Oppositie probeert kiezers bang te maken

Komende zondag gaan de Spanjaarden naar de stembus. De conservatieve oppositie heeft gekozen voor confrontatie, maar oppositieleider Rajoy is weinig charismatisch.

De lijsttrekkers Zapatero en Rajoy voor hun tweede tv-debat. Foto AFP Spanish Prime Minister Jose Luis Rodriguez Zapatero (L) and opposition Popular Party candidate Mariano Rajoy arrive for the second televised debate in Madrid on March 3, 2008. The last opinion polls before Sunday's election gave Zapatero's ruling Socialist Party a lead of about four percentage points over Mariano Rajoy's opposition Popular Party. AFP PHOTO/JAVIER SORIANO AFP

Mariano Rajoy sprak gisteravond weer op verontwaardigde toon tijdens het tweede en laatste televisiedebat met de premier en socialistische lijsttrekker José Luis Rodríguez Zapatero. „Het gaat niet goed met een meerderheid van de Spanjaarden”, waarschuwde de conservatieve voorman. De hypotheken, de huizenprijzen, de inflatie, de veiligheid op straat: de laatste jaren is alles duurder en minder geworden. Ongecontroleerde immigratie bedreigt de sociale zekerheid. „Orde en regels”, zo beloofde Rajoy. „U liegt altijd, altijd”, zo wreef hij de Spaanse premier in.

Probeer de gematigd linkse kiezers zo onzeker te maken dat ze komende zondag niet op socialisten stemmen. Zo werd de werkwijze van de conservatieve Partido Popular (PP) voor de zondag te houden parlementsverkiezingen vorige week toegelicht door Gabriel Elorriaga, een zwaargewicht onder de conservatieve partijstrategen.

„Onze hele strategie is gericht op weifelende socialistische stemmers”, verklaarde Elorriaga tegenover de Financial Times. „We weten dat ze nooit op ons zullen stemmen. Maar als we genoeg twijfel zaaien over economie, immigratie en nationalistische kwesties, dan blijven ze misschien wel thuis.” Een lage opkomst zou in het voordeel zijn van de conservatieven die in de peilingen krap achterliggen op de regerende sociaal-democraten.

De woorden van Rajoy en Elorriaga tekenen de manier waarop de conservatieven de politieke spanningen in het land hebben opgevoerd sinds ze vier jaar geleden de parlementsverkiezingen verloren.

Sindsdien heeft de Partido Popular uiterst felle oppositie gevoerd tegen de regering Zapatero, waarbij vooral de ‘vredesbesprekingen’ met de Baskische terreurbeweging ETA en de verruiming van de autonomie van de Catalaanse regio het moesten ontgelden.

Sinds enkele weken is ook de economie inzet van het debat, nadat de groeicijfers voor het eerst sinds jaren stagneren. De Spaanse Centrale Bank knoeit met de cijfers om de werkelijke stand van zaken te verhullen, verklaarde conservatief woordvoerder Eduardo Zaplana. Het wereldje van topbankiers en financiers in Madrid reageerde verbijsterd: net nu de Spaanse onroerendgoedmarkt met zwaar weer kampt, zit men niet te wachten op een aanval op de internationale betrouwbaarheid van Spanje’s financiële stelsel.

In veel bushokjes op straat hangt het digitaal bijgewerkte portret van lijsttrekker Mariano Rajoy. ‘Met hoofd en hart’, zo luidt de slogan naast het lachende gezicht. „De profeet van de ‘catastrofe’ zou een betere tekst zijn”, meent Miguel Ángel Aguilar, nestor onder Spanje’s politieke commentatoren, die schrijft voor El País. „En daarbij lijkt alles geoorloofd.”

De onheilstijdingen zijn volgens Rajoy ‘de ondergang van de Spaanse natiestaat’ omdat de Catalaanse regio meer bevoegdheden kreeg en ‘het verraad aan de doden’ omdat hij politieke concessies zou hebben gedaan aan de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Op straat werd een groot aantal massademonstraties georganiseerd, waarbij een organisatie van terreurslachtoffers de regering rechtstreekse samenwerking met de ETA verweet.

Alle belangrijke aangenomen wetten werden door de oppositie aangevochten voor het Constitutionele Hof om getest te worden op hun grondwettelijke houdbaarheid.

Het recept werd bekend als ‘crispación’: het opvoeren van de politieke confrontatie. De Partido Popular probeerde daarmee wraak te nemen op het onverwachte verlies bij de verkiezingen van 2004. Daarin was de partij afgestraft voor de reactie van de conservatieve regering Aznar op de treinaanslagen enkele dagen eerder in Madrid, waarbij 191 mensen omkwamen.

De conservatieve partij ontkende niet alleen haar falen. Samen met het dagblad El Mundo en de radiozender van de bisschoppen Cope werd drie jaar lang gesuggereerd dat de socialisten betrokken waren bij een terreurcomplot achter de treinaanslagen.

De afgelopen jaren toonde de Spaanse katholieke kerk zich een trouwe bondgenoot van de conservatieven. Samen met de Spaanse bisschoppen werd op straat geprotesteerd tegen het homohuwelijk dat door de regering-Zapatero werd ingevoerd. Eind vorige maand brachten de bisschoppen een officieel stemadvies uit waarin de huidige regering werd beschuldigd van ‘radicaal lekendom’ door de introductie van het vak maatschappijleer, het homohuwelijk en versnelde echtscheidingsprocedures. Omdat daarmee de moraal werd uitgehold, stond de deur open naar ‘dictatuur, discriminatie en wanorde’ en liep zelfs de democratie gevaar, aldus het bisschoppencollege.

Partijstrateeg Elorriaga: „De PP heeft een heel radicaal rechts imago op dit moment. Zelfs onze eigen stemmers denken dat ze meer in het midden zitten dan de partij.’’

De confrontatiestrategie wordt vrij algemeen toegeschreven aan voormalig leider José María Aznar. De door hem aangewezen opvolger Rajoy staat bekend als een weinig charismatisch en weinig daadkrachtig politicus, die er vanuit de oppositie niet in slaagde erg veel populariteit te verkrijgen. Met zijn optreden in twee televisiedebatten ging de conservatieve leider vooral in de aanval, zonder met veel eigen voorstellen te komen. In de peilingen na het laatste debat is Rajoy een duidelijke verliezer.