Leerzame beelden van enge jongeren

Léér je nu ook wat van al dat televisie kijken? vroeg iemand laatst. Soms, zei ik vaag. Je vraagt het je vaak af, na een avond kijken. Wat was de mededeling? Wat weet ik nu, is tot me doorgedrongen, zie ik anders?

Sommige avonden is dat makkelijk genoeg. Geert Maks serie In Europa of de minstens zo interessante serie van Adriaan van Dis over Zuid Afrika en Namibië, daar steek je heus wel eens iets van op. Net als van de Zembla-aflevering van afgelopen zondag, waarin een vraag werd beantwoord waar menigeen vast al een poosje mee rondliep: wat betekent al dat bomen planten om ‘CO2-neutraal’ te kunnen vliegen/bouwen/rijden? Wat was er dan eerst op de plekken waar die bomen geplant worden? Het Zembla-team was naar Oeganda afgereisd waar voor allerlei goedbedoelende organisaties bomen geplant worden om milieuwangedrag in Nederland te compenseren. Maar de Oegandezen die voor de camera kwamen, waren niets blij met die bomen van ons. Die kwamen op hun landbouwgrond, zodat zij moesten verhuizen, soms onder bedreiging met geweld. Dat klonk niet prettig. En je had de neiging de Oegandees gelijk te geven die zei: „We raden Nederland aan om minder fabrieken te bouwen en dáár bomen te planten. Niet hier waar geen fabrieken zijn.”

De directeur van de Stichting Face, die geld verdient met de aanplant van de compensatiebomen, was in het geheel niet onder de indruk van dit soort klachten: „Op het totaal van Oeganda is er echt geen probleem. Dat is onzin.” Aha. De problemen zijn gewoon plaatselijk, dus onbelangrijk. Wij kijken groter.

Nu weet je het met Zembla nooit helemaal, ze zijn niet altijd even glashelder over de omvang van de door hen gesignaleerde problemen, dus misschien hadden ze inderdaad wel net die drie boze Oegandezen te pakken in een verder vlekkeloos verlopend project. Toch kreeg je die indruk niet, temeer daar de directeur zich wat geërgerd liet ontvallen: „Bij al die projecten zijn problemen”.

Na zo’n uitzending heb je wel het gevoel wat geleerd te hebben. Informatie. Maar televisie is natuurlijk meer dan informatie. Het feit dat je iets ziet, en het niet alleen leest of hoort, maakt nu eenmaal extra indruk. Het beeld zélf is vaak de aardigheid van het kijken, los van of je er nu zo geweldig veel van na kunt vertellen, of precies weet wat je er van opgestoken hebt.

Gisteravond werd in Tegenlicht een documentaire uitgezonden over Garry Kasparov en zijn hopeloze pogingen om oppositie te voeren, waarbij je lang het gevoel hield: dit heb ik al gezien. Lang, maar niet steeds. Want de opgewonden jongerenbeweging van Poetin, Nashi, had ik nog niet zo vaak zo in beeld gezien. Al die keurig gedrilde jongeren die leuzen schreeuwen: „Wij verkopen Rusland niet” en die zeker weten dat Kasparov dat wel doet. Aan Amerika natuurlijk, ze hadden het allemaal reuze druk met Amerika, Kasparov zelf ook, die tegen zo’n jongen begon te schreeuwen dat Poetin juist al het geld naar Amerika laat wegvloeien. Maar los van de eigenaardigheid van zulke gesprekken, was dat beeld van volledig geïndoctrineerde en gedrilde jonge mensen indrukwekkend en beangstigend.

Sowieso zag je eens goed hoeveel moed er voor nodig is om Kasparov te zijn, of zijn vrouw, vriend, moeder. Ze hadden zelf beveiliging ingehuurd en dat leek niets overdreven, in „onze politiestaat waar de politie je niet beschermt” zoals de piepjonge vrouw van Kasparov zei.

Er groeit daar iets heel griezeligs in het oosten.

Maar aan zo’n Nova-nieuwtje dat er 180 officiële ambtelijke delegaties per jaar naar de Antillen vertrekken – en dan hebben we het alleen maar over rijksambtenaren – voegt, hoe opmerkelijk het nieuws zelf ook is, het beeld van een man op een terras op Bonaire weinig toe. Hoewel het wel interessant was om staatssecretaris Bijleveld van Koninkrijksrelaties over dit feit te zien praten. Nog zelden iemand gezien die zó krampachtig probeerde een ontspannen indruk te maken. En maar leuk lacherig doen: „Business as usual”.

    • Marjoleine de Vos