Middenstand Rotterdam wil geen ‘Chicago aan de Maas’

Het aantal winkeloverval- len neemt toe, constateerde het Platform Detailhandel vorige maand. Vooral op lokale middenstanders in grote steden als Rotterdam.

Bij de buren ging het zaterdag fout, en in de Afghaanse stoffenzaak aan de Rotterdamse West-Kruiskade valt de angst twee dagen later van de gezichten af te lezen. Moeder en dochter vrezen dat zij vroeg of laat „aan de beurt” zijn, na de overval op de naastgelegen juwelierszaak. „Het gebeurde op klaarlichte dag, op de drukste dag van de week. Ze begonnen zomaar te schieten, terwijl er binnen kinderen aanwezig waren.”

Van de grote steden in Nederland zuchten vooral Rotterdam en Amsterdam onder wat door betrokkenen „een golf van gewapende overvallen” wordt genoemd. Met name middenstanders zijn het slachtoffer. Het Platform Detailhandel Nederland (PDN) sloeg vorige maand alarm. Was in 2007 al sprake van een forse stijging (774 getroffen winkeliers tegen 632 in 2006), afgaande op „de verontrustende cijfers in de eerste twee maanden van dit jaar lijkt het trieste einde nog niet in zicht”, zegt voorzitter criminaliteitsbestrijding van het PDN, Herman van der Geest. „Vooral in de grote steden lijken winkeliers en horecaondernemers vogelvrij.”

Van der Geest dringt aan op hulp van de overheid. Twaalf miljoen euro heeft het ministerie van Economische Zaken sinds december klaarliggen voor extra maatregelen. „Inzetten dat geld, zo snel mogelijk, en de daders berechten op basis van lidmaatschap van een criminele organisatie”, luidt zijn oproep. De jaarlijkse schadepost bedraagt volgens het PDN nu één miljard euro. Een kwart daarvan steekt de sector in preventie.

Ter verklaring van de opmerkelijke stijging van het aantal overvallen wijst Van der Geest op de toegenomen beveiliging van banken en benzinestations. Daardoor richt de aandacht zich steeds vaker „op middenstanders die cash geld in kas hebben”. De sector zelf zou zich beter moeten organiseren en intensiever samen moeten werken met lokale overheden, zoals dat nu nog slechts op incidentele basis gebeurt onder de vlag van het Keurmerk Veilig Ondernemen.

In Rotterdam registreerde de politie in januari en februari in totaal 58 winkelovervallen. Gealarmeerd door die toename – bijna vijftig procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar – organiseerde de stad anderhalve week geleden een heuse ‘Overvaltop’. Lokale ondernemers en bestuurders kwamen onder meer overeen dat de gemeente gaat meebetalen aan winkelbeveiliging. Ondernemers in ‘kwetsbare winkelgebieden’ krijgen adviezen over onder meer een betere inrichting van hun zaak en de plaatsing van camera’s. In Rotterdam-Zuid wordt sinds twee weken bovendien extra gesurveilleerd.

Hennie van Schaik is raadslid namens Leefbaar Rotterdam, de grootste oppositiepartij in de stad (veertien zetels), en in het dagelijks leven marktkoopman. Drie jaar geleden baarde hij opzien door met succes de achtervolging in te zetten op een dief, die er met de kas van een collega vandoor was gegaan. Van Schaik hamert al maanden op meer preventieve maatregelen: verlichting en cameratoezicht. „Maar dit college lijkt wel doof. Ze willen kennelijk wachten op de eerste dode.” Zijn aanhoudende ‘gedram’ heeft hem op het stadhuis de bijnaam Hennie Herrie opgeleverd. „Maar dat vind ik niet erg.”

Zoals hij de afgelopen weken vaker deed, bezocht Van Schaik (59) gisteren opnieuw enkele getroffen ondernemers. Bij het college dringt hij donderdag tijdens het wekelijkse actualiteitenuur aan op meer cameratoezicht, op kosten van de gemeente. „Aan het begin en einde van elke winkelstraat, zodat je die binken vroegtijdig én herkenbaar in beeld hebt.”

Na drie overvallen op één dag, waarvan er één werd ingeluid met pistoolschoten, is voor Van Schaik de maat vol. „Dit is wel effe wat meer dan simpel poen ophalen. Mensen worden bruutweg mishandeld. Het lijkt hier potdomme wel Chicago aan de Maas.”

De manager van een gedupeerde supermarkt in de deelgemeente IJsselmonde hoort Van Schaiks aanbevelingen gelaten aan. Veel wil hij niet kwijt. „Ik wil rust, voor mijn personeel én mijn klanten.” Twee keer binnen veertien dagen is zijn filiaal overvallen, maar burgemeester Ivo Opstelten heeft hij nog niet gezien of gehoord. „Wij willen geen bloemetje en ook geen gebak, maar laat de burgemeester eens aanschuiven bij zo’n traumagesprek.” Hij heeft die woorden nog niet uitgesproken of drie ambtenaren, onder wie de directeur Veilig Ondernemen, melden zich.

Even verderop draagt de eigenaresse van een kantoorboekhandel („Denk erom: geen naam in de krant!”) sinds twee weken een melder om haar nek. „Eén druk op de knop en de politie is gealarmeerd.” De helikopter die sinds kort vooral tijdens sluitingstijden surveilleert – een middel dat ook Amsterdam inzet – neemt ze amper serieus. „Symboolpolitiek; daarmee vang je geen boeven. Als die een stap naar achteren doen, staan ze onder het afdakje en zie je ze dus niet vanuit de lucht.”

    • Mark Hoogstad