Martha’s buren zijn nu de spionnen van Fidel

De dissidente econome Martha Roque bestrijdt dat er onder Raúl Castro in Cuba meer ruimte komt voor economische hervormingen.

Vuisten in haar gezicht. Intimidatie van schreeuwende aanhangers van Fidel Castro. Microfoontjes in haar huis. De 62-jarige Martha Roque moet en heeft veel moeten verduren als dissidente econome in Cuba. Nog altijd hangt haar een gevangenisstraf van 20 jaar boven het hoofd. En nog altijd wordt ze lastig gevallen door de ‘brigades’ van het communistische bewind.

Haar huis, appartement nummer 3, ligt verstopt in een smal steegje in een buitenwijk van Havana met lommerrijke straten. Tegenover haar deur, op de muur, een onvermijdelijk portret van Fidel Castro. Speciaal voor haar. Om haar dagelijks te herinneren aan de revolutie die zij durft te kritiseren. Haar buren in appartementen 4 en 5 moesten van de overheid verhuizen, om plaats te maken voor de staatsveiligheidsdienst.

In 2003 werd Martha Roque wereldnieuws nadat zij en 74 andere dissidenten waren gearresteerd door het Cubaanse regime. De arrestanten zouden zich, samen met de Verenigde Staten, hebben schuldig gemaakt aan samenzwering tegen het bewind van Fidel Castro. Roque was de enige vrouw onder de veroordeelden.

Roque is bekend als oprichtster van het Instituto Cubano de Economistas Independientes, een club voor onafhankelijke Cubaanse economen. Deze organisatie publiceert onder meer cijfers over de Cubaanse economie, die niet door de overheid worden bekendgemaakt.

Voor haar ‘staatsondermijnende’ acties kreeg ze in 2003 een gevangenisstraf van 20 jaar. Na een half jaar kreeg zij echter in haar cel een hartinfarct. Een jaar ziekenhuis volgde. Daarna mocht ze naar huis, vanwege haar zwakke gezondheid. Zij zegt: „Maar die 20 jaar gevangenisstraf, die staat nog steeds open.” Ze zat eerder drie jaar vast, na haar arrestatie in 1997. Een tijd waar ze geen prettige herinneringen aan heeft.

In een klein huiskamertje ontvangt de econome haar gasten. Drie boekenkasten vol met wetenschappelijke literatuur nemen een prominente plaats in. Ook heeft ze een exemplaar van de klassieker Don Quichot, een cadeautje van de Spaanse ambassadeur. Op een kast staat een klein paars televisietje. Op de voordeur hangt een plaatje met een afbeelding van de heilige Maria. Twee lijstjes met familieportretten sieren de muur. „Al mijn familie woont in de Verenigde Staten.”

Ondanks alle intimidatie – na haar vrijlating is ze in eigen huis tegen de grond geslagen door Fidel-supporters – en de afluisterapparatuur in haar huis, praat ze zonder terughoudendheid over het regime, de benoeming van Raúl Castro en het falen van de Cubaanse oppositie om een vuist te maken tegen het bewind in een periode dat er een machtwisseling plaatshad.

Hoewel Fidel sinds juli 2006 uit beeld is verdwenen, en Raúl toen feitelijk al de macht overnam – sinds 24 februari formeel – zijn de Cubaanse dissidenten er niet in geslaagd om campagne te voeren voor toekomstige hervormingen. Terwijl er toch zo’n 300 dissidentenclubs zijn in Cuba. „Maar we hebben geen geld”, zegt Roque. Om campagnes te organiseren en te communiceren. „We hebben bovendien last van infiltratie en intimidatie van de staat.”

In september hadden Cubaanse dissidenten nog een bijeenkomst georganiseerd voor het ministerie van Justitie. Ze wilden een petitie aanbieden aan de minister. Met een pleidooi voor betere behandeling van en meer rechten voor gevangenen. „Er zouden 200 mensen komen, maar uiteindelijk durfden er slechts 8 te komen.”

Zelf ziet Roque de recente benoemingen in het regime als zetten in een schaakspel. De koning, Fidel, in gevaar door zijn zwakke gezondheid, is via een positiewisseling van stukken (de rokade) – de benoeming van broer Raúl als president en partijideoloog José Ramón Machado Ventura als eerste vicepresident – in bescherming genomen en heeft daarmee zijn positie weer verstevigd.

Raúl is volgens haar een ‘fidelista’ van het eerste uur. „Fidel is bovendien nog steeds de hoogste man van de communistische partij en daarmee feitelijk de machtigste man van het land.”

Dan komt Yaraí Reyes Marín het huis van Roque binnenlopen. Zij is de vrouw van Normando Hernández González, een journalist die ook in 2003 werd opgepakt, vanwege ‘staatsondermijnende’ publicaties. Hernández (37) is doodziek, heeft een aantal operaties nodig en ligt in een ziekenhuiscel. Zijn vrouw heeft een kleine televisie gekocht voor haar man.

Roque: „Je weet nooit of hij het toestel krijgt. Ze moet hem afgegeven. Als Normando niet snel hulp krijgt, redt hij het niet.”

Optimistisch is Roque niet over de toekomst. De economie zit volgens haar potdicht en zal dat blijven. Hervormingen, bijvoorbeeld door de introductie van het Chinese model, waarbij privé-ondernemerschap in bepaalde zones is toegestaan; vergeet het maar. „Van Raúl valt weinig te verwachten.”

    • Philip de Wit