Russische bommetjes

Ook voorspelbare verkiezingen kunnen soms een onvoorspelbaar resultaat opleveren. Dat Poetin wordt opgevolgd door Medvedev, is geen verrassing. Dat Medvedev zondag net iets overtuigender mocht winnen dan Poetin bij zijn herverkiezing in 2004, is wél opmerkelijk. Medvedev blijkt ruim 52 miljoen stemmen te hebben gekregen. Poetin moest het vier jaar geleden doen met 49,5 miljoen kiezers. De scheidende macht is dus genereus gebleken. In een overwinningtoespraak tijdens een popconcert gisternacht op het Rode Plein liet Poetin overigens doorschemeren dat zijn opvolger wel een „verplichting jegens velen” (ook hem) heeft.

Juist omdat de verkiezingen zijn afgewikkeld onder de strikte regie van de Staat, hebben zulke ogenschijnlijk onbeduidende details betekenis. Kennelijk mag er geen twijfel over bestaan dat Medvedev een eigen mandaat heeft. Medvedev zelf onderstreepte dat tijdens zijn persconferentie ook. Hij zal als president geen afstand doen van zijn grondwettelijke prerogatieven, zei hij. Beoogd premier Poetin zal zelfs niet in het Kremlin gaan werken, maar gewoon ver weg in het Witte Huis van de regering, elders in Moskou.

Het Russische bewind is er dus in geslaagd om in een paar maanden tijd het zogeheten ‘Plan Poetin’ , waarmee regeringspartij Verenigde Rusland in december 2007 tweederde van de zetels in het parlement veroverde, om te buigen naar een ‘Strategie 2020’, zoals het presidentschap van Medvedev wordt aangeduid. Deze naamgeving duidt erop dat de macht zichzelf nog drie termijnen gunt.

De grote vraag daarbij is wie die twaalf jaar in het Kremlin zal resideren. De bizarste complottheorieën doen de ronde. Er is vooralsnog weinig reden om te veel te speculeren. Tot nu toe heeft Poetin meestal woord gehouden. Hij heeft de Grondwet niet laten aanpassen of een andere truc uitgehaald voor een derde termijn.

Dat wil niet zeggen dat Medvedev zich ongestoord kan wanen. De politieke erfenis mag dan zijn dichtgetimmerd, de sociaal-economische boedel is minder rooskleurig dan de 641 miljard dollar aan totale reserves doet vermoeden. De inflatie is opgelopen tot 12 procent. Het verschil tussen arm en rijk is, ondanks de groeiende welvaart, groter geworden: de 10 procent rijkste Russen zijn 16 keer zo rijk als de 10 procent armsten. En onderwijs, wetenschap, gezondheidszorg en volkshuisvesting zijn juist minder toegankelijk geworden, hoewel het geld voor diepte-investeringen er was. Wellicht moet Poetin deze maatschappelijke tijdbommetjes als premier onschadelijk maken en wordt Medvedev de president voor het buitenlands beleid.

Maar het blijft een gekke combinatie. De macht in Rusland is van oudsher geen duobaan. De macht heeft er maar één gezicht en één plek: die van de leider in het Kremlin. Medvedev moet hopen dat het instituut president zoveel sterker is dan zijn eigen persoon dat hij erin groeit. Want hij weet zich omringd door belangengroepen die hem openlijk vleien, maar achter de schermen aan zijn stoelpoten zullen zagen totdat de machtsverhoudingen zijn uitgekristalliseerd.