Leger VS voert opnieuw aanval uit in Somalië

Het Amerikaanse leger heeft gisteren een doel in Zuid-Somalië gebombardeerd waar zich een vermeende „aan Al-Qaeda verbonden terrorist” ophield. Dat heeft het Pentagon bevestigd.

Het is de vierde keer binnen ruim één jaar dat de Verenigde Staten doelen in Somalië aanvallen. Het ging om het stadje Dobley, bij de grens met Kenia. De Amerikanen zouden Hassan Turki hebben willen doden, een prominent lid van de El Shabaab, een speciale afdeling van de Unie van Islamitische Rechtbanken. Deze Unie had de macht in de hoofdstad Mogadishu in handen tot Kerstmis 2006, toen het Ethiopische leger gesteund door de VS een einde maakte aan haar heerschappij.

Onduidelijk is of de VS hun beoogde doel hebben geraakt. Een anonieme functionaris van het Amerikaanse leger claimde tegenover internationale media dat twee kruisraketten, afgevuurd vanaf een onderzeeër, hun doel hebben getroffen. Ooggetuigen vertelden hoe tenminste één huis werd vernietigd en vier mensen omkwamen. Andere berichten spreken van drie gewonden. Boze inwoners van Dobley demonstreerden vanochtend tegen de VS.

Radicalen in de Unie van Islamitische Rechtbanken onderhielden vóór en tijdens hun heerschappij in Mogadishu banden met Al-Qaeda. De aanslagen in 1998 op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar-es-Salaam, gevolgd door de bomexplosie bij een hotel van een Israëlische eigenaar in Mombasa in 2002, werden voorbereid in Somalië. De Somaliër Hassan Turki die de Amerikanen gisteren wilden doden, zou hebben samengewerkt met de vermoedelijke daders van de aanslagen.

De afgelopen weken wijzigde de Unie haar strategie. Ze concentreert haar acties minder in Mogadishu en probeert het platteland te veroveren. Gisteren namen strijders van de Unie het stadje Bur Haqaba in tussen Mogadishu en Baidoa. De Unie ziet een kans om de macht te heroveren; het Amerikaanse bombardement moet hen daar vanaf houden.