Ook subsidiepotje voor actuele film

Een nieuw fonds steunt de makers van documentaires over maatschappelijke onderwerpen. Het fonds zoekt ook naar distributiemogelijkheden buiten de omroepen om.

Hans Bosscher en Henk Suèr: ,,Door de huidige situatie staan vooral culturele documentaires in de belangstelling. Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 28-02-2008 Hans Bosscher en Henk Suer (Sur) PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Van het einde van het Britse Empire tot de val van Slobodan Milosevic. Het oeuvre van de gerenommeerde Britse filmmaker Brian Lapping beslaat tientallen documentaires over actuele maatschappelijke onderwerpen. „Hij zou in Nederland nergens voor een subsidie kunnen aankloppen”, zegt Henk Suèr, oud-hoofd documentaires van de NOS. „Veel onderwerpen van historisch belang worden hierdoor in Nederland niet behandeld.”

Suèr en filmmaker Hans Bosscher zijn de initiatiefnemers van een nieuw fonds voor journalistieke documentaires: de stichting Dutch Independent Documentary Fund (DIDF). Beiden noemen het werk van de Brit Lapping als voorbeeld voor maatschappelijke films die in Nederland nauwelijks worden gemaakt. Omroepen hebben geen budget (zie kader), overheidsfondsen richten zich meer op culturele producties.

Suèr is voorzitter, Bosscher directeur en Aad van den Heuvel (ex-KRO) bestuurslid van het nieuwe fonds. Het huurt per 1 mei een kamer in de nieuwe behuizing van het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties (Stifo) aan de Herengracht in Amsterdam. Het streven is om jaarlijks drie miljoen euro te verdelen. Simon Jelsma, oprichter van de Postcodeloterij en Stichting Doen, verschafte een startkapitaal. Inmiddels zijn bij de Publieke Omroep en het ministerie van OCW oriënterende gesprekken gevoerd.

Het idee voor het nieuwe fonds ontstond uit onvrede, zegt Hans Bosscher. „Voor een maatschappelijke documentaire was het altijd erg moeilijk geld bij elkaar te krijgen. Je hebt een omroep nodig om een fonds aan te kunnen spreken. Maar omroepen hebben vaak geen interesse in het genre. Bovendien werken ze bijzonder traag. Actuele documentaires over maatschappelijke onderwerpen zijn juist gebaat bij snelle besluiten.”

Omroepen zeggen volgens Suèr vaak dat zij dergelijke documentaires vaak voor minder geld in het buitenland kunnen kopen. „Zo steun je Nederlandse filmmakers niet bepaald.” Hij constateert een lacune in de Nederlandse overheidsfondsen: het Stifo subsidieert alleen artistiek gelaagde documentaires, en ook bij het Filmfonds staat de cinematografische waarde voorop. „Door de huidige situatie staan vooral de culturele documentaires in de belangstelling”, zegt Suer. „Maar de journalistieke, maatschappelijke en ‘analytische documentaire’, zoals Jan Vrijman het noemde, komen bijna niet aan bod.”

Suèr noemt een aantal thema’s waarover door het fonds ondersteunde documentaires kunnen gaan: oorlog en vrede, de kloof tussen arm en rijk, mensenrechten, migratie, milieu. „Een aantal instellingen heeft ons initiatief al omarmd, omdat we ze werk uit handen nemen”, zegt Bosscher. Ook bij individuele documentairemakers en hun belangengroeperingen ontmoetten de twee enthousiasme. „Dit is een noodlijdende branche”, zegt Suèr. „Heel veel makers kunnen het niet bolwerken. Maar er zijn tal van goede filmplannen.’’ Suèr kent door zijn beroepsverleden tal van documentairemakers. „Mensen die hebben bewezen een goed journalistiek product te kunnen maken, waarbij niet per se de persoonlijke visie hoeft te overheersen.”

Het nieuwe fonds gaat ook op zoek naar andere distributiemogelijkheden zoals internet. Suèr: „Een wereldwijde databank met documentaires, waaruit bijvoorbeeld opleidingsinstituten kunnen putten. We willen zoeken naar vormen van tweede gebruik. Een plek zijn waar instanties zich kunnen melden als ze een film nodig hebben over bijvoorbeeld de aanpak van jeugddelinquenten. Een documentairebibliotheek, waarvoor we contact hebben met een soortgelijk initiatief in Zweden.”

Voor reacties uit politiek en omroep: www.nrc.nl/media

    • Tom Rooduijn