lollige opdrukjes. De vraag naar maagdelijke shirtjes is kennelijk groot, binnenkort opent het Amerikaanse label een tweede filiaal in de hoofdstad. Is de handelaar in onbedrukt modieus textiel een buitenbeentje of voorloper? De tijd zal het leren.

De meeste modemerken in het casual segment brengen alweer seizoenenlang – en ook komende zomer weer – een overvloed aan geprinte T-shirts. Maar kunnen we ons daar nog wel in vertonen? Wat Lilian Sosef betreft, ontwerpster bij kledinglabel Kuyichi, nog steeds. „Toen wij in 2001 begonnen, waren T-shirts met prints enorm populair. In de eerste jaren brachten we veel message prints als fashion sucks, waarmee we op een leuke manier ergens tegen aan schopten. Daarna werden prints minder belangrijk, sinds vorig jaar komen ze weer terug.” Een verklaring heeft de ontwerpster ook: „Iedereen wil zich tegenwoordig politiek of sociaal uiten.”

Het T-shirt als spandoek was 25 jaar geleden niet aan te slepen. Choose life, stop acid rain, ban pollution schreeuwden toen de T’s van Katherine Hamnett. De Britse ontwerpster veroorzaakte opschudding door bij een officieel bezoek aan de Iron Lady, premier Margaret Thatcher, in Downingstreet 10 een T-shirt met anti-atoombomkreet te dragen. Als een van de schaarse echt sociaalbewogen modeontwerpers gebruikt ze nog steeds de borst van haar klanten als politiek podium. Clean up or die, is een kreet op haar nieuwste reeks T-shirts.

Er was een tijd waarin je geen opdruk nodig had om een statement te maken. Je vertonen in een T-shirt was al genoeg. In de stijve jaren vijftig waagden Amerikaanse greasers – ondeugende jeugd – zich als eersten in strakke witte T-shirts. Ze keken dat af van filmster Marlon Brando die in A Streetcar Named Desire (1951) een macho speelde in een kraakhelder wit shirtje. Feitelijk speelde hij in ondergoed, want daarvoor werden dergelijke katoentjes vanwege het hoge zweet absorberende gehalte al zo’n vijftig jaar gebruikt.

In onze tijd is ademend katoen nog steeds de ideale grondstof voor T- shirts. Vooral als de witte pluizenbolletjes biologisch geteeld zijn. Kuyichi was zijn tijd daar ver mee vooruit. „Tegenwoordig zijn meer merken bewuster bezig”, zegt ontwerpster Lilian Sosef van Kuyichi. „We zijn daarom altijd een stap voor. We ontwikkelen breisels van soja of maïs. We hebben nu T-shirts van bamboe, linnen blends en gerecyclede garens.” Zo’n gerecycled breisel oogt een beetje onregelmatig en dat geeft volgens Sosef een stoer effect. Ze verwerkte het daarom in mannen-T-shirts. Zelf krijgt de ontwerpster het ultieme bio-katoengevoel in een T-shirt van biologisch Peruaans pima-katoen. „Dat voelt op de huid als zachte zijde. Maar bio-katoen draagt altijd fijn, blijft veel langer mooi en is sterker.”

Tot de jaren tachtig was het model van T-shirts ondergeschikt aan de opdruk of kleur. In de jaren zestig zag je veel zelfgeverfde kleurrijke katoentjes met lieve vlindertjes en vredetekens maar ook boze dichtgeklemde vuisten, feministische kreten en toen al het hoofd van Che Guevara. Tien jaar later was het arsenaal aan prints uitgebreider en prijkten op strakke en iets te korte T-shirts kreten als Stoned Again, logo’s van merken en de namen van popgroepen. Led Zeppelin verkocht in 1978 op een popfestival in één weekend 25.000 exemplaren.

Sinds modeontwerpers als Katherine Hamnett zich vanaf de jaren tachtig over het T-shirt ontfermen, hobbel je als hippe meid in een rechttoe-rechtaan hemdje hopeloos achter de mode aan. „Op het gebied van fits, shapes en details gebeurt eindeloos veel”, zegt Lilian Sosef. Het nieuwe dames-T-shirt heeft volgens de ontwerpster vaak een bijzondere halslijn en fit (oversized, asymmetrisch, extra lang of juist extra kort). Ook komen vleermuis- of pofmouwen vaak voor. Bijzondere details zijn verder rugsluitingen, satijnen afwerkingen, verlegde naden, rimpeltjes, plooien en knoopjes.

Mannen hebben minder keus. Hun T-shirt heeft deze zomer – hoe gewaagd – bijvoorbeeld een iets lagere ronde halslijn, een boxy (vierkante) of lange fit en een oversized maat.

Hoe je weet je of je verse aankoop geen flodder wordt? Voor een leek is het lastig – er zijn veel jersey kwaliteiten – om een slecht shirt te onderscheiden van een goed. De woorden ‘mercerised cotton’ in het label zijn een goede aanwijzing. Van een fast fashion koopje van H&M moet je niet vreemd opkijken als het na de eerste wasbeurt aan vorm of kleur heeft verloren. Bobbelende naden komen dan opeens aan het licht doordat het garen meer is gekrompen dan de stof.

Jersey dat schuin op de stofrichting is geknipt levert onbedoelde schuine naden op.

Laten liggen dus.

    • Georgette Koning