Vaklieden willen gewaardeerd worden door hun bazen

In de kleinmetaal wordt gestaakt voor meer loon. De sector moet sowieso aantrekkelijker worden voor werknemers. „Want door het tekort moeten we steeds harder lopen.”

Installateurs verzamelden zich vanmorgen bij het hoofdkantoor van GTI in Bunnik voor een estafettestaking voor een betere cao in de kleinmetaal. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold bunnik demo foto rien zilvold Zilvold, Rien

„Wij maken de winst, maar zien er niets van terug. Dat is toch krom?”, vindt Lennard (25), die voor installatiebedrijf GTI in Terneuzen werkt. Hij is één van de ruim negenhonderd stakers die vanmorgen met de bus naar het hoofdkantoor van GTI in Bunnik is gekomen. Zijn collega Nico (52) is het helemaal met hem eens: „Ze moeten nu maar eens over de brug komen.”

Toch zijn de stakingen in de kleinmetaal, die vorige week zijn begonnen, meer dan een standaard loonconflict. „De sector moet weer aantrekkelijk worden”, zegt Jan Berghuis, cao-onderhandelaar van FNV Bondgenoten. ‘De sector’ bestaat uit allerlei beroepsgroepen, van automonteurs tot installateurs en tankstationmedewerker. In de metaal en techniek, de grootste sector van Nederland, zijn ruim 400.000 mensen werkzaam.

René Schoen (32) is uit Zaandam gekomen voor de staking en bevestigt dat de metaal en techniek geen mensen aantrekt: „Ik heb in de afgelopen anderhalf jaar bij ons meer mensen zien gaan dan komen. Vind je het gek als je met vakkenvullen meer verdient dan in de metaalsector? En wij moeten steeds harder lopen.”

De belangrijkste reden voor een goede cao is dan ook het dreigende tekort aan vaklieden, vinden de bonden. Berghuis voorspelt dat in 2010 de technische sector een tekort van 70.000 werknemers heeft, waarvan ruim tweederde in de metaal en techniek. De krapte op de markt is nu al merkbaar, zegt hij: „Gisteren was ik bij Strukton Workphere, een installatiebedrijf waar achthonderd mensen werken. Zij hebben nu al honderdvijftig vacatures. Als je dat ziet, begrijp ik niet waarom werkgevers nauwelijks bereid zijn echt iets te doen om de arbeidsvoorwaarden aantrekkelijk te maken.”

Welke voorwaarden stellen de vakbonden? Ten minste drie opleidingsdagen per jaar, waarbij de werknemers zelf mogen bepalen welke cursussen ze volgen. De werkgevers bieden één dag. „Als je up-to-date moet blijven, dan is dat toch nooit genoeg?” roept Nico.

Maar zoals bij elke cao-onderhandeling blijven de looneisen het belangrijkste verschil van mening tussen werkgevers en bonden. Hietkamp van CNV: „Vaklieden lezen ook de berichten over topsalarissen. Als jouw werkgever er weer op vooruitgaat, voel je jezelf miskend en niet gewaardeerd.” De bonden eisen voor de gehele sector een loonsverhoging van 3,5 procent en voor jongeren onder de 21 jaar nog eens 10 procent. Ook moeten werknemers maandelijks 15 euro krijgen als tegemoetkoming voor de zorgverzekering.

De werkgeversorganisatie FWM die de centrale onderhandelingen voert, vindt die eis „onaanvaardbaar”. Bestuurslid Hep van Luunen: „We kunnen niet zomaar afspraken uit de grootmetaal en betaalde industrie kopiëren naar de kleinmetaal. Hier is de gemiddelde leeftijd veel lager, wij zijn niet in staat 10 procent loonsverhoging te bieden.” De FWM gaat akkoord met een eenmalige verhoging van 3 procent en daarna vanaf september nog eens 0,5 procent. Van Luunen vindt ook dat de sector aantrekkelijker moet worden en erkent dat de instroom moet verbeteren, maar „hogere salarissen is een wel erg traditionele oplossing”.

Hij zegt dat er juist al veel op het gebied van opleidingen gebeurt: „Jaarlijks steken we al 75 miljoen euro in de samenwerking met onderwijsinstellingen. ”

Behalve het aantrekkelijk maken van de metaal en techniek willen de bonden de werknemers die er al werken behouden door de leeftijdsdagen zoals de sector die nu heeft, voort te zetten. Vanaf 50 jaar krijgen werknemers ieder jaar een paar vrije dagen extra. De FWM is daar tegen en stelt tegenover afschaffing 0,5 procent loonsverhoging. Hietkamp vindt dat bod „nergens op slaan” en het is „niet te vergelijken met de 68 dagen die vijftigplussers nu krijgen”. „Installateurs en mensen op de bouwplaats doen zwaar werk. Die hebben hersteltijd nodig”, zegt hij. Door de vacatures die veel bedrijven al hebben, ligt het aantal uren dat werknemers werken sowieso gevoelig.

Al met al toch een standaard loonconflict? Volgens GTI’er Lennard wel: „Natuurlijk vinden we de salarissen het belangrijkst. We hebben drie jaar stilgestaan, daar hebben we nu genoeg van.” Nico vult aan: „Ja, en de oudelullendagen, die moeten zeker blijven.” Voorlopig zijn de bonden en FWM nog niet in gesprek. „Wij zijn wel bereid de looptijd van de cao aan te passen naar langer dan een jaar”, zegt Van Luunen. Maar dat is voor de bonden niet genoeg: „Dit kan wel eens de langste staking worden in de geschiedenis van de kleinmetaal”, aldus Berghuis. De afgelopen twee weken staakten al 250 bedrijven en de bonden plannen de komende weken nog tientallen stakingen.